Welkom op

 

 

1. Het Nieuwsblad 27/06/13


 Oekenaar schrijft boek over Nederlands in Normandië

Luc Vanbrabant bracht een boek uit waarin hij aantoont dat het Normandische dialect beïnvloed is door het Nederlands. Hij had er jaren opzoekingswerk in stoffige en vergeelde boeken voor over om dat allemaal te achterhalen. Maar het resultaat mag er zijn.

‘De ontdekking van Nederlands in Normandië’, is de titel van het eerste boek van Oekenaar Luc Vanbrabant (58). De onderwijzer op prepensioen zocht drie jaar lang naar sporen van het Nederlands in de taal en plaatsaanduidingen van het Franse Normandië. Na drie jaar vond hij de bewijzen en weerlegt hij de huidige stelling dat het Normandisch dialect gelinkt is aan de Scandinavische talen. ‘In de benamingen van dorpen, steden, adellijke families en in het dialect is de Nederlandse beïnvloeding duidelijker’, zegt Luc.

Uit oude geschriften en verhalen die hij in bibliotheken en op internet vond staat te lezen dat inwoners van Normandië in de tiende eeuw na Christus het Vlaamse woord gans gebruikten om het dier te omschrijven. ‘Ook stockfisse voor stokvis, esnel voor rap is een duidelijke verwijzing.’

Taal en geschiedenis zijn een passie voor Luc Vanbrabant. Die twee combineert hij met zijn opzoekingswerk. Hij is ook lid van het Taalforum en volgt met graagte de wetenschappelijk studies rond de oorsprong van het Nederlands op.

Nederlands klinkende namen

‘Het idee voor het Nederlands in Normandië kreeg ik toen ik er een bezoek bracht’, zegt Vanbrabant. ‘De Nederlands klinkende namen vielen me op. Als je een idee hebt en je ziet dat idee na opzoekingen bevestigd, dan is dat natuurlijk plezant. ‘Geschiedenis herschrijven en algemeen aanvaarde principes durven in vraag stellen, daar houdt Luc het meest van. ‘De Fransen hebben zelf geen idee van waar hun dialecten komen. Ze schrijven het makkelijk toe aan het Germaans, maar dat is te eenvoudig. Volgens de Fransen spraken ze na het Latijn meteen Frans. Dat is larie natuurlijk. Zelfs tijdens de Franse Revolutie, tweehonderd jaar geleden, sprak de helft van de Fransen geen Frans, maar een eigen dialect. Het zijn dat soort van weetjes en ontdekkingen die me moed en zin geven om verder te zoeken’

Door Arne Vansteenkiste

 

 

2. Krant Van West-Vlaanderen editie Roeselare  12-07-2013

 

Luc Vanbrabant onderzocht de invloed van het Nederlands in Normandië.

OEKENE -

Luc Vanbrabant geeft met ‘De ontdekking van Nederlands in Normandië’ een eerste boek uit. In het boek geeft hij aan hoe sterk het Nederlands aanwezig is in Normandië. “Onze taal reikt een stuk verder dan we in feite zouden vermoeden”, vertelt hij. De kersverse auteur is ondertussen al aan het broeden op een nieuw boek over het Nederlands in Wallonië.

Luc Vanbrabant (58) is afkomstig van Ingelmunster maar hij woont al een hele tijd in de Burgemeestersstraat in Oekene. Luc is gepassioneerd taalliefhebber, ere-onderwijzer en was lange tijd zorgcoördinator in het basisonderwijs. “Ik heb al van toen ik heel jong was een passie voor taal”, begint Luc. “Op heel jonge leeftijd verslond ik al het ene boek na het ander en nu nog lees ik heel wat boeken. Ik ben niet alleen geïnteresseerd in de boekentaal maar ook in de diepere betekenis. Als ik iets opmerkelijk vind, dan wil ik er ook de diepere betekenis van ontdekken. Op die manier ben ik tot het idee gekomen om een boek te schrijven over de invloed van het Nederlands in Normandië.”

