Welkom op

 

Kanaaleilanden

Channel_Islands_viewed_from_ISS_in_2012_cropped.JPG

Hier heerst de Britse koningin als hertogin van Normandië. De eilanden zijn bezittingen van de Britse kroon, niet van Groot-Brittannië. Het is een laatste hoofdstuk uit de rijke en turbulente geschiedenis van Normandië.

De Kanaaleilanden werden geannexeerd door Normandië in 933 om het hertogdom van Willem Langzwaard, zoon van Rollo, uit te breiden. Zo werden de eilanden Normandisch met een feodaal systeem. Op 14 oktober 1066 versloeg de hertog van Normandië, Willem de Veroveraar, het Engels leger in de Slag bij Hastings, waarin de koning van Engeland, Harold II, omkwam. Zo werden Normandië en de Kanaaleilanden gekoppeld aan de Britse Kroon.
Tot in de 20ste eeuw spraken de mensen er Normandisch. Nu is Engels de voertaal. Tot wel 1000 eilandjes liggen in een getijdengebied dat hoogteverschillen van 7 tot 11 m kan hebben. De 5 belangrijkste eilanden liggen tussen de 20 en 50 km voor de Franse kust. In totaal zijn er ongeveer 165 000 inwoners, de meeste op Jersey en Guernsey.

Guinet (1) beweert dat, ondanks de schaarse bronnen, de Kanaaleilanden door Saksen werden aangevallen en bezet in de tweede helft van de zesde eeuw. De toponymie toont dat volgens hem aan. Hij geeft een Saksisch-Friese origine aan Jersey, Guernsey, Chausey, Alderney en Sark, hoewel nu nog algemeen aanvaard wordt dat deze namen Scandinavisch zijn. In die context is het te begrijpen dat een Tongerse monnik (Sint-Helier) die het eiland Jersey moest bekeren, de Dietse taal van de mensen daar machtig is. Ook de talrijk voorkomende woordvolgorde (lidwoord - bijvoeglijk naamwoord - zelfstandig naamwoord) duidt een Germaanse origine aan van de Franse toponiemen. Zuiver Scandinavische namen zijn volgens Guinet heel zeldzaam. Hij schrijft ook dat de Scandinaviërs, die zich later ook in de Cotentin vestigden meestal Noren waren uit Ierland, Schotland en de omliggende eilanden en al vermengd waren met de inheemse bevolking, zoals de 'Denen', die Angelsaksische namen droegen. Volgens Guinet, leenden de Noren antroponiemen van de Kelten, zoals Nial, Cuaran, Crovan, Donnecan, Beccan, Murdac, Patric, enz ... (sommige daarvan zijn ook te vinden in de Cotentin).

Bij de bespreking van de namen hieronder kan iedereen constateren dat we inderdaad te maken hebben met West-Germaanse relicten eerder dan Noordwest-Germaanse. Het, voor wetenschappelijk inzicht, splitsen van het Dani, Norreiz, Saksisch, Fries, Angels, Kents of Vlaams kan, zolang men maar voor ogen houdt dat dit in die tijd eigenlijk eenzelfde taal was met plaatselijke verschillen, vooral dan nog wat betreft de uitspraak. Mijn aanname is dat, tot aan het tweede millennium, zeker van de Rijn tot in Kent en tot aan de Loire, er een gemeenschappelijke taal werd gesproken waarin de verschillen miniem te noemen zijn. Men kon zich in heel het gebied verstaanbaar maken.
Het Dani en Norreiz evolueerden later in Scandinavië naar een Noordwest-Germaans (Deens, Zweeds, Noors) In Normandië doofden die talen langzaam uit. Het Normandisch vanaf de 10de eeuw werd één van de oude vormen van het Frans (Francien). Het Nederduits in Duitsland evolueerde naar het Duits. Het huidige Nederlands is uiteindelijk een mengeling van Zeediets en Landdiets.

Schema:

West-Germaans-Dietsetalen.png

Evolutie West-Germaanse talen

(De lijnen in de tabel zijn niet echt bedoeld als zuivere afscheidingen. De talen overlappen elkaar soms min of meer en binnen de evoluties kan een taal weg groeien van een andere taal of juist gelijkender worden. En eigenlijk zou het West-Vlaams/Zeeuws apart moeten staan naast het Fries en het Nederlands.)

 


 


Wat cursief staat is de algemeen gangbare uitleg. Soms vullen die uitleg en die van mij elkaar aan, soms niet.
N: Nederlands (Vlaams, vooral West-Vlaams)
TB TN TF TNormandië: bestaande toponiemen in België, Nederland, (Noord)Frankrijk en Normandië.

 


 

