Welkom op

Twee kistjes...

 

Runen

 

Germaanse volkeren van Noord-Europa, West-Europa, Groot-Brittannië en Ijsland gebruikten runen om hun Germaanse taal te ritsen op voorwerpen, nog tot in de achttiende eeuw in Scandinavië. De runentradities van Scandinavië, Duitsland, Nederland en Engeland kenden allen een eigen ontwikkeling. De runenvondsten uit België en Frankrijk kunnen getuigen van een mogelijke runenkennis bij de Franken. Gedurende de vierde tot zesde eeuw werd het runenschrift verspreid over een groot deel van West- en Midden-Europa. De eerste Zuid-Duitse runenobjecten vallen samen met het begin van de Merovingische heerschappij (ca. 500 na chr.) en ook Engeland en Friesland waren sterk Merovingisch beïnvloed (hetgeen volgens Looijenga blijkt uit de numismatiek). Twee 6de eeuwse Merovingers hadden runenkennis: Venantius Fortunatus en koning Chilperic (34). Vanaf de negende eeuw verloor het schrift geleidelijk de concurrentiestrijd met het Latijnse alfabet.
Waar zou het runenschrift ontstaan kunnen zijn? In Noord-Italië zijn diverse varianten van het oude Etruskische alfabet overgeleverd. (Zie ook: http://www.omniglot.com/writing/etruscan.htm )
7de-5de eeuw voor Christus
etruscan1.large.gif
4de-3de eeuw voor Christus
etruscan2.large.gif
Een zekere gelijkenis met de runentekens valt op:
 
 
 
In de eerste eeuw na Christus zullen deze archaïsche alfabetten in Italië zijn verdrongen door het officiële Romeinse alfabet. Maar misschien mag men aannemen dat het runenalfabet in die eerste eeuw is ontwikkeld, en dat een archaïsch Noord-Italisch alfabet tot dan heeft kunnen voortbestaan in bepaalde uithoeken van het Romeinse Rijk. De vraag over het ontstaansgebied komt van Looijenga (34) doordat het haar opviel dat er zoveel West-Germaanse namen in het oudste materiaal voorkomen. De uitgangen van de gevonden namen waren volgens haar moeilijk vanuit het Noord-Germaans te verklaren, maar eenvoudig indien men aannam, dat ze West-Germaans waren. Het viel Looijenga op dat veel namen een West-Germaanse vorm hadden, alhoewel de objecten waarop de namen voorkwamen, waren gevonden in Deense moerassen en graven. Veel wees volgens haar op een West-Germaans gebied als leverancier van personen die runen schreven. De runen zelf dragen het kenmerk van een archaïsch alfabet; hun voorbeeld moet daarom ook een archaïsch alfabet zijn geweest. Ze schrijft dat de orthografie zeer nauwkeurig was, waarbij de klanken van de taal zich goed lieten onderscheiden. Deze nauwkeurige aanduidingen, met geijkte formules, wijzen op vakmanschap. O.a. verdubbelingen, gespiegelde en ornamentele runen lijken thuis te horen in de tradities rond de Noordzee.

Vandaag de dag worden runen sporadisch gebruikt als een bijzonder soort alfabet. Jammer dat de runen in de twintigste eeuw door de Nazi's hun onschuld zijn kwijtgeraakt. Gelukkig verliezen de runeninscripties geleidelijk die negatieve erfenis.

De vroegst bekende runen zijn volgens Fischer (14) gevonden in de moerassen van Thorsbjerg in Jutland (164 na Christus). Een kam, gevonden te Frienstedt in Thüringen, dateert uit de late 3e eeuw na Christus. Runen uit de Merovingische periode blijken vooral te vinden in drie zones langs water: de Noordzee, de Rijn en de Donau. De Noordzee en het Kanaal bieden vooral mannelijke artefacten (bv. zwaarden ) die met een Anglo-Friese Futhorc, herkenbaar zijn vanaf het begin van de 5de eeuw. Deze wijdverspreide vondsten suggereren eerder een los netwerk dan de resultaten van producties uit Angelsaksische kloosters van het midden van de 7de eeuw zoals vroeger werd gesuggereerd. Niet alles kwam dus automatisch uit Engeland. In Fréthun (Pas-de-Calais) vond men een zwaardheft uit 560 na Christus. In het museum van Saint-Dizier ligt een zwaardheft met runenteken uit een Frankisch graf (13), van dezelfde aard (nl. Bifrons-Gilton) als de vondsten in Fréthun, Engeland en elders. Langs de Rijn en de Donau, werden meer vrouwelijke zaken (o.a. broches) teruggevonden. Het lijkt er volgens Fischer op dat de runen langs de Noordzee en de Beneden-Donau ouder zijn dan die op de Rijn en de bovenloop van de Donau.

