Welkom op
schermafbeelding-2014-08-27-om-05-52-51.large.jpg

 

 

 

De thema's uit het boek zijn aan vernieuwing en uitbreiding toe, zodat ik met de tekst hieronder een poging waag om er een nieuwe versie van te maken. Het boek bleef de kapstok omdat ik ondervind dat de aannames nog altijd gelden. Het geheel moest echter weer duidelijker worden. Onderwerpen die maar halvelings met het thema te maken hadden, heb ik er uit gehaald. Die zullen wel als aparte stukjes verschijnen bij de 'gevarieerde verhalen' elders op deze webstek. De vele aanvullingen worden er nu in verwerkt, samen met ondertussen nieuwgevonden materiaal, samen met verbeteringen van zaken die mij fout leken en samen met  meer uitleg waar ik het nodig vond. Daar dit onderwerp altijd 'in evolutie' is door het constant vinden van materiaal, zal een laatste versie altijd wel tijdelijk blijven. Gelukkig is dat met het internet geen probleem. Zo wordt deze webstek eigenlijk een tweede, geheel herziene versie, die stapje voor stapje, hoofdstuk per hoofdstuk op het internet zal verschijnen. Beschouw het boek uit 2013 als een eerste poging om via mijn visie, de mist te doen optrekken rond gebeurtenissen die zich honderden jaren geleden afspeelden. U hoeft het niet met mij eens te zijn, maar ik hoop u toch enkele boeiende leesmomenten te kunnen schenken. Neem gerust contact op als u wilt converseren over al die onderwepen.

 

 Een soortgelijke afbeelding zal meeschuiven naar beneden (zie verder)

normandie.large.jpg

Wat boven de gelijkaardige afbeelding staat is verwerkt, wat er onder staat moet nog aan de beurt komen.

 


 

 

 

 

 

Nederlands in Normandië?

 

 

 

Nederlands in Normandië in het eerste millennium... De titel is provocatief natuurlijk! Met 'Nederlands' loop ik gewild hard van stapel, want in de titel had ook (West)Nederfrankisch of Saksisch of (West-)Vlaams of Fries of Friso-Vlaams of Noordzeewestgermaans of... kunnen staan.

 

Wie van West-Vlaanderen naar Frankrijk reist, herkent in het noorden plaatsnamen die oorspronkelijk Nederlands waren (Steenvoorde, Hazebrouck, Berck...), maar doorrijdend naar het zuiden, blijkt dat ook voor Normandië te gelden (Dieppedalle, Clarbec, Caudecotte...).

Enkele onderzoeksvragen dringen zich op: Hoe groot is de 'Nederlandstalige' invloed geweest op deze plaatsen en kunnen we 'Nederlandstalig' überhaupt als term gebruiken? Hoelang heeft die invloed standgehouden en welke rol speelde hij in de omringende gebieden?

Met op zoek te gaan naar resterende bewijzen van die aanwezigheid door het bestuderen van plaatsnamen, familienamen en woorden uit Normandische dialecten kunnen we antwoorden vinden. Daarnaast is het interessant te vernemen wat de potentiële sprekers van het (Oud)Nederlands in deze gebieden met elkaar gemeen hadden: wie waren ze, waar woonden ze, was er een gemeenschappelijke Germaanse cultuur en hoe waren hun onderlinge contacten?

Geografisch gezien loopt het onderzoeksgebied van de Loire in het zuiden tot de delta van Schelde, Maas en Rijn in het noorden. Binnen dat gebied woonden tot ver na de 10deeeuw (Frankische) bevolkingsgroepen die hun eigen taal spraken. Voor de 'Normandische' Germanen gebruikte men namen als Dani, Norreiz, Northmanni, Saksen en Friezen.

Wat betreft de periodisering, bestudeerde ik de Germaanse talen die vanaf de oudheid tot in de middeleeuwen gesproken werden in wat nu Frankrijk, België en Nederland heet. Germaanse taalrelicten werden opgespoord vanaf de verovering van Gallië/Germanië door Julius Caesar tot ruwweg de tijd van de kruistochten. Binnen die periode is het tijdperk van Karel de Grote heel belangrijk voor het al of niet verhuizen van bevolkingsgroepen. Om zijn rijk stabiel te houden heeft Karel de Grote heel wat volkeren 'herplaatst' in zijn rijk; of zijn mensen ook gewoon veiligere streken gaan opzoeken.

 

Nederlands?

Franz Petri (1) en gevolgd door J. Ginneken (2) opperden nu al een tijd geleden (interbellum) dat de Germaanse invloed in Frankrijk zeker aanwezig was tot in Normandië. De meeste geleerden hebben die piste niet gevolgd, vooral omwille van subjectieve redenen: na de tweede wereldoorlog met zijn nazi's kreeg 'Germaans' een negatieve connotatie. Gelukkig bekijkt men ondertussen het Germaanse in West-Europa al wat objectiever.