Alderney (Frans: Aurigny) Arenon 1040 Aurrene 1040 Aurenoy 1056 Aurenoi 1063 Auremen 12de eeuw (Roman de Rou) 8 km2
Alderney is het enige eiland dat echt in 'Het Kanaal' ligt, de andere eilanden liggen in de baai van Saint-Malo.
Noors: alda (aankomende golf) + renna (sterke stroming) + oy ey
In het Nederlands kunnen we eventueel de naam als volgt uitleggen: alde (oude of alder, voorouders) + renna (waterloop kanaal goot, West-Vlaams 'rinne' betekent regen) + 'ey' voor eiland. Dat 'alde', eiland van de voorouders klopt dan met de dolmens op het eiland.
Maar de oudst gevonden schrijfwijzen en hun wetenschappelijke reconstructies en evoluties hebben volgens mij meer rechten.
Guinet construeert een Angelsaksisch *Aedhelraemn die een Franse evolutie naar Aurigny en een Engelse naar Alderney mogelijk maakt. De taal noemt hij 'westique' dat ik 'Diets' durf te noemen. Het eerste element betekent volgens hem 'adel' (edel) uit 'adal', een woord dat in het Oudnoors en Oudzweeds niet voorkwam. Het tweede element komt volgens Guinet van *hrabhanaz, uit het Oudnoors 'hrafn' in het Deens geëvolueerd naar 'ravn'. In het 'westique' somt hij op: ags. hraefn > angl. mod. raven ; vha. hraban > nha. Raben.
Weer staat de taal van de buren er niet bij. Dit zijn de Nederlandse cognaten: ravo, rama, ravan, rauen, raben, rauon, hramas, hramus, ram, rame, rames, rammes, ramnes, rams, rauen, rauene, rauenes, rauens... (INL)
De vele 'ram' namen bij ons (Bertram, Guntram, Rambert, Ingram....) tonen de invloed van de oude godsdienst, waar de raven Hugin (heugen/denken) en Munin (menen/willen) attributen waren van Wodan.
Iedereen is akkoord dat 'ey/y' hier eiland betekent. Guinet ziet verwantschap met de Friese eilanden Wangerooge, Spiekerooge, Schiermonnikoog, Langeoog. Men vindt in hetzelfde gebied nog Lauwersoog, Suyderoogh, Rottumeroog, Minsener Oog en ook een Norderney.Ook 'ooi, ooye, oye, hoye' kunnen voor eiland (in een rivier) staan. Volgens Guinet komt het Oudnoors 'oi' van het Oudfries 'ôg'.

alderneyvuurtoren-versie2-1.jpg

TF: Oye-Plage, Ogia (villam Ogia in de 8ste eeuw, Frans-Vlaanderen)
Aurigny is volgens Guinet hoogstwaarschijnlijk une fondation saxo-frisonne dont le premier élément est l’ags. adhalram ou aedhelram et le second le vfris. ôg. (een Saxo-Friese nederzetting waarvan het eerste deel Angelsaksisch is en het tweede deel Oudfries). Een hypothese die ook geldt voor Chausey, Jersey en Guernesey.                                                               Fries toponiem: Norderney 
Alderney: edele raaf eiland, waarschijnlijk de naam van een beroemde eigenaar of veroveraar van het eiland.
Plaatselijke (mogelijk Germaanse) toponiemen:
Clonque (versterking, baai)
Les Étacs
Le Braye
Havre des Corblets (Arch Bay)
Baie de Saye


Brecqhou (Brechou) 30ha, een eilandje dat bij Sark hoort.
Uit het Noors 'bre(c)q-, -bre(c)que, bricque-' en Oud-Noors 'brekka', helling heuvel en 'holmr', eilandje.
Van het Angelsaksische 'braec brec', bosje, struikgewas
N: In het onl bestaan bricke of brycke: breek, breke, brik, breuk, breuke breek breken: Een breuk in het landschap, brok, stuk. Of een breuk in het landschap als een soort verhevenheid, heuvel.
TN: Breke (veldnaam te Schoondijke) Breukelen Breukelen-Nijenrode, Breukelen-Sint Pieter, Breukeleveen, De Brekken
TNormandië: Houllebrecque (Saint-Aubin-de-Crétot) Briquedalle
Die 'hou' staat voor 'holm', eiland of 'hou' uitstekende rots.
Familienamen: De Breck, Brecville (overgeleverd voor iemand die in landhuizen inbreekt) Dubreucq Dubrecq Breukelen
Breqhou: breukrotseiland of afgebroken rots


Burhou
Van het Angelsaksische 'bûr', hut
N: bur, Oudnederlands en Oudfries būr, hut schuur stal
TB: Bure, Buren, būrothuakkar (*Buurtakker, onbekende plaats bij Astene, Gent) Boeur (Houffalize) Zepperen (Zevenburen bij Sint-Truiden)
TN: Buren, Hoogbuurlo (būrlō, bij Apeldoorn) Burem (Zuid-Holland) Oostbuurt, suattingabūren (*Swattingaburen, onbekende plaats in Noord-Holland) upbūren (*Opburen, onbekende plaats bij Ijsselstein) westarbūren (*Westerburen, onbekende plaats in Westergo)
TF: Monnequebeurre (monikebūr *Monnikenbuur bij Saint-Folquin)


Burhou: buurrots (rots of eiland met gebouw)
Plaatselijke toponiemen:
'Passage du Singe' komt van 'Swinge doorgang'
Oudnoors swinnr
N: swingen, zwingen (van swingan, zoals bij het Oud Anglo-Saksisch?): slingeren, zwaaien, iets dat zwaaiend beweegt.
Het kolkende water kan er tot 9 knopen snel stromen en keert zich om met de getijden. Het is een verlengstuk van een nog grotere stroming: de raz de Blanchard, die tot 12 knopen haalt.
Raz de Blanchard, op zijn Diets: ras de Blankaart (blanca(e)rd, blancart, blanka(e)rd-, blanka(e)rt): uit 'blank' en 'hard of sterk' met 'ras', snel erbij. Dat 'witte' kan van de schuimkoppen van de kolkende stroming komen.                                           N: ras betekent ook 'draaikolk' (Haspels, Nieuw, volledig zakwoordenboek der Nederduitsche taal, Volume 1 Nijmegen 1842)

Chausey (Calsoi 1022)
Het Zweeds leende het woordje 'kal' vanaf 1602. Oudnoors kent het woord niet (Guinet)
N: kaal en ei (onbegroeid eiland)
Mnl. calu: kaal, pover, mager.
of met de s meegerekend:
Chausey: Cal's eiland of eiland van de kale