Een belangrijk citaat van Looijenga (34) over haar dissertatieDit onderzoek heeft op basis van de taalkunde in combinatie met archeologie kunnen wijzen op de sterke West-Germaanse inslag van de oudste runenobjecten. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat Scandinavië de bakermat van de runencultuur was. Ik hoop dat beeld iets te hebben bijgesteld. Het inzien van de mogelijke West-Germaanse oorsprong van het runenschrift heeft consequenties voor de interpretaties en wellicht ook voor de datering van sommige runenteksten.

 

 

De kiismeel van Mortain.

 

Een koffertje dat eeuwen stond te verkommeren in de sacristie van de collegiale kerk Saint-Evroult te Mortain, werd in 1864 'herontdekt' door een Normandische geleerde, de heer Henri Moulin (16). Het rechthoekige doosje met een scharnierend dak, is 13,5 cm lang, 5 cm breed en 12 cm hoog en dateert uit de zevende eeuw (17). Het kistje zegt van zichzelf dat het een 'kismel' is, maar zo'n woord wordt elders niet teruggevonden. Vandaar dat men aan een 'chrismal' denkt, een Chrismatorium of oliedoosje. Mevrouw Dubois (17) komt tot die conclusie, waarbij zij ook een Keltische stijl herkent, onder invloed van het klooster van Sint-Columba op het eiland Iona. Zij denkt dat het binnengebracht moet zijn vanuit Northumbrië door de halfbroer van Willem de Veroveraar, graaf Robert van Mortain, één van de helden van de Slag bij Hastings in 1066. Robert stichtte de kerk van St.-Evroult te Mortain, waar het kistje zich nu nog bevindt.

Mevrouw Gauthier (22) denkt daar anders over en mijmert in haar tekst (citaat p 296): ...C'est donc en Northumbrie, ou en Angleterre du Nord que fut probablement exécuté le Coffret d'Eada. Peut-être parvint-il à Mortain, pendu au cou d'un des missionnaires insulaires qui, compagnons de saint Willibald, de saint Willibrord ou de saint Boniface, prirent pied sur la côte normande pour se rendre à Rome et instruire sinon évangéliser les populations de Gaule franque et de la Germanie entre le milieu du Vll« et la fin du VIII« siècle...(23)

Graaf Robert van Mortain in Normandië (in het Engels ook 'Moreton') was in Engeland, graaf van Cornwall. Hij was de grootste landeigenaar na de koning en bracht vrede tussen Mercia en Northumbrië. De meeste historici geloofden dat hij bij die gelegenheid het beroemde kistje meebracht. Zulke voorwerpen van aanbidding kwamen veelvuldig voor en men vond ze belangrijk. Robert had een bijzondere devotie voor Sint-Michiel, die hij symbolisch meedroeg als standaard bij zijn veldslagen. Robert was de jongere broer van Odo van Bayeux en trouwde met de dochter van Hugh, graaf van Chester.

Zoals in de inleiding aangehaald, moeten we die twee verhalen alleen als een mogelijke hypothese aanvaarden, waarbij de wisselwerking tussen gelijksoortige stammen met een zelfde cultuur en taal eigenlijk de belangrijkste vaststelling is.