Door de artikelen heen zal een attente lezer zeker kunnen ontdekken dat aan weerszijden van Het Kanaal, Oost-Zuid-Engeland aan de ene kant en de kuststrook van de Loire-monding tot aan het grote deltagebied van de Schelde-Maas-Rijn aan de andere kant, de volkeren in het eerste millennium een gelijke taal, zij het met verschillende accenten, spraken.

Het woord 'Saksisch' kan verwarring stichten. Er zijn Saksische stammen in Engeland, in Normandië, in (het latere) Vlaanderen en in Noord-Duitsland. Voor mij zijn de taalovereenkomsten van de 'Duitse' Saksen vooral te wijten aan de verhuispolitiek van Karel de Grote. Hij zorgde voor een herinrichting van het Europese landschap door hele stammen te verplichten van woonplaats te veranderen. Zo bleef hij hen de baas en kon hij ze beter controleren en onderwerpen. Zo kwamen waarschijnlijk Saksen uit Normandië in Vlaanderen terecht en werden Vlamingen naar Noord-Duitsland gestuurd waar hun verre voorouders misschien vandaan kwamen. Dat kan een reden zijn waarom de talen van al die streken veel gemeen hebben, en vroeger al een zelfde noemer kregen, nl. Nederduits. Het Angelsaksisch, het Engels, het Fries en het (Kust-)Vlaams hebben hun wortels in het oude Saksisch. De westelijke kant van het Vlaams werd minst beïnvloed door het Brabants en bleef daardoor behoorlijk Saksisch. Het 'Dania' en 'Norreiz' van Normandië waren nog niet het Deens en Noors van later, maar twijgjes aan dezelfde (Nederlandstalige/Nederduitse) tak. De sporen die we tot de negende eeuw voor deze 'Denen' en 'Noren' vinden, verwijzen naar plaatsen en gebeurtenissen die zich afspelen in West-Europa. Pas vanaf de negende eeuw kunnen we 'Noormannen' ook met de aanstormende Vikingen associëren.

Binnen de westelijke varianten zijn een aantal talen pas laat in de middeleeuwen uit elkaar gegroeid: het Dani en Norreiz, die later hub stempel drukten op de Scandinavische talen, het Saksisch, waaruit later het Fries en Vlaams en het Engels ontstonden. Het gesproken Engels van vóór de 'Franse' invloed was een Saksisch dialect, een Angelsaksisch of Kents, verwant met het Angels, het Saksische Fries, het Vlaams en het Dani en Norreiz van Normandië. Het beroemde middeleeuwse zinnetje 'hebban olla vogalas...' moet men dus niet per se in een Kents of Vlaams hoekje willen duwen!

Een 'Noorse' of 'Deense' invloed vinden in Groot-Brittannië of Frankrijk blijkt een uiterst moeilijke taak: Vlaams, Dani, Norreiz, Fries, Angels, Saksisch, Frankisch... waren allemaal takjes aan eenzelfde taalboom, toen misschien te onderscheiden maar nog niet te scheiden. Het lijkt me dan ook overbodig om voor die tijd die talen te splitsen. Ze apart willen bestuderen kan natuurlijk wel, zolang men niet vergeet dat ze aan dezelfde taaltak hingen. Die taaltak heet voor mij (Oud)Nederlands. Het Nederlands bezit Angelse, Saksische, Friese, Vlaamse en Rijnlandse elementen, waardoor het passend kan worden gebruikt. Het is ook zo dat men 'Nederlands' letterlijk kan gebruiken: de taal in de vlaktes van West-Europa. Mij lijkt het hierbij wel overdreven om zo dikwijls de stempel 'Oud-Hoog-Duits' uit de kast te halen.
Diets i.p.v. Nederlands had ook gekund, maar laat ik voor wat het is want het gebruik ervan lijkt mij nog altijd heel politiek geladen. 'Noordzeetaal' lijkt mij ook een mogelijkheid, enz... Uiteindelijk gaat het hier over de evolutie van een Germaanse taal, in het nu Romaanse Normandië, met verwante verhalen in Vlaanderen, Friesland en andere streken waar ooit Saksen woonden (3)...

 

 

 

Bronnen:
1-Petri Franz, Germanisches Volkserbe in Wallonien und Nordfrankreich Bonn 1936
2-van Ginneken J, Tijdschrift Onze Taaltuin (jaargang 6 nr 4) via dbnl .org
3-Vanbrabant Luc, De ontdekking van Nederlands in Normandië, Boekscout Soest 2013
 
 
Beknopte geschiedenis met vraagtekens 

 

 

Wanneer men het over Normandië heeft, komen telkens dezelfde clichés over Vikingen, Noormannen, Noren, Denen, Noors, Deens, Scandinavisch... terug. Een snek als logo en restaurants die 'Le Viking' heten zijn overal in Normandië terug te vinden. Vooral in de 19de eeuw smukte men de aanwezigheid van Vikingen in Normandië op tot er uiteindelijk een toeristvriendelijk vikingbeeld overbleef. Hier probeer ik een aantal zaken in een andere context te plaatsen.