Familienamen: Cal, Callewaert, De Caluwe, de/van Caluwé, Calluwé, de Calwé, Calvet, Calvi, Calvin, Calvy
TB: niet verwarren met kalsijde (een stenen weg, een kruiskalsijde is een kruispunt van zulke wegen).
Plaatselijk toponiem:
Guinot: 'Le Sund' is de naam van een vallei op Chausey. Angelsaksisch 'sund' betekent in zeetermen een straat of passage en wordt hier gebruikt op land. Scandinavisch 'sund' is wellicht een cognaat.
Langs het eiland vloeit de 'Sound' stroming. Kan dit hetzelfde element zijn als in 'Sondwere', plaats bij Bourbourg-Broekburg, Frans-Vlaanderen? N: sond, zuid of passage
In de middeleeuwen werd op het eiland een priorij gebouwd. Alles is nu verdwenen.
De archipel van Le Chaussey bevat het eilandje l'Oeillet met een cromlech (stenencirkel).


cromlech

crom32-versie2.jpg


Het woord 'cromlech' gebruikt men in het Frans vanaf 1785. Het komt via het Engels uit het Oudkeltische 'crwm' (gebogen) (vrouwelijk:crom) en 'llech' (platte steen): platte steen (geplaatst in een) boog
N: crom-lech, in een cirkel (krom, gebogen) neergelegd. (lech lec leg, van lecghen (neer)leggen)


Coquelihou eilandje bij Alderney, Croquelihou (bij Cassini).
Li komt van het angelsaksisch 'hlîeg, hlîg'hlêo(w)' of van het Friese 'hlî', schuilplaats
Het eerste element komt van 'crocca, crocce, crûce', Oudfries krocha, kruik wat wijst op de vorm van de schuilplaats: komvormige schuilplaats
N: Lee, heuvel (of minder voor de hand liggend: lees, lese 'vore, spoor') (TB: Westerlees bij Zandvoorde) of schuilplaats (zie bij Lihou)
N: crocke (croke) gekruld of kreukelig
Of:
N: kruik (crukke, Oudnederlands krūka) en kroes (croech)
Als de vorm de naam bepaalt kan het volgende ook:
N: koek (couke coke coec couc) van 'rond gebakje' naar 'rond voorwerp'
Coquelihou: kreukig (gebroken?) rotsheuvel of kruikvormige/ronde rotsheuvel als schuilplaats

Crevichon
Het eilandje van minder dan 3ha, in de buurt van Herm en Jethou.
S.K. Kellett-Smith: van het Normandische krabben, kreeften of kranen.
Verwant met het Vlaamse 'krevisse'. Een plaats waar schaaldieren werd gevangen?
N: Van krabben, een krabbelend dier.
N: kreeft mnl creeft(e), creift, creft crevet. Vlaams-Zeeuws: krevisse krevitse.
In het Frans overgenomen als crevice, escrevisse, écrévisse, crevette...
N: krab mnl crabbe (crabs)
Familienamen: Crevits Crabbe
Crevichon: crevissen (schaaldierenvisplaats)

Gernsey (Frans Guernesey) (Greneroy 1027 Grenere 1040 Grenerolium 1048 Grenerodum 1048 Greneroi 1052 Granaroy 1056 Grenerodium 1057 Gerneroio 1063 Gernerui 12de eeuw) 78 km2
Officieel: Bailiwick of Guernsey, Bailliage de Guernesey ( 6de eeuw: Lesia?)

 

Guernsey.jpg
Frans coirn, Zweeds hörn (hoek), Zwitsers gorn
Oudnoors groenn, Oudsaksisch grôni, Oudfries grêne, Angelsaksisch grêne, groene.
Noors: -ey (eiland)
Oudnoors 'rudh' Ouddeens 'rath'
-Gern:
N: grene: graan (waar graan werd verbouwd? Vooral door het toponiem 'Grenerodium')
of
N: grene: groene, Fries, zoals bij Jersey, graskleur, gras) Zoals het toponiem Groenland.
en
-ei:
ey (eiland)
Oudfries: grēne (groen) of guern (hoek), verwant met het Friese Herne (hoek plaats gebied)
Normandisch 'grunne' (haut-fond) kan ook komen van 'grond', plaats waar het water ondiep is.
N: grond, onl 901: grunt gront grundi, grûn (in het Nieuwfries 'ôfgrûn')
Hoorn is mogelijk, maar niet vanzelfsprekend.
N: hoorn, horn huerne... (spits punt)
T B: Heurne Hoornbeek *Hoornt (nu Hornu) Ganshoren, Hornu (Le Grand Hornu, Henegouwen)
T N: Horn Hoornen Hoornlo Diethoorn
De voorkeur gaat naar 'graan'. Er waren hier al landbouwers in het neolithicum.
-rod(i)um:
Wijst op een -rode toponiem, evoluerend van 'ontgonnen grond' naar 'nederzetting'. Een courant toponiem in West-Europa. Terug te voeren naar *grênerothia (groene vestiging)
TB: Rode, Attenrode, Schelderode, Baasrode, Haasrode, Reynrode...
TNormandië: Gernesey (Tilly-sur- Seulles) Grenesey (Montivilliers) Le Grenesey (St-Romain-de- Colbosc) Guernesey (Criquetot-l’Esneval) Guernesey (Criquetot-l’Esneval) Le Guernesey (Fécamp)
Plaatselijke toponiemen:
Saksisch-Fries: le Haut-Nez: Zie bij de -nez (nès ness) toponiemen.
'Le plateau des Roches-Douvres' (dubbele oever rotsen, zie Dover en Antwerpen en voetnoot) (Les Rocques dg'Hieaux en Les Rocques Dos) Het zijn Franse rotsen die tussen de oevers van de eilanden Bréhat en Guernsey liggen. (2)
Guernesey, groenrode ei(land) of graanrode ei(land) is een Saksisch-Friese nederzetting.

