Welkom op

 

 

Dover en Antwerpen

 

De plaatsnaam Dover in Engeland wordt gewoonlijk beschreven als afgeleid van het Keltische woord 'water', maar Goormachtigh (1) en Durham bewijzen dat Dover zijn naam kreeg uit de zandbanken rond zijn oude haveningang.

Hun verklaring is dat de initiële D met twee, 'twin double'... te maken had, zoals bv. in het Latijnse 'duplex' (twee vouwen). Het Proto-Indo-Europees *duo betekent 'twee' en evolueerde in het Oudengels tot het voorvoegsel 'te-' dat verband hield met verdeeldheid of scheiding, zoals in de woorden 'tofær' (vertrek) of 'tobriting' (vernietiging) In het Engels van nu is dat vervangen door woorden die beginnen met dis-, di- of de-. De d- naar t- naar d- verandering, ook in werkwoorden, doet hen veronderstellen dat de vroegste naam van Dover, *du-obera, een voorloper van *Duber moet zijn geweest.

Goormachtigh ziet daar ook een bewijs van in Brugge en Wight. In Brugge bv. ligt een voormalige laad- en losplaats voor boten, de Dijver (Dyver) en aan weerszijden lag een strook zand. Op het eiland Wight is ook aan twee kanten een strook land met water, de 'Duver' of Dover. In Normandië bestaat het toponiem Douvrend (te Envermeu).

Dover heette 'Portus Dubris' en was als haven voor het Romeinse Rijk en later, van strategisch belang. De kritische vraag van de heren was of het vertalen van *Duber als 'dubbele bank' of 'gescheiden strand' past bij de topografie in Dover of elders. Het antwoord is voor hen duidelijk 'ja'. Zie de kaart(en) in het artikel van Goormachtigh. Analoge namen bestaan ook elders, schrijft hij, ook in zogezegd Keltische gebieden. De twee auteurs besluiten hun boeiend artikel met het volgende statement: De letterlijke betekenis in het Engels van Dover is 'haven van of aan de dubbele bank'.

 

Dovernamen:

De rivieren Douve, Dives en Durance in Frankrijk, de Douro in Portugal, de Deva in Spanje en de Dora in Italië, misschien ook de Tauber in Duitsland, de Tiber in Italië, de Douve in België en de Litouwse Dubysa. Er zijn ook de Deense Dover-plaatsen. Dovre in Noorwegen ligt tussen twee rivieren. Duves in Bioul (België) Doeveren (5) in Nederland, Doeveren als een moeras- en vijvergebied in Zedelgem (België), Doeveren in Moere (West-Vlaanderen, België) dat verwijst naar de oevers van de Moerdijkbeek die Moere van Koekelare scheidt, Douvrain aan de Hene in Henegouwen, enz... Misschien hoort Douai (6) in Frankrijk hier ook thuis. En kan een afgesleten en herwerkt woord als 'Djèblèdoûve' (9) bij Monceau (Wallonië) ook niet verwijzen naar die dubbele oever? 'Le plateau des Roches-Douvres' zijn Franse rotsen die tussen de oevers van de eilanden Bréhat en Guernsey liggen en waar een gevaarlijke doorgang is tussen de twee hoge rotsoevers. 

 

Mijn vraag is nu of we dat ook kunnen transponeren naar de naam van de stad Antwerpen? (7)

De oudste vermeldingen geven ons onder andere volgende namen: Andouerpienses (648) Andoverpis (zevende eeuw) Andouerpenses (achtste eeuw) Andouerpi (achtste eeuw). In het Latijn zijn u en v verwisselbare spellingsvarianten van dezelfde letter. Volgens mij kan dat, Dover indachtig, gesplitst worden in volgende onderdelen, an(d)/dover/pi: *an(d)-dover-pi.

-an(d):

Of: uit het Oudnederlandse 'ana-' (aan). Zoals in anarēp, *Aanreep, Anreep (bij Assen, Drenthe) en analō, *Aanlo, Anloo (bij Gasteren, Drenthe)

Of: uit het prefix 'and-' (tegen) of 'and-' (langs) (11)

-dover: uit het Germaanse voor 'beide oevers' (8)

-pi (ook voorkomend als p pe pes pis): uit het Germaanse *apja, apō, apa, een hydromiem voor 'water op die plaats'. Zoals Germepi (hieronder). 'pi' vinden we (o.a. Gysseling (3)) in:

Annappes (Frankrijk, bij Rijsel) (asenappio7e-8e, in Asnapio fisco ± 810 cop, apud Asnapiam 1066, Asnapia 1110) uit asnapja (asenwater/godenwater of essen bij het water?) Ascq, gefusioneerd met Anappes, wordt door een Doornikse bisschop 'Asch' genoemd in 1164. (Oudnederlands: aska, eski, aske, as, asse, asch...: es )

Menapiërs: Ook de 'Menapii' horen hier thuis: IE 'men' (menen, denken) en suffix '-ap' (plaats bij het water) wat vrij vertaald kan worden als 'een slim volk (denkers) dat aan het water woont'.