De vroegste geschiedenis


Caesar kwam naar Belgica op zoek naar roem, rijkdom, graan en ertsen. Hij gebruikte manschappen uit Rome en West-Europa om zijn macht aan te tonen en te verzekeren in Rome. Caesar vond in West-Europa bevolkingsgroepen die voor de Romeinen heel exotisch waren. Enkele daarvan kon hij overtuigen om mee te werken, anderen daarentegen bleven hem en zijn leger bestrijden tot de laatste man.
Caesar wilde de Romeinen doen geloven dat in West-Europa alleen maar 'Galliërs' woonden, wat een politiek statement was. Daarom ook bestempelde hij volkeren kunstmatig als 'Germaans' als ze 'over de Rijn' leefden en als 'Galliërs' als ze aan de andere kant leefden. Van de La Tène beschaving, meestal gezien als een cultuuruiting van de Galliërs, is archeologisch materiaal te vinden aan weerszijden van de Rijn. Caesar had met zijn uitspraken gewoon een mooi excuus om 'Germanen' te verdrijven. Zijn stelling valt volgens 'Lendering-Bosman'(1p19) archeologisch niet te bewijzen.  Hoogstens kan men vermoeden dat er in Europa Kelten leefden en dat sommige Kelten (hoeveel?) ook Germaans spraken. Germanen en Kelten waren in de beschrijvingen bij Julius Caesar moeilijk te (onder)scheiden. Er zijn honderden Germaanse toponiemen terug te vinden in wat nu Frankrijk is, buiten het gebied van Gallia Belgica, samen met relicten van Germaanse stammen en archeologische artefacten die als voorlopers van Merovingisch en Karolingisch materiaal kunnen worden beschouwd. In die gebieden was de Germaanse taal, naast andere talen, aanwezig.
Volgens Tacitus woonden er Germanen binnen de grenzen van het Romeinse Rijk toen het leger van Caesar daar aankwam. 'De Boone' (2) schrijft dat met de term “Franken” tijdens de 3de eeuw de Chaukische, Friese en Chamaafse kustbewoners uit het noorden werden bedoeld.
Constantius Chlorus trof volgens De Clercq (3) bij zijn veldtocht in 290 Friezen aan in het Scheldegebied en die werden na hun onderwerping door Constantius, gedeporteerd en als boeren tewerk gesteld in de regio rond Amiens, Bayeux, Troyes en Langres.
Uit een lofrede voor Constantius (4): Nu ploegt dan de Chamaaf en de Fries voor mij en die beruchte zwervers, die rovers, tobben zich af in modderig landwerk. Door uw macht, Augustus Maximianus, heeft de Frank de braakliggende akkers bebouwd, zo groent nu weer opnieuw door Uw overwinningen, Caesar Constantius, al het land dat dun bevolkt was door boeren uit den vreemde.
Hij sprak dus niet over een aanvallende intocht van bepaalde volkeren. Een groot voordeel voor de daar al wonende bevolking was dat de 'barbaren' land bezetten dat nog onbewoond was en zo vruchtbaar kon worden gemaakt. Het gaat hier over Friezen en Saksen en... die van elders naar West-Europa afkwamen. Het waren dus de 'barbaren' en hun kinderen die Normandië' hielpen (her)bevolken. De infiltraties zorgden voor een culturele osmose. Zo komt het ook dat in demografische studies weinig breuken te merken vallen in verband met de bewonersaantallen in de derde en vierde eeuw. (Du Pâquier 5) Langzaam verdwenen daarbij de Gallo-Romeinse namen voor bijna exclusieve Germaanse toponiemen.
De macht die Rome verwierf, was niet eeuwigdurend. Vanaf de derde eeuw vertrokken de Romeinen schoorvoetend. Hun macht verzwakte binnen de bezette gebieden. De verdediging van hun grenzen vertoonde meer en meer gaten. In de vierde eeuw zocht het Romeinse leger manschappen waar ze maar konden. In het oosten bestond 28% van het leger uit barbaren, in het westen zelfs tot 60%. Dat was niet vol te houden, want zo vochten Germanen tegen Germanen. Apollinaris vermeldde in de 5de eeuw dat het Latijnse woordgebruik in Belgica en het Rijnland was verdwenen. (Lendering 6) Aan het einde van de vijfde eeuw hoorden de meeste westelijke provincies niet meer bij het Romeinse Rijk. (Barnes 7) Waar en wanneer de grens van het Romeinse rijk precies verschoof, is nu nog altijd geen uitgemaakte zaak.
In de vroege middeleeuwen was het onmogelijk om het aandeel van de verschillende bevolkingsgroepen goed in te schatten. De bronnen zijn heel schaars. De Gallo-Romeinen vormden een deel samen met zich installerende en voorbijtrekkende Franken, Bourgonden, Friezen, Vandalen, Alemannen, Gothen en Saksen...
Volkeren lokaliseren op een kaart moet men met heel veel omzichtigheid doen. Veel stammen worden over heel West-Europa geplaatst, terwijl de gebeurtenissen bij nader inzien alleen echt passen binnen een kleiner woongebied. Europa was toen niet zo dicht bevolkt. Grote afstanden afleggen in korte tijd was niet evident. Als die stammen zo ver van elkaar woonden, kon er van vredevolle of vijandige contacten niet zo vaak sprake zijn geweest. Toch waren die er.
De 'volksverhuizingen' waarover later zo veel wordt geschreven, kunnen volgens mij verschillende betekenissen hebben:
-interne omzwervingen,
-rivaliserende twisten tussen stammen en familieruzies
-wegvluchten uit een armoedig bestaan (zijn geluk elders zoeken)
-vluchten voor vijanden
-handel drijven
-roven: andermans rijkdommen stelen
-vrouwen afsnoepen om de stam gezond en talrijk te houden
-betere woonruimtes creëren
-vruchtbaarder grond vinden...
De kroniekschrijvers van Neustrië verzekeren ons ook in hun geschriften dat de erfeniskwesties binnen de gezinnen een aanleiding waren voor zwerftochten en piraterij. Bij veel Germaanse stammen was alleen de oudste zoon de erfgenaam. Die bleef wonen in het familiedomein. Meisjes werden zo goed als mogelijk uitgehuwelijkt. De andere zonen dienden zelf een leven op te bouwen en hun geluk te zoeken. Zo zochten die alleen of samen, met of zonder wapens, naar buit om hun leven beter in te richten. Piraterij en economisch handelen overlapten elkaar.
Bij de belangrijker wordende Franken werd het erfrecht zo geregeld dat alle mannelijke nazaten recht hadden op de bezittingen van hun overleden vader. Dat bracht dan weer met zich mee dat ze elkaar dikwijls naar het leven stonden. Ook die rivaliteiten en hun gevaren waren redenen om elders 'geluk' te zoeken.
Verplaatsingen konden ook gebeuren binnen de West-Europese gebieden. Als heiden bv. was men alleen veilig tussen andere heidenen. Wie in een dorp leefde dat christelijk werd, moest, als men heiden wilde blijven, op zoek naar veiliger oorden, ook al was dat maar zover tot ze je niet meer kenden. Dit wordt ook gestaafd door 'Du Pâquier' (5) die enkele concrete voorbeelden geeft van de 'kerk' die jacht maakte op zondaars:
-Infanticide:
Het was het recht van de ouders om hun kinderen om te brengen. Vooral meisjes waren daarvan het slachtoffer. Dat werd in de vierde eeuw veroordeeld maar bleef nog honderden jaren in gebruik.
-Abortus en contraceptie:
In het westen werd dit op grote schaal toegepast als we de vele veroordelingen van de kerk en de bijhorende beschrijvingen van de 'vleselijke zonden' mogen geloven.
-Gemeenschap:
Er schoot niet veel tijd over om het gezellig te houden wanneer de kerk gebood om geen gemeenschap te hebben op dinsdag, vrijdag, zaterdag en zondag, tijdens de vasten en op bepaalde kerkelijke feesten.