Herm (Haerme) 2,5 km2 met ongeveer 60 inwoners
Van het Latijn 'eremus' te vinden in Herm, Erm, Er en Air.
Misschien afgeleid van hermiet.
Of Noors: erm (arm, naar de vorm van het eiland)
N: arm, Oudfries: erm
Die 'arm' werd in 709 door een storm van Jethou gescheiden.
Maar:
Hermetier, ook gekend als Ratteneiland (Engelse Wikipedia), een eilandje op 250 m van Herm kan duiden op een andere oorsprong:
N: herm, herme: hermelijn (In de Franse taal 'hermine' maar ook 'rat ou souris d'Arménie'.)
Herm: eiland met hermelijnen.
Een kapel op het eiland is opgedragen aan Sint-Tugdual (Tutuual 833). De kapel bestaat zeker al van voor de 11de eeuw en werd in 1913 gerestaureerd.
Sint-Tugdual:
Volgens Léon Fleuriot zou 'tut' 'gunstig' betekenen, en 'uual' dapper. Maar anderen beweren dat 'Tugdual' een schrijffout was voor 'Tudgual' (gu= w). 'Tud', volk en 'uual', verheven of moedig.
N: tut, geschal. 'Tutin' als vleivorm van een mannelijke persoonsnaam (dodo) bestond te Brugge in 1293.
N: 'tud' uit 'diet' (volk, zie hierboven) kan natuurlijk ook.
en
N: wal (walo, waal:vreemd): een vreemdeling (die de taal van het volk niet sprak).
N: wel (wela, wal, walo, wol: goed), een goed of lovenswaardig iemand

Jersey (Gersoi 1025 Gersei Gerseii Gersoii 1042 Gersui 12de eeuw) 116 km2. De Romeinen noemden het 'Caesarea'.
Voor de komst van de Normandiërs heette het eiland 'Angia', afkomstig van 'augia'. Childebert gaf rond 550 het eiland aan Samson, aartsbisschop van Dol in Armorica.(3) Tijdens de regering van Karel de Grote krijgt de abt van Fontanelle, Geroaldus een niet nader genoemde opdracht te Jersey.

 

JerseyPorteletbay-1.jpg
Hoofdplaats Sint Helier is genoemd naar Helerius, een 6de-eeuwse kluizenaar, geboren te Tongeren. Hij kreeg de opdracht om het eiland te bekeren. In 555 na Christus stierf hij de marteldood door Vandalen. Eenzelfde soort (omgekeerd) verhaal vinden op het eiland Yeu: Amandus werd geboren in de Poitou (Vita Sancti Amandi). Op ongeveer twintigjarige leeftijd werd hij, ondanks tegenkanting van zijn familie, monnik op het eiland Yeu. Later werd hij beroemd als apostel van Vlaanderen. Ook hij zal zich overal in het Diets verstaanbaar hebben kunnen maken.
Germaans *grasja, met -ja- als collectief suffix.
Alleen het Oudfriese 'gers' kan leiden naar het Oudnormandische 'gers'
-gers
N: Naast Fries is 'gers' ook West-Vlaams voor gras
-augia
Kan verband houden met 'Auge' (denk aan 'pays d' Auge'). Voor dat 'auge, augia' hebben we in het Nederlands 'awe ouwe ouw' dat weiland of weide betekent. Misschien kan de vorm van een oog (oge ooghe: oog of een terrein, veld, eiland..) hebben meegespeeld. Zelfs 'hoge' (West-Vlaams oge/ohe), hoog gelegen, is niet uit te sluiten.
T F: Oye-Plage, Ogia (villam Ogiam in de 8ste eeuw)
-'ei' staat voor eiland,
Jersey: een graseiland of eiland met gras begroeid: Grasei (Gersei op zijn West-Vlaams)
TNormandië: Guersey bij Octeville
Plaatselijke toponiemen:
Saint Ouen (parochiekerk)

Saint_Ouen_Parish_Church_Jersey.jpg
Patroonsnaam van een 7de eeuwse bisschop uit Rouen. Van het Germaanse 'Aldwin' of 'Edwin' (oude of edele vriend) (saint Oën, Dadon, Audoenus, Audouin, Audoën, Lohen, Lohan, Dodon, Ewen, Even, Oyn op Wikipedie)
Pointe de Groz-Nez, la pointe Ronez, Nez du Guet: Saksisch-Friese nesse-toponiemen. Zie bij -nez (nès ness) toponiemen
Le Hocq: de Hoek (zie hoc-toponiemen)
Verclud, uit wer-kluit: versterkte-grond/aarde
Hougue Boete
Hougue Bie (La Hougue Hamby)(4)
La Hougue Bie is een neotitisch monument, één van de grootste en best bewaarde van Europa. Verlaten en vergeten, werd een tombe ontdekt in 1925. De tombe was helemaal overdekt.

 La_Hougue_Bie_mondrn_2-1.jpg

In de lokale taal: Au Mouoyen Âge, des chapelles Chrêtchiennes fûtent bâties sus l'mondrîn: la chapelle dé Notre Dame de la Clarté au douzième siècl'ye, et pis la chapelle dé Jérusalem en 1520.
Val au Bec
La Garenne (Warren)
L'Auge
Le Tapon
Le Grouin
Hambie
L'Etoquet
Les Haguais, hague, E: thorn
Le Bequet-Es-Chats Hier hield de duivel op vrijdag zijn sabbath, omrind door zwarte katten.
Les Hannières, van han, E: rush
La Lipende
La Crételoquet
Beuvelande
Craque au Varon, van 'varrou' weerwolf
Een hele kluif voor onze taalspecialisten Germaans.(5)

De familie van William Cody (Le Caudey, koude eiland?) alias Buffalo Bill was van Jersey.
Ook 'Wace' van de 'Roman de Rou' is geboren op Jersey. In zijn roman schrijft hij: ...Jo di è dirai ke jo sui, Wace de l'isle de Gersui...