 

Omschrijving

Op de voorzijde staat een Christus Pantocrator, gekleed in een tuniek en met lang haar tot op de schouders. Hij geeft de zegen en houdt ook een boek vast. Rechts en links van hem zijn telkens een engel te zien, waarbij in het Latijn de volgende inscripties te lezen zijn: SCSMIH voor Sanctus Michaël en SCSGAB voor Sanctus Gabriël.

Interessant is het deksel achteraan, dat met runen is versierd, 39 tekens in het totaal.


mortain-jpeg.large.jpg

 (bewerkte foto uit museum)

 

Transcriptie:

 

schermafbeelding-2014-05-10-om-14-12-01large.jpg

 

 

Dat ziet er in onze letters zo uit:

good helpe æada

þiiosne kiismeel gewarahta

 

Mevrouw Dubois (17) stipt aan dat we de dubbele klinkers bij 'good, þiiosne' en 'ciismeel' ook kort mogen lezen.

 

Uitleg van de tekst:

æadan

De naam æada, êada kunnen we terugvoeren naar de Germaanse persoonsnaam *auda- (Vroegmiddelnederlands ode-/oede-, Oudengels ēad- en Oudnoors auðr-,bezit, welvaart, eeuwige gelukzaligheid). Aedan (Áedán , Àedan , Aedán en Aédan (18) Aud (19) oedewiin, odulf en oedulf (20) komen voor in het Nederlandstalig taalgebied (Nederlands-Fries-Vlaams-Nederduits) maar hebben meestal de stam od-. Denk aan 'al od', het hele bezit of allodium. Andere namen waarin die stam zit verborgen: Obrecht, Odalinde, Oade, Odiel, Odila, Oedsen, Uden, Odo, Otto, Aede, Aete, Aet, Edburga, Eda, Edegarde, Edmond, Edward...

Ook plaatsnamen hebben dit element. Denk aan Audincthun in Frankrijk (Auda-inga-tuna, 'tuin' van de lieden van Auda) en Audreselles (Auda-haris-sali, de zaal van het leger van Auda) (12) en de Belgische plaatsnamen Adinkerke (*audan kirika, kerk van Audo/Odo) Oetingen (Otinga, Otto-ingen, lieden van Otto) Ooigem (Audo-inga-heim, woonplaats van de lieden van Audo) Otegem en Ottenburg... (24)

þiiosne-diiasne

De Angelse of Noordhumbrische versie is 'þisne', de Nederlandse 'deze' (þthese theses inthisemo thesen...) en de Vlaamse: diesne, diene, dezene. Ik houd het bij het West-Vlaamse 'dii osne' (die onze). 'Osne' (oezne) komt nu nog voor als 'onze'.

ciismeel-kiismeel

-Hermann Harder (21) suggereert een geëvolueerde vorm van *cistmæl (kist-kruis)

-Maar 'meel/mele' wordt een enkele keer in het Nederlands ook gebruikt voor 'brood'. *cistmæl zou hier dan betekenen 'kist met (heilig) brood', een kistje waar men dus hosties in bewaarde.

-Dubois (17) gaat akkoord om het woord te laten afleiden van het Kerklatijn 'crismal(e)', dat duidt op een voorwerp met chrisma of 'Chrismal', een voorwerp met geconsacreerde hosties.

-In het Nederlands bestaat 'kies' (kis) van het werkwoord kiezen of keuren. Male bestaat dan weer voor beurs, tas of zak, alleszins een voorwerp om iets in te bewaren! Uitgelegd via het Nederlands kan 'kismaal' dus ook betekenen 'iets dat uitgekozen is en in een voorwerp wordt bewaard'.

Gauthier (22) schrijft dat zulke koffertjes thuishoren in de categorie van 'goudsmidbeurzen uit de 7de of 8ste eeuw'.

gewarahtæ- gewarahta

gewarahtæ (geworhte) van gewyrcan: maken

Alles is hier verwant met het Nederlandse 'werken' en 'gewrocht', meer bepaald (INL): ghewrocht ghewroct, ghewracht, ghewrachte. Een 'gewrocht' (ghewrocht, gewracht, ghewrachte) is een werkstuk of iets dat afgewerkt of klaar is. Bewrocht betekent (mooi) bewerkt. Gewrocht is ook nu nog in gebruik.