Dworp (België, Beersel, Vlaams-Brabant): Tornepia 1138 Dornepa 1221: doorn aan het water.

Gamaches aan de Somme (Frankrijk, Gamapium, Gamachia 1150)(4

Gamaches-en-Vexin (Frankrijk)

Galp (Duitsland, Oudgermaans Gallepe)

Genappe (België, Oudgermaans Genape/Genapia)

Germepi aan de Ijsel (Nederland, Oudgermaans Germ-apja, het brullende water)

Guémappe in Nord-Pas-de-Calais (Frankrijk)

Jemappes (België, Oudgermaans Gamappio, Gamapia)

Jemeppes (België, Oudgermaans Gamappe, Jamapia)

Venepe (België, veen-water, oude waterloop bij Veurne-Booitshoeke)

Vennep (Nederland, veen-water, waterloop te Hillegom)

Wulpen (*wul-apa)

 

Besluit: Antwerpen, uit het Oudgermaans 'aan beide oevers van het water' of 'langs beide oevers van het water',  klinkt heel aannemelijk. (10)

 

De heer Alfred Michiels (2) gaf op 4 december 2007 een lezing voor het 'Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis'. Hij komt tot dezelfde conclusie als Goormachtigh en Durham, maar via een omvangrijke omweg uit het Keltisch. Volgens hem is Anduerpi/Andouerpi de naam van een Keltische volksstam die zijn naam gaf aan zijn hoofdstad: Anduerpis/Andouerpis. Antwerpen komt volgens hem van Andouerpi, met Latijnse verbuiging, van *anduaeripi < *ambaeduaeripi. Bij hem betekenen Andouerpenses en Andouerpi 'de bewoners van beide oevers', maar hij noemt dit een Latijnse aanpassing van een Keltisch 'Ambidouesreipi'. Vervolgens heeft Michiels ook zeven sprongen nodig om de evolutie uit te leggen van *Ambidouesreipi naar Anwérs > Anvers, terwijl de evolutie aan de / langs de oevers, van 'An(d)doeuers, Andoevers' naar 'Anvers' geen probleem oplevert.

De Oudgermaanse uitleg lijkt mij helder en logisch, met analoge voorbeelden naar andere plaatsnamen en met vooral de vondst van Goormachtigh i.v.m. Dover. De Keltische uitleg is veel te omslachtig, zoals wel meer voorkomt bij etymologische zoektochten.

Kunnen we in de geschiedenis van de stad Antwerpen inderdaad activiteiten vinden op de beide oevers?

De Antwerpenaren die volgens Michiels woonden in een gebied aan weerszijden van de Schelde, passen goed bij de verhalen over het bekeren van Antwerpenaars door bisschop Eligius binnen het bisdom Noyon-Doornik. Eligius moest zijn bisdom niet verlaten, de Schelde niet over, om de Antwerpenaars te bezoeken. Een deel van Antwerpen lag dus op de linkeroever.

Het moge duidelijk zijn dat Antwerpen zo een dubbele geschiedenis heeft gehad in zijn vroegste ontwikkeling. De haven bestond in tweevoud. Eén plaats werd verwoest door de Noormannen en de andere op de rechteroever bleef zich ontwikkelen vanuit een bewoningskern uit de Romeinse tijd. De archeologische vondsten en geschreven bronnen zijn op die manier zeker niet in tegenspraak.

 

 