Wace_monument_St_Helier_Jersey-1.jpg
Jersey wordt ook gebruikt om een bepaalde stof aan te duiden die oorspronkelijk op het eiland werd geweven.
New Jersey in de Verenigde Staten heeft ook zijn naam te danken aan het kleine eiland. Tijdens de Engelse burgeroorlog was het eiland voor koning Charles II een toevluchtsoord. Uit loyauteit kregen het Smith eiland en de eilandjes in de buurt van de gouverneur van Virginia een nieuwe naam: New Jersey. Het schiereiland Gaspésie in Québec (Canada) kende ook een belangrijk aantal mensen die afkomstig waren uit Jersey.
Tussen Jersey en Sark ligt een aantal onbewoonbare rotsen met de naam 'Pierres de Lecq' of 'Paternosters'. Dit zijn de namen van de rotsen: L'Êtchièrviéthe, La Rocque du Nord, L'Êtaîse (L'Êtaîthe) Lé Bel, Lé Longis, La P'tite Mathe, La Grôsse (Great Rock), La Grand' Mathe, La Greune dé Lé (La Bonnette), La Greune du Seur-Vouêt, L'Orange, La Vouêtaîse, La Vouêtaîthe (La Vouêt'rêsse), La Cappe, La Douoche, Lé Byi, La Rocque Mollet, L'Êtché au Nord-Vouêt, La Galette, La Briarde, La Sprague, La Niêthole Jean Jean (Lé Gouoillot).(6)

Jethou Frans: Jéthou (Keithou Keitholm)
Eilandje ten oosten van Guernesey

Jethou_Herm_July_2011_05publdom.jpg

De eerste vermelding van Jethou vinden we in het gebruik van zijn vikingnaam Keitholm, mogelijks een corruptie van Keithou, brullend/ronkend eiland.(7)
N: keet: vanuit (zout)ketel: zoutziederij of houten gebouw
Er is een 'La Saline' op buureiland Guernsey.
Of:
N: keet: beweging, drukte, verwarring, drukke boel, warboel, drukte, herrie, slordige rommel, vuile boel.
Sc: hólmr (eiland)
N: holm helm holme (eiland in een rivier, land omgeven door water)
In 1028 gaf Robert het eiland aan zijn 'admiraal' Restald voor bewezen diensten. Daarna kwam het in bezit van de abdij van de Mont-Saint-Michel. Het eiland is nu al sinds lang een privé-eiland. Men kan het niet zomaar bezoeken. Papegaaiduikers voelen zich in hun element op het eiland.

papegaaieduiker.png

(Papegaaiduiker (14)

Dat 'Hou' laat Guinet ook teruggaan tot nederzettingen van voor de 7de eeuw.(8) Het element komt volgens hem voor in de Saksische' streken van Normandië en kan niet met 'holm' te maken hebben, maar wel met het Engels 'ho, hoo' en het Angelsaksisch 'hôh', dat in het Oudnoors niet bestond. De betekenis was 'hiel scheenbeen, landtong, rots, klip of afgrond'. In het Nederlands luidt het 'ho', zoals in folonho (*Veulenho, Vollenhove Nederland).
Jethou: herriemakend rotsachtig eiland of keeteiland/keetrots.
Die herrie kan komen van het lawaai van stormwinden bij de 'Creux du Diable'.
Kanaaleilandjes met een -holm toponiem: Le Hou, Brecquehou, Bréhou, Burhou, Croquelihou, Gethou, Lihou, Bunehou, Verclud
Andere toponiemen in Normandië: Quettehou (Chetehulmum 1066-83) Saint-Quentin-sur-le-Homme, Le Houlme, Le Homle, Homme (de Hulmo 1160) Neuvy-au-Houlme, Montreil-Au-Houlme, Bellou-en-Houlme, Brecqhou, Burhou, Robehomme (Raimberti Hulmus 1083) en nog enkele eilandjes Priestholm (Priesterholm?) Torhulmus (Tors holm?)
Dat 'holm', eiland in een rivier, land omgeven door water, kan ook refereren naar hoogte. In Europa maakten de 'Vikingen' vaak gebruik van riviereilanden. In het jaarboek van de Heemkring Ekeren (2007) lezen we: Omspoeld door Schelde en Schijn vinden we sporen van een langdurig verblijf van de Noormannen: de Holme. De Holme, een watergang nu gekend als Laarsebeek en Vosseschijn was afkomstig van 'Holme' wat ‘eiland in de rivier’ of ‘land omgeven door water’ betekent. Het vormde een veilige aanlegplaats voor schepen. In Ekeren bestond ook de 'Holmebrug'. We vinden het toponiem ook weer op het 'Vikingeiland' Wieringen (Noord-Holland). In Mechelen is er ook sprake van een Holm.
Familienamen bij ons: Holm, Van Holm, Van Holme
Jethou: rommelige rots of rommelig eiland

Een andere (volgens mij niet zo evidente) mogelijkheid die wordt geopperd:
Misschien uit het Oudfriese *gêt, geit
Dan kan het volgende:
N: geit, Oudnederlands gēt
TB: gētenbrugga (*Geitenbrugge bij Hertsberge) Geetvondel (gētfundra *Geitvonder bij Tremelo) Geetschuren (gētskūra *Geitschuur bij De Pinte)
TN: gētlō (*Geitlo, Gietelo? bij Voorst) Gesperden (gētwurth *Geitwoerd, mogelijk bij Dodewaard)
Gethou: Geiteneiland of Geitenrots

La Motte (ook: Groen eiland)
Een eilandje dat bij Jersey hoort. Bij laagtij kan het te voet worden bezocht.
N: motte mote

Les Casquets
Van het Frans 'cascade'
Van 'casquette' wegens het helmvormig uiterlijk van het eiland
van 'cas' (gebroken) en 'quet' (rots)
Een oude naam voor het eiland was ook 'Casus Rupes' (1640) Een gevaarlijk eiland waar veel schepen (zijn) vergaan.
'Les Casquets' horen bij een rif, waar ook volgende rotsen deel vanuitmaken: Sastériaux, Anfroque, Niangle, Fond du Croc, les Jumelles, la Grosse, la Clanque, les Eguillons, le Grac, la Fosse-Malière, Sauquet, Hommeau, Floreau, la Brinebetais, la Queslingue, Croquelihou, la Fourche, le Saut, Noire Pute, Coupie, Orbue.