 

Saksen en West-Europa

Het Angels of Saksisch van Northumbrië en het Saksisch van de Lage Landen van West-Europa tot de Loire, liggen dicht bij elkaar en horen samen. De overbodige splitsingen die door de aanwezige spellingvarianten worden bevorderd zijn eigenlijk een nadeel in het bestuderen van de inhoud van de gevonden teksten. (29) Het niet te onderschatten probleem bij specialisten is dat zij de dingen uitleggen zoals zij door hun opleiding geleerd zijn uit te leggen. Hun opleiding maakt dat ze de neiging hebben te zien wat er te verwachten is. Observaties en interpretaties zijn twee verschillende zaken, waarbij 'amateurs' ook andere hoeken kunnen belichten die in het professionele veld (nog) niet aanwezig zijn.

 

De tekst

 

God helpe æadan

diesne kismeel gewrachte

(God helpe æadan

deze kismaal maakte)

 

Als ik het echt letterlijk uit mijn West-Vlaams wil vertalen dan schreef ik liever:

god helpe æadan

þii osne kiismeel gewarahta

( God helpe æadan

die onze kismeel maakte) 

 

 

Het kistje van Auzon (Frank's casket)

 

 

Een walvisbenen doosje werd in 1859 door een zekere heer 'Franks' ontdekt in de Franse gemeente Auzon. Later schonk hij dat kistje aan het Brits museum. Een deeltje van de 'doos' ligt in een Italiaans museum. (26) De onderkant van het koffertje is effen, de andere vlakken zijn overdadig uitgesneden en aangevuld met (Angel)Saksische woorden en één Latijnse zin. De kunstenaar had precies een 'horror vacui' want op ieder plekje staat wel een letter of een tekening.

Simmons (11.p67) gelooft dat de kist afkomstig is van Mercia, ondanks de verwijzingen naar Northumbria. Beide streken hadden in de zevende en achtste eeuw een Angels of Saksisch dialect. Het blijft dus delicaat om de oorsprong terug te vinden.

Maar het is in Frankrijk teruggevonden. En Frankrijk was in de middeleeuwen voor het jaar duizend voor een groot deel Germaans, met aan de zeekant een gelijklopende cultuur en taal als die van de Angelen en de Saksen op het grote eiland. Moest die gelijklopende cultuur niet zorgen voor gelijklopende artefacten? Zoals hier te lezen zijn buiten de twee kistjes die hier worden beschreven, nog andere voorwerpen met runen teruggevonden in Frankrijk (en elders).

De uitgebeelde verhalen zijn heel talrijk en op verschillende manieren interpreteerbaar. Ik heb geprobeerd om de tekst te benaderen met mijn Saksisch-West-Vlaams en te onderzoeken of dat enigszins matcht met de afbeeldingen. Het blijft een moeilijke oefening, maar één die moet worden uitgeprobeerd.

 

Beschrijving van de verschillende panelen

Voorkant (in die volgorde: runen, mijn West-Vlaams en Nederlands, Engels)

 

schermafbeelding-2014-03-31-om-17-18-31.large.jpg


Ondanks al die versieringen kunnen we hier op de voorkant waarschijnlijk de legende van Wieland de smid herkennen (zie op de webstek van 'Taaldacht' daarvoor).


fisc flodu ahof on fergenberig

warþ ga:sric grorn þær he on greut giswom

hronæs ban

vis vloedde naar haven op vergane berg

werd geestrik geroeren daar hij op grint gezwom

walvis been

De vis zwom naar de haven en botste op een zich verplaatste zandbank 

werd innerlijk (geestrijk) kwaad (geroerd), daar hij op grint zwom 

walvis been 

The fish beat up the sea(s) on to the mountainous cliff 

The king of terror became sad when he swam onto the grit. 

Whale's bone (27) 


Linkse paneel(in die volgorde: runen, mijn West-Vlaams en Nederlands, Engels)

 

schermafbeelding-2014-03-31-om-17-16-13.large.jpg

 

Romwalus and Reumwalus, twœgen gibroþær

afœddæ hiæ wylif in Romæcæstri,

oþlæ unneg.