“Als je op reis gaat naar Frankrijk, dan passeer je altijd eerst via het noorden. Iedereen herkent daar de namen van plaatsen die afkomstig zijn van ons Vlaams. Denk maar aan Steenvoorde, Hazebrouck, Berck en noem maar op. Dat is doodnormaal gezien de nabijheid maar ook iets verder kom je een dergelijk fenomeen tegen”, stelt Luc. “Wanneer ik vroeger naar het zuiden reed, kwam ik tot de vaststelling dat je die namen ook in Normandië tegenkomt. Wat bijvoorbeeld te denken van namen als Dieppedalle, Clarbec of zelfs Camembert. Ik vond dat fascinerend en ben opzoekingen beginnen doen. In 2011 kon ik hierover een artikel schrijven in het tijdschrift Semafoor. Het werd de aanleiding voor mijn boek.”

Maanden opzoeking

“Twee jaar aan een stuk heb ik informatie verzameld, voornamelijk via boeken en natuurlijk het internet. Het wereldwijde web is een enorm goede bron voor dergelijke opzoekingen. Het bespaarde me heel wat tijd”, gaat de auteur verder. “Het boek is het resultaat van maanden opzoekingswerk, geduldig noteren, sorteren, bij elkaar puzzelen en alles gedrukt krijgen. Tijdens die periode bleef mijn belangstelling voor het onderwerp groeien, uiteindelijk heb ik ook nog eens een supplementaire website bij gecreëerd. Omdat het niet te doen is om alles in één boek te bundelen.”

“Het is geen verhaal of wetenschappelijk werk maar een theorie, een soort essay over het Nederlands in Normandië. Algemeen neemt men aan dat het Normandisch gegroeid is uit de Scandinavische talen, het oude Noors of Deens. Nu kan ik bewijzen dat, als we naar de oudste teruggevonden namen kijken, die woorden veel dichter staan bij ons (oud)Nederlands dan bij die Noorse talen. Dat vinden van Nederlands in Normandië klinkt bij velen wellicht wat eigenaardig, toch houd ik mijn stelling vol. In mijn boek geef ik daar een verklaring voor. Ik vond in de geschiedenis van onze streken en die van Normandië gebeurtenissen die deze beweringen staafden. Ook al heb ik daar soms een aantal heilige huisjes moeten aan opofferen.”

Hij staaft dit graag met enkele voorbeelden. “Caudebec betekent koude beek. In de boeken vergelijken ze bec met het Noorse bekkr, terwijl we in het Vlaams beek, beke hebben dat veel dichter staat. Men wil de Noorse naam Smidr terugvinden in Amainville, Smit villa in 1024. Dan staat ons woordje smit toch veel dichter. Denk maar aan de familienamen Smet, Desmet of Desmid. Ik vond in Normandië zelfs een adellijke familie die haar geschiedenis aan Waregem kan hangen.”

Wortels

“Na de plaatsnamen en de persoonsnamen ben ik ook dialecten van Normandië gaan bestuderen. En inderdaad, ik vond opnieuw dezelfde Nederlandstalige wortels terug. Alles bij elkaar komt er voor mij meer klaarheid in de verhalen die handelen over de geschiedenis van de Normandiërs en hun banden met de Franken, Engelsen, Vlamingen, Friezen, enz. Om mijn boek wat te spekken staan er ook gerelateerde zaken in waarover ik iets interessants kwijt wilde. Kunnen we onze taal nog Frankisch noemen? Of ligt er een Friese grens in Frankrijk? Ik weet dat ik door het boek discussies en weerwerk mag verwachten maar dat is ook de bedoeling en dat maakt het boeiend. Positieve kritieken doen altijd deugd en negatieve kritieken zijn interessant en nodig als ze met ernstige argumenten worden gestaafd. Al bij al werd het een boeiende tocht door de geschiedenis van onze taal in het eerste millennium.”