Les Dirouilles ( Les Dithouïl'yes, Les Pièrres, Les Disouïl'yes, Les Dithouoilles, Les Dirouoilles)
Een eilandje ten noordoosten van Jersey.
Individuele rotsen rond het eiland hebben allemaal een naam. Een selectie moet nog worden gemaakt van de Germaanse namen, die er op het eerste zicht overduidelijk inzitten. Wellicht zijn door de verschillende schrijfwijzen een aantal namen doublures:
Les Buthons, L'Êtotchet, La Froutchie, La Forêt, Lé Gros Rotchi, La Greune ès Dards, La Greune du Sond, Lé Haut Rotchi, Les Jeunmelles, La Néthe Rocque, La Pliatte, La Pliatte Rocque, Lé Trav'sain, La Hau, La Crane, Joli, Les Boues, Les Fréthaux, La Fret, La Freté, La Frouquie, Fauvels, L'Étochet, Le Gros Rocher, La Vaudène, Mangre és Dards, Burons, Buronières, Picottes, La Campagne, L'Écuriasa, Badière, Le Marmouset, L'Ieu, Secs Tchelines, Tchelines du Ouest, Tchelines du Nord-Est, Tcheline au Tas, Les Jumèles, L'Éponge à La Balance, L'Éponge Monsieur, L'Éponge du Mitant, L'Éponge de l'Est , Grande Piquère, Pte. Piquère, Pierre és Paissons, Grosse Grise, Faras, La Nère, Le Tas, La Manène, La Grise, Gobard, La Frouchèse, La Sablonière, Les Trotaines, Pointu, Les Bragettes, La Staye, La Jacrère , Les Nichettes, Gde. Nichette, Pte. Nichette, Longe Nichette, Ronde Nichette, La Platte, Les Becquets, Le Gris, Tête de la Fosse, Le Trapsin, Les Burons, Le Joli, La Hau, La Platte Rock, La Grese, Noire Roque, Clump Rock, The Kosen, Le But, Les Grunes, Les Burons, La Grese, Le Forêt, La Hau, La Jole, Les Gruns, Clump Rock, Frouquie (9)