Het Frankrijk van latere datum omschrijft de vermeende 'volksverhuizingen' steevast negatief met 'invasions barbares, colonisations barbares, mœurs barbares'. Op bepaalde momenten zal het er wel redelijk anarchistisch aan toegegaan hebben, maar dat was langs beide kanten zo.
De Germaanse aanwezigheid (infiltratie) zorgde voor het ontstaan van (Gallo)Germaanse koninkrijkjes met uiteindelijk een 'Chlodwig' (Clovis) als barbarenkoning in zijn Nieuw-West-Rijk (Neustrië): Hij overmeesterde op het einde van de vijfde eeuw de streek tussen de Wisera (Oise) en de Alba (Aube). Die Germanen lagen aan de oorsprong van de latere Franse adel. De adel van het 'Ancien Régime' beweerde dat de aristocratie uit die Germaanse stamhoofden was ontsproten. Zij waren de kompanen van hun 'Frankenrijkse' koning, een vrije man, een Frank! Die germanofolie kreeg in de twintigste eeuw de doodsteek door de twee wereldoorlogen die zorgden voor een nog altijd durende romaniserende reflex van de vroege geschiedenis van Frankrijk, samen met de door de Fransen dikwijls gemaakte verwarring tussen 'Duits' en 'Germaans'.
Van het gebied van de Rijn-Maas-Scheldedelta tot aan de grenzen van het latere Bretagne woonden dus Germanen (met Kelten) verspreid door elkaar. Maar ook de veldslagen tussen de Friezen en Romeinen of tussen de Friezen en Franken vonden plaats in dat gebied.
In de 4de eeuw woonden Saksen in West-Vlaanderen, bij de Aa, langs de Schelde, in het Boonse (Boulogne), in de Bessin (Bayeux) en bij de monding van de Loire.
Dit stond op het epitaaf van Rollo (Vitalis 8):