Romwale en Reumwale tweeën gebroeder

gevoedde hen wylif in Romescaster

odle weg

Romwale en Reumwale twee broeders

een zijwolf voedde hen in Romeburcht

(de) weg van hun erfgoed

(waal: vreemdeling of iemand die een andere taal spreekt)

Romulus and Remus, two brothers,

a she-wolf nourished them in Rome,

far from their native land.


Rechtse paneel (in die volgorde: runen, mijn West-Vlaams en Nederlands, Engels)


schermafbeelding-2014-03-31-om-17-19-45.large.jpg

her hos sitiþ on harmberga

agl[.] drigiþ swa hiræ Ertae gisgraf

sarden sorga and sefa torna

risci / wudu / bita (In de afbeelding)

her hos' zitted op harmberg (of: Hier Hos zit...)

agil dragend zwo hier Ertae geschreef

zeer-de zorgen ende sefa toornen

risc - woude - bite

Hier Hos zit op de schadelijke berg (Het leger van Hos zit...)

met stress zoals hier Ertae schreef

pijndoende zorgen en geestelijke doornen

grassen - van het woud - bijte(n) (voedsel of eten) (de grassen uit het woud etende)

Here Hos sits on the sorrow-mound;

She suffers distress as Ertae had imposed it upon her,

a wretched den (?wood) of sorrows and of torments of mind.

rushes / wood / bite


Achterkant(in die volgorde: runen, mijn West-Vlaams en Nederlands, Engels)


schermafbeelding-2014-03-31-om-17-12-39.large.jpg

 

her fegtaþ

titus end giuþeasu

HC FUGANT HEUALM

afitatores

dom / gisl

hier vechted (of: leger vechted)

titus ende joden

hier vluchten jeruzalem

bewoners

doem gijzel

hier vecht het leger van Titus tegen de joden (of: hier vecht Titus tegen de joden)

hier vluchten de inwoners van Jeruzalem

gedoemd om als gijzelaars te leven

Here Titus and a Jew fight:

Here its inhabitants flee from Jerusalem.

Judgement / Hostag

 

Bovenkant

schermafbeelding-2014-03-31-om-17-17-31.large.jpg

 

ægil

aan of voor ægil

Op het deksel zien we hoe een boogschutter en een vrouw een vesting verdedigen. Boven de schouder van de schutter is het enige woord op die kant gekorven: ægili. Misschien is hier de legendarische Germaanse boogschutter 'Eil' (Oudnoords Egill) aan het werk (30).

 

Andere vondsten

 

Wat (groeiende) informatie over andere gevonden runenteksten in West-Europa.


-Alle runeninscripties gevonden in West-Austrasië en Bourgondië, o.a. Aarlen, Charnay en Chehery langs de Maas, behoren tot de begraafplaatsen van Frankische militaire buitenposten uit de eerste helft van 6de eeuw.


-Een Merovingische lepel, waarschijnlijk een geschenk, gevonden te Ichtratzheim, in de Elzas, iets ten zuiden van Straatsburg. Op de lepel staan naast de Latijnse naam Matheus, 2 woorden in runen geschreven: lepala (met p, niet met f!) en abuda, wat kan worden vertaald als lepel en geboden (een aangeboden lepel). (31)


-Aarlen: 7de eeuws christelijk graf van een Frankische vrouw (graf 17) met rijke grafgiften en een 'bulla' met volgende inscriptie:

godun --e srasuwa - udwo?oþ


-Een zilveren gesp, die in 1992 gevonden is in de Duitse gemeente Pforzen, in een zesde eeuws graf van Alemannen, een Germaanse stam. In de gesp zijn runen geritst, maar wat er staat is niet helemaal duidelijk. Hieronder een poging naast zovele andere (10).

 

aigil.  andi.   all (alu)  runḷ      NN

aigil    andi     all (alu)    runs   ing ing 

l.taHu. gaso^un

l.tahu   gasokun

Door mij vertaald als:

Aigil en alle runen van onze volkeren

al dage gezoeken (altijd zoeken)

Eigen (onze) en alle runen van onze volkeren zullen we altijd zoeken (raadplegen).