Les Écréhous
Een eilandengroep met rotsen 10 km ten noordoosten van Jersey. Eén van de toponiemen op het eiland heet 'Frison'.
Noorse: sker (rif?) en holm (eiland)
Uit het Angelsaksisch 'sceard' of het Oudfries 'skerd', inkeping, breuk, barst
N: sker (afgesneden deel, afgescheurd stuk) en holm of hou
TN: skerwīk (Scheerwijk, onbekende plaats in Zuid-Holland)
TF: Skerda (nu: Esquerdes)
TNormandië: Ecréhout (Barneville-sur-Mer) '-hout' betekent 'bos'
Plaatselijke toponiemen die nu en dan een Germaanse oorspong aantonen:
La Maîtr’Île
Lé Châté d'La Maîtr'Île (château)
La Chapelle
Les Trais Greunes (Grunnes) Noorse origine
L'Ôsuet van een verdwenen familienaam
La Pointe dé L'Ôsuet
La Grand' Naithe Door de zwarte kleur van de rotsen
Lé Sond Van het Noorse 'sund'. cf. het Engelse 'sound'.
La P'tite Naithe
Dottelu
La Ronde Selliéthe Rots in de vorm van een zadel
Les Fôssés Verticale rotsen als een muur in het water
Lé Banc dé L'Êtchièrviéthe Grote zandbank
L'Êtchièrviéthe Van het Oudnoorse 'skarfr': aalscholver (die aanwezig zijn op het eiland)
La Sablionniéthe In de taal van Jersey 'sablion', in het Frans 'sable' (zand)
La Bigorne (La Bicorne) Rots met twee scherpe punten
Lé Tchian Rots die op een hond gelijkt
La Sardriéthe (La Serdrieure, Sardière) Plaats waar men op brasem (sardes) vist.
Lé Fou Oven met gewelf zoals men die vond op alle hoeven van Jersey.
La Marmotchiéthe (La Marmotchière, Marmotchîre, Marmoutchièr', Marmotière, Marmotte) 'Marmotier' is fout
L'Èrbroussé (rebours) In de zin van 'op zichzelf teruggevouwen'
Dgilemot In het Frans 'guillemot', zeevogel
La Porte ou La Porte du Nord
La Porte du Sud
La Grand' Galaise Zanderig terrein
La P'tite Galaise
Lé Tronque Sond 'Tronque' Belangrijke waterdoorgang
Lé Bouvet Rots die op een os gelijkt
La Prêtrêsse (La Rocque au Prêtre)
Lé Mouaine Lijkt op een monnik
L'Êtchièriéthe Gefragmenteerde rots, 'êtchièr'betekent een fragment in het Normandisch.
La Greune du Sond
Lé Bliantch'Île ( Lé Blianqu'Île, Bianqu'île, La Blanche Île)
Frison Een gevaarlijke 'Greune'
Rocqueport ou Rocque Port Rocque In het Frans roche, haven, schuilplaats
Blianchette
Les Poulettes
La Sèrt à rein du Nord Oninteressant gebied om te vissen
Lé Tas d'Pais Rots in de vorm van een hoop, stapel 'Pais' komt van het Latijn 'pagus'.
La Grève du Singe
N: grève: 'graveel' 'gravele', zand kiezelsteen grint en 'grauwe', grauwe kiezelstenen
Van het Noorse of Germaanse 'schwingen': schudden, beven.
N: swingen, zwingen (van swingan, zoals bij het Oud Anglo-Saksisch?): slingeren, zwaaien, iets dat zwaaiend beweegt.
La Rocque dé L'Êtchet du Nord
L'Êtché du Nord,  Un êtché en Jèrriais Rif
La Vielle (Lé Vyi, Vieille en Vieux, in het Frans)
Le Greune Noué cf. Ijslands 'grunn'.
La P'tite Mathe
La Ronde Mathe
La Tête dé La Mathe, La Tête dé La Grand' Mathe Frans: 'mare'
Les Mathes Gaudin Van het patroniem Gaudin
Lé Blianc Gant Un 'gant': un 'barrage', plaats waar men een 'dam' of een 'barrière' maakt met netten.
La Vèrte Rots, bedekt met groen slijm (Jersey Frans) Frans: zeeschuim.
La P'tite Brecque en La Grand' Brecque
La Tchiêrêsse Onbeleefde term, waar de rots met algen is bedekt als gevolg van de invloed van de zee.
La Pâssagiéthe
Lé Pâssage
La Mathe Pallot Pallot is een familenaam.
Lé Moulin, Lé Moulin Raulîn Naar een voornaam of familienaam
La Grand' Mathe
La P'tite Tête
La Grôsse Tête
Les Gravelés Men vindt er graveel in plaats van zand
Lé Mèr Frans amer, bitter.
Lé Colombyi (ook Lé Haout) gelijkt op een duiventil
Badgie Naar iemand van de Badgi (Badier) familie van Saint Martin.
La P'tite Côte, La Grand' Côte, ensemble, Les Côtes. Rif
La Câsaque au Soudard
Les Tombes Gelijkenis
La P'tite et la Grôsse Tête des Vases
Les Brayes ès Boeufs Een breuk of opening en 'Les Boeufs'?
Lé Pointu Puntige rots
Les Vases Plaats met veel slib
La Ronde ou La Ronde Rocque
Lé Moussu Gladde rots, vol met algen
La Froutchie
La D'mié Froutchie Gevorkte rotsen
Les Clièrs Naar de familie Le Clercq
L'Aigl'ye Gelijkt op een arend
Les Grands et les P'tits Trépièrs In het Frans 'trépied' Men zegt ook L'Êtotchet.
La Vraicque Rots met zeewier (wrack) Ook 'La Greune à Tom Lé Scêlleux'.
Lé Téton Gelijkt op een borst . Of 'La Ronde Aigl'ye'.
La Pliatte Aigl'ye
Les D'mies In het Frans 'Demies'. Rotsen die zich halftijds met de getijden tonen
La Greune du Seur-Vouêt Frans 'Sud-ouest', zuid-west
La Brébis Gelijkt op een lam.
Les Secs Allain Lang droog blijvende rotsen
La Greune Allain
Les Maillottes
Lé Pliat Hommet (Hoummet) Diminutief van 'hou' of 'ho', Van het Ijslands hólm of hólmr
Lé Gros Gris Propere rots zonder algen
Lé Hutchet d'l'Êst et Lé Hutchet du Ouêst Naar de familie 'Le Hucque'
La P'tite Rousse en La Grand' Rousse Roestige rotsen
La Greune ès Feuvres Naar de familie 'Le Feuvre'.
L'Êtacqu'sé (L'Étacquerel) Afgeleid alsdiminutief van L'Êta. Van het Noors, stak, stakk: stapel.
Lé Trait Passage
Les Fièrcots Drie rotsen die met eb te zien zijn.
L'Êto Trapvormige rots (10)


Les Houmets
Een eilandengroep ten westen van Guernsey, bestaande uit Houmet Benest, Houmet Paradis en Houmet Hommetol (Omptolle).


Les Minquiers
Van het Bretoense 'minihi', heiligdom, of volgens Victor Coysh, van 'minkier', visverkoper.
N: minken, verminken, verwonden.
Minkiers: gevaarlijke rotsen (want ze kwetsen of vernielen)
N: minken, kleiner worden, verminderen
Minkiers: de minder zichtbaar wordende rotsen

La_Matr_le_Les_Mntchirs.jpg

Lihou (Lishou 1155)
Lihou heeft het meest westelijke punt van de Kanaaleilanden.
Uit de Keltische naam Lisia of de naam Lief(r)
Guinet: 'li' kan staan voor het Oudfriese of Oudnormandische lidwoord, maar eerder uit het angelsaksisch 'hlîeg, hlîg'hlêo(w)' of uit het Friese 'hlî', schuilplaats.                                                                                                                   Ridel: Scandinavisch; glið-holm (doorgang-eiland)                                                                                                                Dat 'glið' kan verband kan houden met het Nederlandse ww 'glijden', in het West-Vlaams 'glien of gletsen')

N: lij, oorspronkelijk een warme plaats, vervolgens een plaats die tegen de wind is beschut (Oudfries hlî) Het Saksische 'lee' is te vinden in Overijsel en Gelderland (INL) Het woord wordt nog gebruikt in de scheepvaart, lij (van de wind afgekeerd, tegengesteld aan loef). Het kan ook gewoon een luwe plaats betekenen. Lijtij is een stroom die ongeveer in dezelfde richting loopt als de wind. In het West-Vlaams spreekt men lij- uit als lie-.
Lihou: beschut eiland of beschutte rots

Of
vanwege de oudste schrijfwijze:
N: Lis, onl lissi (lis-)
N: holm of hou
Langs de kusten van het eiland groeien veel zeegrassen en aan de kust zijn ook natte graslanden, en vooral ook riet- of lisvelden.
T B: lissiwege (Lissewege)
T N: lissiholt (*Lishout Lieshout)
TNormandië: Cap Lihou (Granville)
Familienamen: Van Lishout Van Lieshout
Lihou: rots of eiland met lis begroeid.