“Dit boek is er vooral voor liefhebbers van taal en geschiedenis, zij zullen zeker aan hun trekken komen bij het lezen ervan”, aldus Luc. “Ik heb ondertussen al een paar nieuwe ideetjes voor een nieuw boek, ik heb de smaak te pakken. Ook in Wallonië zien we hetzelfde fenomeen, misschien dat er daar nog wel iets mee te doen valt.”

Het boek is uitgegeven bij Boekscout en is te verkrijgen in de webwinkel van de uitgeverij of bij Luc zelf. Contact via laaglands@gmail.com.

Door Thomas Dubois

 

3. Heemkunde West-Vlaanderen 03-08-2013


 

Nieuwe publicatie: het Nederlands in Normandië

Auteur Luc Vanbrabant meent in Normandische plaatsnamen sporen van invloed van de Nederlandse taal te hebben gezien. Hij poneert in zijn boek de stelling dat het vroege Normandisch dichter bij het (Oud)Nederlands staat dan de Noorse talen. Het boek, met de titel 'De ontdekking van Nederlands in Normandië' telt 176 pagina's en voor de prijs van 17,35€ verkrijgbaar bij uitgeverij Boekscout of bij de auteur zelf via laaglands@gmail.com.

 

4. Tijdschrift 'Orde van de prince' (september)


DE ONTDEKKING VAN NEDERLANDS IN NORMANDIË
“Geregeld ga ik boodschappen doen in het noorden van Frankrijk. De ‘schreve’ (grens) is voor ons, West-Vlamingen, wat wazig. Aan de andere kant wonen mensen met eenzelfde cultuur. Alleen de taal verschilt: Frans versus Nederlands. Ik ontdekte dat onze taal in oorsprong meer zuiders is dan we aannemen. Als je van het Frans (Normandisch) genoeg afschraapt, blijft dikwijls een Nederlands substraat over. Met mijn boek wil ik die aanname bewijzen”, aldus Luc Vanbrabant. 
Een eigenzinnige kijk op Normandië door de bril van een West-Vlaming. Zo zou je het boek van Luc Vanbrabant, in eigen beheer uitgegeven bij uitgeverij Boekscout in Soest, het best kunnen omschrijven. In zijn boek gaat hij op zoek naar taalrelicten van het Nederlands in Normandië. Hij hangt heel de zoektocht vast aan een grotere visie over de aanwezigheid van verschillende volkeren in West-Europa in het eerste millennium. De vroege Europese geschiedenis speelt zich volgens hem in een kleiner gebied af dan tot nu toe officieel wordt aanvaard. Het is vanuit West-Europa, met Normandië als kerngebied, dat de meeste stammen toen uitzwierven. De auteur zorgt voor een verfrissende, nieuwe invalshoek, waarbij de lezer kan genieten van een alternatieve visie, gelardeerd met leuke perifere verhalen.
De auteur gaat daarbij niet over één nacht ijs. “De inhoud van het boek is een resultaat van maanden opzoekingswerk, geduldig noteren, sorteren, bij elkaar puzzelen en alles gedrukt krijgen”, aldus de auteur. “Tijdens die periode bleef mijn belangstelling voor het onderwerp groeien en wat aanvankelijk leek op een artikel, is stilaan een boek geworden. Dat vinden van Nederlands in Normandië klinkt wellicht op het eerste gezicht wat eigenaardig. Toch houd ik mijn stelling vol. Hoe ik dat doe, beschrijf ik in het boek. Het gaat wel over toestanden van ongeveer 1000 jaar geleden en nog vroeger! Het startte met een zoektocht naar boeken over dat onderwerp, maar die kon ik niet vinden. Er waren wel veel zaken te vinden, maar alles was verspreid en ging meestal meer over geschiedenis dan over taal. Daarom ben ik er zelf aan begonnen.”
“Ik probeer voor mezelf vooral klaarheid te zoeken in de verhalen die handelen over de geschiedenis van de Normandiërs en hun links met de Franken, Engelsen, (Frans-)Vlamingen, Friezen, Picardiërs, Suevi, Henegouwers... Ik spits mij daarbij toe op de talen uit die tijd. Vooral op de bijbehorende webstek probeer ik mijn aanname te bevestigen met voldoende argumenten: Laaglandsinfo.jouwweb.be.” Of die veronderstelling ook voldoende onderbouwd is, zal de lezer zelf wel beoordelen. En mocht hij tegenargumenten willen aandragen, dan zijn die meer dan welkom. (GT)