-Frankrijk, dat niet echt bekend staat als een Germaans land, bezit een aantal voorwerpen met runen die toch een duidelijke Germaanse oorsprong van het land laten vermoeden. Buiten Auzon en Mortain zijn runeninscripties gevonden te Arguel, Chaouilley, Charnay, Chéhéry, Fréthun, Saint-Brice, Saint-Dizier en Sorcy-Bauthemont.

Een voorbeeld. Op de fibula van Charnay staat de volgende tekst (34):

charnay-rune.large.jpg

fuþarkgwhnijïpzstblem                           :uþfnþai                        iddan: liano                eia

(futhark alfabet)                                      utvinden                       gedaan   allene           eia

Eia (water) heeft dit futharkalfabet alleen gemaakt.

 

 

-Ook Nederland heeft zijn runen. Er zijn tot nu toe 22 inscripties gevonden, o.a. te Bergakker, Borgharen, Ferwerd, Harlingen, Hitsum, Hoogebeintum, Kantens en Wijnaldum (2).

Een voorbeeld. Op het zwaardheft van Rasquert (Groningen) staat de volgende tekst:

schermafbeelding-2014-04-22-om-17-20-27.large.jpg

    ek u madit oka       (ik on ma(k)dit ook: Ik heb ook dit zwaard onklaar gemaakt)

 

 

-Fallward voetbankje.
In 1994 werd een voetbankje gevonden op een begraafplaats nabij Wremen (Duitsland), 4 km ten zuiden van de terp Feddersen Wierde en nu te zien in het museum van Bederkesa. Men houdt het op Saksisch 5de eeuws.


schermafbeelding-2014-04-23-om-09-14-23.large.jpg

 

(Bewerkte foto uit de catalogus van het museum, met dank aan 'CarolusMagnus' op Nifterlaca)

 

De stoel heeft aan de bovenkant geometrische versieringen met o.a. swastika's. Ik zie in de twee grote versieringen, twee dagsymbolen  (d) en aan de onderkant een schets van twee dieren. Op de zijkanten staan runeninscripties die van rechts naar links moeten worden gelezen.

schermafbeelding-2014-04-23-om-08-48-101.large.jpg

Door alles te spiegelen, kunnen we het beter lezen:

schermafbeelding-2014-04-23-om-08-48-10.large.jpg

      ksamella                     lguskaþi

 

Looijenga (34) legt het als volgt uit: Het eerste woord moet volgens haar worden verbeterd tot 'skamella', wat een leenwoord uit het Latijn is, scamellus, dat 'voetbankje' betekent. In het tweede woord herkent zij 'alguskadi': elkhurter (elandbeschadiger), wat ze verbetert naar elkhunter (elandjager). Voor haar is dit de naam van de hond: elandjager. (De eerste letter a neemt ze van de laatste letter van het eerste woord)

Mijn interpretatie (vanuit mijn Saksisch-West-Germaans):

k samella l guskaþi

ik samele al geskade : Ik verzamel al geschade: Ik breng al de gewonde (dieren) bijeen. (Of: Ik jaag de gewonde dieren op.)

 

 

-De vroegste runen die in Engeland zijn gevonden laten een contact vermoeden met de stammen van het vasteland die dezelfde cultuur en taal hadden. (kaart uit 34)

schermafbeelding-2014-04-22-om-16-45-14.large.jpg

 

 

 

 

-Bergakkervondst Nederland, een zwaardheft met volgende inscriptie:


200px-bergakker-runes.large.jpg

 

-Vertalingen op Wikipedia en  in het Engels gelaten (35):


-Quak (2000): Ha(þu)þ[e]was ann k(u)sjam log(u)ns

"[property] of Haþuþewaz. I bestow upon the choosers of the swords"

-Vennemann (1999): Haþ(ur)s ann k(u)sjam lōg(u)ns

"[property] of Haþur. I grant lodging to the swordblades"

-Seebold (1999): h(ǫ)þ(u)was ann k(u)sjam log(u)ns.