Ortac
Ortac is een onbewoond eilandje op 5 km van Alderney, dicht bij Burhou. Het meet ongeveer 50 bij 70 meter, en steekt 24 meter uit boven het zeeniveau.
AH Ewan vermoedde dat de naam "grote rots aan de rand" betekende van de Normandische taal of or (rand) en étac (stapel). Het stond vroeger ook bekend als 'arendsnest'.
N: étac: staak (stako steck- stake)
TN: Steekt (*stakithi, stekithi bij Zwammerdam, Alphen aan den Rijn)
Kan het met scheepvaart te maken hebben? Achtergebleven stukken van vergane schepen?
N: In de scheepvaart bestaan ook de termen 'oorstuk' en 'oorstok'(11)


Sark, Frans: Serk Sierk Sercq (Sercam Serc 1040 Serch 1056 Saire 12de eeuw Cers) 6 km2 Het eiland steekt tot 114m boven de zee uit.
Oudnoors 'serkr', hemd of kap (Joret) (12)
Oudnoors *serkr (?) rots (INL)
Richard Coates: *Sarg-, and Proto-Semitic *śrq, van rijzen (van de zon): oost.
N: mnl, sarc (saerc, zarc, zaerc, zarch, sarke, zarke: zerk) rots, rotsgesteente, uitgehouwen rots/steen, begraafplaats.
Sercam: zerkkam, rotskam?
TF: Sercus/Zerkel (graf, begraafplaats) De voorouders van Patrick Sercu, één van onze beroemde wielrenners, kwamen hier vandaan. 'Sarc' werd inderdaad ook gebruikt voor 'zerk' of grafsteen op een zerk.
'De Bo' (13) legt 'zerk' uit als een stuk land in de vorm van een rechthoek.

Of:

N: sarc (saerc, zarc, zaerc, zarch, sarke, zarke) (INL) Een kleed of hemd van geringe stof, wat overeenkomt met het Oudnoors serkr, het Angelsaksisch syrc en syric, het Zweeds en Deens särk en het Engels en Schots dialect sark.

'Berserker' (beren'hemd'drager-beren'kleed'drager): Een naam voor 'Noordse' wilde mannen, waarschijnlijk gedrogeerd door het drinken van mede.  Het woord kan even goed uit het Saksisch als uit het Noors komen. 'To go berserk' is Engels voor het verliezen van je zelfbeheersing.


Plaatselijke toponiemen:
Het Saksisch-Friese Pointe du Nez, Bec du Nez. Zie bij de -nez (nès ness) toponiemen
La Grande Grève
La Grève de la Ville
Havre Gosselin
Port Gorey 

Sark_windmill_working-versie2.jpg


 

 Wikipedia (Engels, Frans en Nederlands) en INL op http://www.inl.nl/ 

1. Guinet Louis, Contribution à l'étude des établissements saxons en Normandie. Nouvelle édition Caen : Presses universitaires de Caen, 1967 (généré le 14 mars 2014), La topographie, les iles anglo-normandes p. 60-106
2. De omschrijving met 'dubbele oever' zit ook in volgende tekst in de taal van Jersey die ik u laat ontcijferen: ...Si eune description donnée par Victor Hugo était correcte, lé nom Les Roches Douvres éthait peu être à cause dé chein tch'i' dit tch'était lé pâssage êtrait (p't-être comme eune tranchie ou fôsse?) entre les rotchièrs jeunmieaux La Grand' Douvre (souaixante pids d'haut) et La P'tite Douvre (quarante pids), où'est qu'les louêmes couothaient à toute vitesse à travers... (uit http://members.societe-jersiaise.org/geraint/jerriais/dghieaux.html  april 2015)
3. Falle Philip, An Account of the Island of Jersey: With an Appendix of Records, &c Uitgeverij R. Giffard Jersey 1837
4. Op: http://members.societe-jersiaise.org/geraint/jerriais/hougue_bie.html  april 2015
5. Societe Jersiaise, Pour l’Etude de l’Histoire de la Langue, et des Antiquites de l’Ile, et leur Conservation, et la Publication de Documents Historiques &c. 1873. Incorporée le 15 décembre 1879. Soixante-cinquieme Bulletin Annuel 1940, Vol. XIV, Parti I
6. Wikipedia
7. The first recorded mention of Jethou is in the use of its Viking name of Keitholm probably a corruption of the words Keithou’ meaning a ‘place of roaring’ and ‘Holm’ meaning Island. http://web.archive.org/web/20070629035238/http://www.faed.net/cfaed/jethou/jethou5.htm  maart 2015
8. Guinet Louis, Contribution à l'étude des établissements saxons en Normandie, La topographie, les iles anglo-normandes p. 60-106
9. Op: http://members.societe-jersiaise.org/sdllj/dirouilles.html  april 2015
10. Frank Le Maistre, op http://members.societe-jersiaise.org/sdllj/ecrehous.html  april 2015
11. Zie http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=o#oorstuk  april 2015
12. Joret, Des caractères et de l’extension du patois normand, Paris, 1883, 83 (J.P.). Le vnor. serkr est entré dans le mangl. serk, armure, où il s’est aisément confondu avec l’ags. serc, syrc, sierc(e) < mlat. sarcia < lat. sêrica.
13. De Bo L, Westvlaams Idioticon, 1892                                                                                                                        14. Mac Gillivray William, A History of British Birds, Indigenous and Migratory: Cribratores, or sifters; Urinatores, or divers; Mersatores, or plungers, Uitgeverij Scott, Webster, and Geary, 1852