DUCENTEM FORTES REGEM MULTASQUE COHORTES
DEVICIT DACIÆ CONGREDIENS ACIE.
FRIXONAS, WALCROS, HALBACENSES, HAÏNAUCOS,
HOS SIMUL ADJUNCTOS ROLLO DEDIT PROFUGOS.
'Midden de veldslagen overwon hij de vele cohorten van de Dacia.
Friezen, Mensen van Walcheren, van de Halba en van Henegouwen
moesten voor hem op de vlucht.'

praalgraf-rollo.large.jpg

(uit Wikipedia bij Rollo)

Het is vrijwel onmogelijk om het aandeel van de verschillende bevolkingsgroepen goed in te schatten. Er zijn te weinig bronnen aanwezig. Het mag wel duidelijk zijn dat de Germaanse invloed heel groot was. Tijdens de regering van Karel de Grote werden de geestelijken er op gewezen dat ze in 'lingua theotisca' (Diets) of in 'lingua romana' (Romaans) moesten preken.
In de Merovingische en Karolingische tijd behoorde Normandië tot het Niew-West-Rijk (Neustrië) het westelijke deel van het Frankische keizerrijk. Het is in die tijd dat we in aanraking komen met namen als Franken, Northmanni, Noormannen, Dani...
De Annales Vedastini vermelden in 890: De Noormannen navigeerden de Seine op en de Oise en bereikten Noviomagus, waar zij een kamp voor de winter oprichtten.
Die Noormannen en Dani, werden toen niet beschreven als mannen uit het noorden maar als gewelddadige buren. De vroegste Engelse bronnen beschreven hen als de 'Oostmannen', buren uit het oosten. Als Franken meededen met die 'Oostmannen' is het begrijpelijk dat er ten zuiden van Dublin een gemeente 'Roslar' ontstond, een naam die ze konden meebrengen van bij ons: Roeselare (Roslar in 822). Of Roeselaar (Roslere 1002 Roslara 1003 Roslar 1138, bij Aalst). De heer Críostóir Ó Ciardha (9) schreef mij over Roslar in Ierland het volgende:
-'Rós' in Irish has a number of possible meanings depending on the topography, but is usually translated 'headland' (it can also mean 'wood') although in its maximal sense it means 'wooded land sloping toward a water source, usually a sea'.
Dat 'riet' uit Roeselare groeide ook in een moerassig landschap met bronnen.
-'Láir' means simply 'centrally placed, at the centre of, middle'.
De heer Debrabandere (10) durft in zijn boek over gemeentenamen bij het woordje 'laar' alleen kwijt dat de uitleg alle kanten op kan en dat op dit ogenblijk de betekenis 'open plek in het bos' de voorkeur verdient. In de toponymie verwijst het volgens hem naar woeste onbebouwde grond, heide en minderwaardig grasland. Gysseling schrijft in zijn woordenboek over -hlǣri: bosachtig moerassig terrein.
De heer Críostóir Ó Ciardha vervolgt dan:
-There is a tenuous connection to Flemish. Wexford was settled in 1169 by Anglo-Normans from south Wales -one area of which (if memory serves me, the Gower) had been heavily settled by Flemings. There can be little doubt that Flemish-speakers were a part of the retinues that migrated to Wexford at the time - including, of course, Rosslare - and I am sure there are many Norman French surnames of Flemish origin or flavour in the area.
Worsae bij Steenstrup (11) schrijft: 'The Norwegians erected in every city a town of their own, surrounded with deep ditches... They built a rather extensive town near the old city of Dublin which obtained the name of Ostman town, in Latin, villa Oustmannorum.'
Vrij vertaald: De 'Noren' stichtten in elke stad een eigen stad, omgeven door diepe sloten ... Ze bouwden een vrij uitgebreide stad in de buurt van de oude stad Dublin, die de naam Ostmanstad kreeg, in het Latijn, villa Oustmannorum.
De veroveringen en plunderingen konden dus gebeuren van binnen West-Europa. Noormannen en de Vikingen hadden zo aparte verhalen die elkaar al of niet overlapten of aanvulden. Het was volgens mij vooral in Laag-Normandië dat we de Northmanni moeten situeren, daar waar we veel 'Noors-Deense' toponiemen terugvinden. Anders geformuleerd: Noormannen leefden in Normandië. Als Sint-Omaars aangevallen wordt door 'Noordmannen', komen die uit het zuiden. (commission 12) Misschien bestempelde men de 'Noordmannen' als het eerste noordelijk volk dat Germaans (Noords) sprak. Het Normandisch gebied zocht later ook geen contacten met het Noorden, wel met de leiders van het Capetingse Frankrijk en zijn christelijk onderwijsnetwerk.