"I grant combat to the choosers of the sword"

-Odenstedt (1999): hā(le) þ(e)was ann k(eis)am lo(ka)ns:

"hale servants [warriors] I [the sword] like. I place cuts"

-Looijenga (1999): Hā(le)þ(e)was ann k(e)sjam log(e)ns.

"[property] of Hāleþewaz: He grants the swords to the swordfighters" (possibly a maker's inscriptions)

-Bammesberger (1999): Haþ(u)þ(u)ras ann k(u)s(j)am lōg(u)n[r]... 

"I grant to Haþuþuraʀ and his chosen [bride] the wedding-rune"

-Mees (2002): Ha(þu)þ[ȳ]was ann k(u)sjam lōguns. 

"[property] of Haþuþȳwaʀ. He grants a flame [=brand, sword] to the chosen"

-Grünzweig (2004): Ha(þu)þ(ewa)s ann k(u)sjam log(ō)ns 

"[property] of Haþuþyewaʀ - he grants the choosers [enemies?] the flame [sword?]"

-There is a possibility that the text refers to the Dutch-Flemish folk tale which survives in folk ballad 'Van Here Halewijn' (in English: The Song of Lord Halewijn). In that case the reading would be: Hā(le)þ(uin)s ann k(u)sjam log(u)ns "I grant Halewijn's [sword] to the chooser of the sword(s)", the chooser of the sword (vs. the noose) being the maiden/princess about to be killed by Lord Halewijn.


-Kats (36) : hatethewas: ann: kesjam: logens. Van Hatethewas... dit glanzende zwaard


-Mijn vertaling (zonder knip- en plakwerk):


h a t e þ e a g s : a t t : k e s j a m : : l o g e n s : s


Hate dagen at/bij speer leugens:  (Ik) haat de dagen wanneer het zwaard zijn doel mist

(met een zonnezegel-s erna)

 

 


 

Bronnen:

(Internetadressen geraadpleegd tot april 2014)

1. Henri Moulin, Dissertation historique et archéologique sur l’église collégiale

de Mortain, Mortain (Manche), typographie d’Auguste Lebel, 1864.

2. Dubois Marguerite-Marie, Le ciismeel runique du coffret de Mortain Université de Paris IV

3. Sur: http://www.meertens.knaw.nl/nvb/populariteit/naam/Aedan

4. Sur: http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/AUD/1

5. INL, entre autres sur:

http://gtb.inl.nl/iWDB/search?wdb=VMNW&actie=article&uitvoer=HTML&id=ID67751

6. Mentionné dans: Page R.T, An Introduction to English Runes, London, Methuen, 1973 p 166 (mais rejeté par Page)

7. Gauthier Marie-Madeleine, Le coffret de Mortain (Manche), p 295 dans:

Atsma Hartmut, La Neustrie, les pays au nord de la Loire de 650 à 850, colloque historique international, Bd.: 2, Sigmaringen, (1989)

8. Debrabandere F, e. a. De Vlaamse gemeentenamen, Davidsfonds 2010

9. van Overstraeten J, De Nederlanden in Frankrijk, VTB 1968

10. http://www.runenprojekt.uni-kiel.de/abfragen/deutung2.asp?findno=201&ort=Pforzen&objekt=Schnalle&showlesungnr=999&showcommentnr=9999

11. SimmonsAustin, the cipherment of the franks casket,sua manu primo mense primus MMX

Met veel christelijke uitweidingen en mooie afbeeldingen van het kistje.

12. Despriet Ph, Geschiedenis van Frans-Vlaanderen, Kortrijk 1988

13. Museum van Saint-Dizier, graf nummer 11, site de la Tuilerie

op http://snailfrog.tumblr.com/post/63963580075/runes-are-not-french-they-say-above-pictures

14. Fischer Svante, “Runes and Rivers - Typology and Distribution Patterns of Merovingian Period Runic Inscriptions along the North Sea, the Rhine, and the Danube” Department of Archaeology and Ancient History, Uppsala University 2011

15. SimmonsAustin, the cipherment of the franks casket,sua manu primo mense primus MMX

16. Henri Moulin, Dissertation historique et archéologique sur l’église collégiale

de Mortain, Mortain (Manche), typographie d’Auguste Lebel, 1864.