 
1. Goormachtigh Michael en Durham Anthony, The meaning of the name Dover, op http://www.proto-english.org/dover.html  2013
2. Michiels Alfred, lezing op 4 december 2007 voor het 'Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis'. Te vinden op:
3. Gysseling M, Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland, 1960
4. Nègre Ernest, Toponymie générale de la France, Volume 1 p 28
5. Doeveren (Nederland) Homoniem met Dover.
Doureh 1136 (kop. midden 12e, Romaans auteur) Douer 1148 (kop. midden 13e )Doueren 1167 (kop. midden 14e) Douern (1186 kop. midden 13e) (Gijsseling p 275, volgens hem uit het Keltische 'Zwart Water')
Doeveren lag geprangd tussen de Bergsche Maas en het Oude Maasje, wat op dubbele oevers wijst.
6. Douai
Uit de Franstalige Wikipedia ( http://fr.wikipedia.org/wiki/Douai oktober 2014)
...Douai a pour origine la réunion de deux villages situés de part et d'autre de la Scarpe...
Twee dorpen aan weerskanten van de Scarpe, die nu nog dwars door de stad vloeit.
Nog duidelijker staat het op de webstek van de stad.
Cependant un noyau urbain existe dès l'époque mérovingienne, au VIIe siècle, sur une butte argileuse encadrée par deux ruisseaux (actuel quartier Saint-Amé).
In de Merovingische tijd bestond er in de 7de eeuw al een woonkern tussen twee beken.
Kan de oorsprong dan niet liggen in 'dubbel' in plaats van de Keltische persoonsnaam 'Dous' waar men het laat vandaan komen?
Douai (Doac (Merovingische munt), Doacense [castellum] 975, Duaci (génitief) 1024, Duuaicum, Duuuaicum 1040, Duacum 1035 Duacum 1051 Duacum 1076 Duachum 1108 Duai 1194 Doai 1204 Douai 1223, en Dowaai)
Hetzelfde verhaal voor de 'Deule' die eens 'Dupla' heette. De dubbele a (dubbel water) kan komen van de twee beken die de bronnen uitmaken van de Deule, de Carency en de Saint-Nazaire.
7. Taalkenner 'WvO'  kan in zijn aannames over Antwerpen geen begrip opbrengen over wat hierboven staat en beweert dat dit artikel alleen wetenschappelijk oogt, maar nauwelijks het niveau overstijgt van de verklaring uit het legendarische 'hand werpen' van Brabo of de 'verklaring' van Becanus (1569) uit Ant Atuats werp, waarvan akte. Volgens hem hebben 'vakmensen' al bewezen, dat ze van het glibberige pad kunnen glijden en dat ze daarom uiterst voorzichtig zijn. Vandaar de vele vermeldingen 'betekenis onzeker'. Het motto van wetenschappers is volgens hem: liever geen verklaring dan een slechte verklaring. Dit statement wil ik graag ombuigen naar 'liever een onderbouwde nog niet afgeronde aanname dan geen aanname'. Met 'verklaring' weet men niet echt of het om een aanname of een absolute zekerheid gaat. 
8. Nog een reactie van de heer 'WvO': Hoe de naam Dijver in godsnaam etymologisch verband houdt met *duo en *duber, en hoe daarbij de -u- of -o- tot -ij- evolueerde, zal zelfs Joost niet weten.
Het evolueerde volgens mij eerst naar -i- voor het -ij- werd. Misschien een aanrader om het betreffende artikel te lezen op de webstek. Zie (1). Het artikel 'The meaning of the name Dover' is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift 'Archaeologia Cantiana'. (Durham A and Goormachtigh M (2013) ‘The meaning of the name Dover’ Archaeologia Cantiana 133, 317-329.) Zie o.a. bij 'Wight' en 'Dijver' waar wellicht de -u- naar -o- en de -u- naar -ij- kon evolueren. Ook andere mogelijke evoluties zijn te traceren.
Nog wat uitleg en enkele mogelijke attestaties die met 'twee' hebben te maken:
Grieks di-, doioí-
Latijn du-, duo- . Het Latijnse duplus kennen wij als dubbel en dobbel.
Idg *d(u)wô(u)
9. Attestaties van het toponiem 'douve' in de provincies Luik, Namen en Luxemburg: Dèf, Dèfe, Dèwe, Doive, Douve, Duwe, Duue, Due, Dûf, Deuve, Deve, Deffe, Edeffe, Daffes, Hubièdave, Hubièduave, Doife, Duavelette, Defve, Djèbledoûve, Diwe, Déve, deûve, dôve (Bron: Le Guetteur Wallon revue trimestrielle 1975 - n.1)
Attestatie in Maldegem (Oost-Vlaanderen): duuere (duvere), waar het als 'duiver' wordt uitgelegd . (Bron: INL)
Attestaties in Wight: Duver Dover
Attestatie in Voorschoten (Holland): Duvenvorde (duuen-, dvuenuorde, -vorde) Zou dat wel met duiven te maken hebben zoals bij INL te lezen valt? Of eerder met een doorwaadbare plaats tussen twee oevers? Idem voor Duiveland (duueland duuenland duuelant duuinlant) in Zeeland, dat met water is omringd en misschien kan worden vertaald  met dubbeloeverland, met als buur 'Dreischor', dat verwijst naar drie schorren of drie kusten, kanten, oevers. De Waalse toponiemen tonen dat het woord evengoed met 'douve' te maken kan hebben in plaats van met een duif of een duivel (INL).
Attestaties van Dover: Portus Dubris, Douorre of Doverre, Dover, Douvres (Frans), Daveren (Nederlands, vroeger gebruikte naam) Ook de plaatselijke rivier 'Dour' kan daarmee verband houden.
De Dijver, een zeearm die Brugge vroeger met de zee verbond, evolueerde waarschijnlijk van *Duver naar Divere tot Dijver. Die arm had twee zandige oevers tegenover elkaar liggen en wees naar de monding, naar het Zwin. Monding en zeearm heetten 'Zinkval'. De Dijver in het huidige Brugge ligt wellicht op de plaats waar die Duver eindigde of begon, naargelang het standpunt van de kijker.
10. Aannemelijker dan 'De Vries' of 'Gysseling': ‘de Dijver... is... met Belgische klankevolutie afgeleid van Indo-Europees deiwo- “god, goddelijk” en betekent dus “heilig water” of iets dergelijks’. (Op: http://www.dbnl.org/tekst/_naa002197801_01/_naa002197801_01_0008.php  maart 2015)
11. De Vries, Nederlands etymologisch woordenboek 1987, p17 bij 'antwoord'