Verdere crisissen in de 9de-eeuwse Karolingische staat leidden binnen West-Europa tot grote veranderingen. De volksverhuizingen in de vroege middeleeuwen lijken mij voor het uitzicht van Europa minder bepalend te zijn geweest dan de vele oorlogen van Karel de Grote. Zijn tijdperk was beslissend voor het al of niet gedwongen settelen van heel wat stammen en volkeren binnen Europa.

De geboorte van Normandië in 911 mag als startdatum van de vorming van het hertogdom van Normandië worden beschouwd. Toen kreeg Rollo van koning Karel de Eenvoudige met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte het gebied rond de Seine-monding in leen. Rouen werd de hoofdstad en in dat hertogdom woonde in die tijd een bevolking die grotendeels was samengesteld uit Gallo-Romeinen, Saksen, Friezen en Franken.
Delepierre (13) schrijft, dat volgens een historicus uit de elfde eeuw, door de geleerde Lambecius en Dom Bouquet aangehaald, men alleen vanaf 888 een onderscheid begint te maken tussen de Fransen die de Vlaams-Teutoonse taal spreken en de Fransen die 'Romaans of Latijn spreken:
Hinc divisio facta est inter Francos teutones et Francos latinos,
en Dom Bouquet voegt er nog aan toe:
natio gallica duas in linguas divisa fuit, romanam nempè et teutonicam.
Het was pas vanaf de tiende eeuw dat het gebruik van de Romaanse taal belangrijk werd. En onder Karel de Grote en zijn opvolgers zijn meer gegevens gevonden over een Vlaams/Rijnlandse (Teutoonse) taal dan over een Franse of Romaanse taal.

Rijckaert zonder Vreese is de held en hoofdpersoon van roman (Een schone ende wonderlijcke historie van Rijckaert zonder Vreese, sone van Robrecht de Duyvel, hertoghe van Normandien, die door sijne kloecke daden ende voorsichticheyt koninc van Enghelandt wert), een anonieme zestiende-eeuwse vertaling van een Franse prozaroman (Le romant de Richart sans Paor) op basis van een oudere, verloren gegane versie. De historische Rijckaert, Richard I van Normandië (933 – Fécamp 996) of Richard zonder Vrees, was de eerste hertog van Normandië. Hij was de zoon van Willem Langzwaard en kleinzoon van Rollo. Hij kreeg o.a. een Franse hertogelijke dochter als vrouw met als bedoeling dat de kinderen uit dat huwelijk Franstalig zouden opgroeien.(14) Ook hij sprak dus nog te weinig Frans.

 

Gebruikte bronnen:
1. Lendering-Bosman, De Rand van het Rijk. De Romeinen en de Lage Landen Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2010
2. De Boone W.J, De Franken. Van hun eerste optreden tot de dood van Childerik Amsterdam 1954: 15, 46, 61
3. De Clercq Wim e.a, Een meerperioden-vindplaats langs de Schelde te Zele Kamershoek. Een grafheuvel uit de Bronstijd, een erf uit de Gallo-Romeinse periode en sporen van Germaanse inwijkelingen. Uit: Een lijn door het landschap. Archeologie en het VTN-project 1997-1998, p 223 e.v. (internet)
4. Mamertin (3de 4de eeuw), VIII(V).8.1: Eumenius, Pan. Constantio Caesari, Editions Panégyriques latins CUF Parijs 1949, 1 maart 297
5. Du Pâquier jacques, e.a. Histoire de la population française, des origines à la renaissance, presse universitaire de France, Paris 1988
6. Lendering J, De randen van de aarde. De Romeinen tussen Schelde en Eems (2000)
7. Barnes Ian, Ridders en kastelen, Librero 2012 (2006 Engelse versie)
8. Vitalis O, Histoire de Normandie, Volume 26 Parijs 1825 (Google eBoek)
9. Op 23.02.2003 bij het Lowlands forum, http://lowlands-l.net/
10. Debrabandere F, e. a. De Vlaamse gemeentenamen, Davidsfonds 2010
11. Steenstrup J, Les invasions normandes en France, 1969
12. Commission départementale des monuments historiques, Dictionnaire historique et archéologique du Pas-de-Calais, Arras 1873-1883 (Google eBoek)
13. Delepierre Octave (naar Joseph Bosworth) De l'origine du flamand avec une esquisse de la littérature flamande et hollandaise (Google eBoek) uitgeverij Hennebert Doornik 1840
(januari 2015)
 

 

Normandië

 

 

Normandiërs

 