17. Dubois Marguerite-Marie, Le ciismeel runique du coffret de Mortain Université de Paris IV

18. Op: http://www.meertens.knaw.nl/nvb/populariteit/naam/Aedan

19. Op: http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/AUD/1

20. INL, o.a. op:

http://gtb.inl.nl/iWDB/search?wdb=VMNW&actie=article&uitvoer=HTML&id=ID67751

21. Aangehaald in: Page R.T, An Introduction to English Runes, London, Methuen, 1973 p 166 (maar door Page verworpen)

22. Gauthier Marie-Madeleine, Le coffret de Mortain (Manche), p 295 in:

Atsma Hartmut, La Neustrie, les pays au nord de la Loire de 650 à 850, colloque historique international, Bd.: 2, Sigmaringen, (1989)

23. Het is dus waarschijnlijk in Northumbria, of in Noord-Engeland dat het kistje van Eada werd gemaakt. Misschien kwam het in Mortain terecht, om de nek hangende van een van de missionarissen van het eiland, metgezellen van St.-Willibald, St.-Willibrord of Bonifatius, die voet aan wal zetten op de Normandische kust om naar Rome te trekken en de bevolking van het Frankische Gallië en Germania te onderwijzen en eventueel te evangeliseren tussen het midden van de zevende en het einde van de achtste eeuw.

24. Debrabandere F, e. a. De Vlaamse gemeentenamen, Davidsfonds 2010

25. van Overstraeten J, De Nederlanden in Frankrijk, VTB 1968

26. Het ontbrekende deeltje werd verkocht aan het Bargellomuseum in Florence. Het kistje was vroeger ook eigendom geweest van de kerk van Sint Julian in Brioude. (Wikipedia)

27. De Engelse vertaling is gebaseerd op de vertalingen die gevonden zijn op Wikipedia:

http://en.wikipedia.org/wiki/Franks_Casket en op

http://www.preteristarchive.com/Ancient_Revelations/epigraphy/0650_franks-casket.html en op

http://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details.aspx?objectId=92560&partId=1 en van (15)

28. Fischer Svante, Two papers on chamber graves, op internet:

https://www.academia.edu/1165870/_Two_Papers_on_Chamber_Graves_

29. Als geleerden binnen 1500 jaar de taal in West-Vlaanderen op eenzelfde manier moeten benaderen zullen ze bv. voor 'zee' al drie verschillende woorden vinden in diezelfde taal. (zee-zji-zèè). Wat ik ook merk, is dat veel van mijn West-Vlaamse woordenschat niet terug te vinden is in de woordenboeken, alhoewel het belangrijk is, want voor de studie van het Saksisch zijn het Fries en het 'archaïsche' West-Vlaams de dichtste erfgenamen.

30. Op: http://taaldacht.nl/2010/12/22/eil-en-alruin/#more-2399

31. Fischer Svante, An Inscribed Silver Spoon from Ichtratzheim (Bas-Rhin) Journal of Archaeology and Ancient History 2014 Number 11 Editors: Frands Herschend and Paul Sinclair.

32. Soulat Jean, La présence saxonne et anglo-saxonne sur le littoral de la Manche

op: https://www.academia.edu/1146646/La_presence_saxonne_et_anglo-saxonne_sur_le_littoral_de_la_Manche

33. Guinet Louis, Otlinga Saxonia. Etude philologique Annales de Normandie, jaargang 28 nr1, 1978. pp. 3-8.

34. Looijenga Jantina Helena, Runes around the North Sea and on the Continent AD 150-700; texts & contexts dissertatieRijksuniversiteit Groningen Nederland1997

op: http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/arts/1997/j.h.looijenga/

of: http://irs.ub.rug.nl/ppn/163895791
35. Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Bergakker_inscription

36. Kats E, Runen in Nederland, op: http://www.schrijfkoffer.nl/inh/_inhoud.php?onderdeel=studie?verhaalnum=44