 

 

5. Tijdschrift 'Romaneske' (nr 3, december 2013) (www.vlrom.be)

 

 

TITEL: Zoektocht naar oude sporen van het Nederlands in Normandië.

AUTEUR: Luc Vanbrabant

 

In dit artikel doet Luc Vanbrabant, schrijver van het boek De ontdekking van Nederlands in Normandië, uit de doeken hoe volgens hem het Nederlands niet enkel in Frans-Vlaanderen aanwezig is, maar ook een stuk meer naar het zuiden, in Normandië.

 

Wie van West-Vlaanderen naar Frankrijk op reis gaat, moet eerst 'Nord-Pas de Calais' doorkruisen. Als Vlaming herken je daar plaatsnamen die uit je taal afkomstig zijn (Steenvoorde, Hazebrouck, Berck...). Wie verder naar het zuiden rijdt, stelt vast dat zoiets ook voorkomt in Normandië (Dieppedalle, Clarbec, Caudecotte...). Enkele onderzoeksvragen dringen zich op: hoe groot is de 'Nederlandstalige' invloed geweest op deze plaatsen en kunnen we 'Nederlandstalig' überhaupt als term gebruiken? Hoelang heeft die invloed standgehouden en welke rol speelde hij in de omringende gebieden? Ons doel was op zoek te gaan naar resterende bewijzen van die aanwezigheid. Het bestuderen van plaatsnamen, familienamen en woorden uit Normandische dialecten kwam daarbij op de eerste plaats. Daarnaast wilden we nagaan wat de potentiële sprekers van het (Oud)Nederlands in deze gebieden met elkaar gemeen hadden: wie waren ze, waar woonden ze, was er een Germaanse cultuur en hoe waren hun onderlinge contacten?

 

1. Geografische en chronologische afbakening van het onderzoek

 

De aanhef 'Bigot' (bij God) vormt een kantelmoment binnen de West-Europese taalgeschiedenis: Rollo, de eerste hertog van Normandië, bezocht in het begin van de tiende eeuw het hof van de Franse koning in Parijs en werd daar uitgelachen omdat hij koning Karel de Eenvoudige en zijn gevolg in zijn eigen taal aansprak. Hij kende geen Frans – of Francien zoals de taal in Île-de-France werd genoemd – maar sprak een Diets dat aan het hof niet meer werd geapprecieerd. Hij moest zich dan ook met een tolk behelpen. Die gebeurtenis kan als een mijlpaal gezien worden omdat vanaf toen iedereen die zich belangrijk achtte, Frans moest spreken of leren. Het Franse koningshuis – en later de centralistische politiek in Parijs – gebruikte het Frans om te domineren over de wingewesten. Het kan ook gezien worden als impuls voor de steeds sneller o.a. in noordelijke richting verschuivende taalgrens die nu in Frans-Vlaanderen zijn eindpunt bereikt. Voordien spraken de mensen in deze noordelijke gebieden verschillende talen/dialecten. De – voor dit onderzoek – interessantste groep waren de mensen van wie de taal onder het hyperoniem (Oud)Nederlands kan worden geplaatst. Uit de plaatsnaamkunde, naamkunde, wapenkunde en zelfs reisbeschrijvingen