Volgens Sermon (1) en Milis (2) werd pas vanaf de 13de eeuw het schrift verspreid buiten de kerken en de abdij(scholen). Zij claimen dat monniken 0,28 tot 0,42 % vertegenwoordigden van de bevolking en verantwoordelijk waren voor 65 tot 98 % van de schriftelijke informatie. Bovendien  kwamen zij uit de kring van machthebbers, maximum een 10 % van de bevolking. Het verschil tussen de adel en het gewone volk moet groot zijn geweest. We vinden in hun geschriften alleen datgene terug wat ze zelf belangrijk vonden en dat was zeker niet het leven van de gewone man. Als men dus schrijft over de taal die wordt gebruikt in een bepaalde streek moet men daar zeer omzichtig mee omgaan. Die taal zal hoogstwaarschijnlijk slaan op de bevolking waar men bij hoorde, de elite. Een 'Franstalige' elite bijvoorbeeld zal niet spreken van de 'barbaarse' talen van het gemeen. Wanneer we talen ontcijferen op grafstenen uit die tijd moeten we dat ingedachten houden, want die stenen vertelllen alleen met welke taal de elite zich graag voorstelde. Daar kan men niet uit afleiden welke taal ze spraken en al zeker niet welke taal het gewone volk sprak. Veel Vlaamse grafzerken uit de 19de eeuw zijn in het Frans opfgesteld omdat dat toen de elitetaal was. Dat vertelt ons ook niet dat die taal door het gewone volk werd gesproken.
Wat in de ogen van de elite onbelangrijk was, werd niet beschreven noch verzameld.Toch kunnen we een aantal zaken proberen te kaderen, door te kijken naar de namen van de stammen, naar hier en daar vertaalde woorden die in de kronieken en wetten te vinden zijn, naar de namen van de mensen en naar de namen die aan gedragingen, voorwerpen, woonplaatsen en streken (...) werden gegeven. Soms blijkt dat al een zo grote puzzel. Men moet er zich ook voor hoeden om alles in een Latijnse, Keltische of Franse context te plaatsen, iets wat men tot nu toe maar al te gretig deed. Kijken we even naar de volkerennamen in Normandië. Het waren Germanen... Noormannen... Denen...Vikingen... Franken... Saksen... Zij zijn allemaal de revue gepasseerd als Normandiërs. Het beeld dat in Normandië en bij ons van de 'Noormannen' en hun verband met de 'Normandiërs' bestaat is redelijk verwarrend. Om de waarheid geen geweld aan te doen, moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen wat de bronnen schrijven, wat de archeologie ons toont en wat men ervan heeft gemaakt. Scandinavische vondsten zijn praktisch niet te vinden in Normandië. Adam van Bremen (Hamburg) schrijft het volgende in een tijd waar 'Denen' en 'Denemarken' wel al in het noorden werden aangeduid: 'De Denen en alle andere volkeren verder dan Denemarken worden door de Frankische geschiedschrijvers Noormannen genoemd en die piraten die de Denen Vikingen noemen (Wichingos) noemen wij Asmannen.' (3) Die 'asmannen' kregen dan die bijnaam, omdat ze zogezegd alles in de 'as' legden. Zij werden dus voorgesteld als rovers en plunderaars, vernietigers van dorpen en steden. Maar al in de achtste eeuw zijn schriftelijke attestaties voor 'aska' (4) waarbij dat kan staan voor essenhout. Een naam die voorkomt in het Oudnederlands als toponiem en ook in de betekenis van 'boot van essenhout', iets wat zeker bij die Noormannen kon passen. Laten we in de volgende hoofdstukken de bekendste volkerennamen afzonderlijk bekijken.

1. Sermon Armand, Carnaval, Uitgeverij Stichting Mens en Kultuur Gent 2001, p 273, waarbij hij verwijst naar het boek hieronder.
2. Milis L, Hemelse monniken, aardse mensen ... Uitgeverij Houtekiet Antwerpen 1998
3. Willemsen A, Vikingen ! Uitgeverij THOTH Bussum 2004
4. Asmannen:
*aska, eski: Lex Salica (6de eeuw):  *hengaska, opgehangen boot.
-Toponiemen in Nederland: aska (*Es, onbekende plaats bij Heemskerk of Asch, plaats bij Buren) askalekaweriwalt (*Eslekerwoud, Esselijkerwoude, verdwenen plaats bij Woubrugge, van de waternaam askaleka met het inwonerssuffix -weri) askalō ( *Eslo,  Assel, bij Apeldoorn)
-Toponiem in België: askōthi (*Assede,  onbekende plaats in Limburg)
-Toponiem in Frankrijk: askothu (*Assede,  Ascq, bij Rijsel)
Andere vormen: asch, ask, aske, esca, escha, eschan, escia, hesc.
Als deel van een toponiem: as-, asc-, asch-, assc-, asse-, esce-, esch-, esche-, eschen-, essce-, essche-, esse-, has-, essche, essce, esch.
askman (asman): aska (es, boot van es) en man. Waarschijnlijk een neutrale aanduiding voor zeeman.
-Toponiem in Engeland: Ashmanhaugh (Norfolk)
-Toponiem in Nederland: askmandelf (Assendelft bij Zaanstad)
Oudengels: æscman (piraat)
(alles bij INL (http://www.inl.nl/) bij *aska en askman)



Germanen

Gallië was in de Romeinse tijd bewoond door een sedentaire bevolking, structureel georganiseerd in stammen. Er werden verschillende talen gesproken, waaronder het Germaans. In Caesars Commentarii (1) lezen we: 'Plerosque Belgos...esse ortos a Germanis.' (De meeste Belgi... zijn van Germaanse afkomst.)
Met het verstrijken van de tijd zullen meer en meer Germanen worden ingeschakeld in het Romeinse leger. De Numeri bv. waren zo'n Germaanse groep militairen binnen het Romeinse leger. In de tijd van Caesar zitten Germaanse elementen in de toponymie van West-Europa en na hem volgde nog een tweede belangrijke germanisering. In de vierde eeuw was het Romeinse leger verregaand gegermaniseerd. De Germanen waren het imperium van binnenuit aan het overnemen.(5) De Frankische bovenlaag stond in nauw contact met de Romeinse heersers. Zij keken naar hen op en imiteerden die cultuur die in hun ogen meerderwaardig was. Door die collaboratie van de bovenlaag met de 'vijand', de Romeinen en hun Romeinse cultuur, romaniseerde de elite van West-Europa zich. We mogen dit niet maximaliseren tot de hele bevolking die zich romaniseerde, zoals de Fransen dat doen.
In heel Frankrijk floreerde tot lang na de Romeinse periode de Germaanse cultuur, wat ook aan de toponiemen is te herkennen:
-Rond Reims: Gueux (Gothen), Villers-Franqueux
-Sarmaten in Sermose, Sermaizes, Sermizelles, Sermages-Allanen in Alaines, Allainville, Allognes
-Friese toponiemen op de Kanaaleilanden
-Saksische -tun suffixen in het Boonse en andere Saksische toponiemen in Normandië, Bretagne en Aquitanië
-Allemannen in Aliemagne, Allemant, Brinon-les-Allemand, Allemagne
-Meer dan 200 Bourgondische plaatsnamen die eindigen op -ans, ens, eins, anges komen van het Germaans suffix
-ing, -inges
-In het noorden: heel wat toponiemen op -hem, ham, ghin, ain
-In het oosten: veel plaatsnamen die eindigen op -ingen en -ange
-Gehuchten met -court en -ville staan bijna altijd na een Germaans element en komen bijna uitsluitend voor in van oorsprong Germaans gebied. (Zie artikel '-ville toponiemen Germaans?'  bij gevarieerde verhalen)
-In de Savoie vinden we veel plaatsnamen die eindigen op -inge, -inges, ange, anger … (Maar misschien wijst dit op een pelgrimsroute van het noorden via de Alpen naar Rome.)

Van der Tuuk (2) omschrijft onze kustbewoners als dé kooplieden en vrachtvaarders van Noordwest-Europa. Voor de 7de-9de eeuw spreekt hij zelfs van een gouden eeuw, de eerste in de Lage Landen. De activiteiten op 'Het Kanaal' mag men in de late oudheid en in de vroege middeleeuwen in belangrijkheid gerust vergelijken met de Bosporus en de straat van Gibraltar. Tot hoever in het zuiden mag men de term 'Lage Landen' gebruiken? Van de Seine tot de Loire is een streek geweest die minstens tweetalig was en waar men Oudnederlands (Saksisch Fries...) praatte. Ten noorden van de Seine bleef het Germaans belangrijker. Uiteindelijk verschoof in het Boonse vanaf de 14de eeuw de taalgrens lichtjes eeuw na eeuw naar het noorden. Die taalgrens lag dus niet zoals de historici hem verschuiven. De kaarten zijn o.a. een gevolg van het Franse maximaliseren van de Romaanse cultuur. Het was niet het gewone volk, maar het waren de collaboratiemilieus die met de Romeinse adel beetje bij beetje het romaniseren aanmoedigden.  Het verschil tussen hen en het gewone volk moet groot zijn geweest. De standen leefden duidelijk als aparte entiteiten. Wat het gewone volk sprak, was voor de bovenlaag onbelangrijk. Als men erbij wilde horen sprak men (Gallo-)Romeins en later Francien, dat evolueerde naar Frans.
Rollo, de eerste hertog van het officiële Normandië, sprak Germaans: Denk aan wat hem overkwam bij het bezoek aan de koning. Als we de woorden van Rollo tegen de koning van Frankrijk horen, moet de taalgrens  in Normandië nog aanwezig zijn geweest in de elfde eeuw!

Lorsque Rolf ou Rollon, a qui Charles-le-Chauve (sic) avait cede le duché de Normandie pour avoir la paix avec les Normands, se presentait devant le roi  de France, il prononça ces mots thiois « By got », qui sont rester dans la langue flamande et qui signifient : « Par Dieu ». Le monarque et ses courtisans pour qui ces paroles n'etaient plus intelligibles, se prirent a rire. Charles et Rollon ne purent s'expliquer qu'au moyen d'un interprete (3)

Vertaling:
Wanneer Rolf of Rollo, die van Karel de Kale (bedoeld wordt Karel de Eenvoudige) het hertogdom Normandië in leen kreeg om de vrede met de Normandiërs te bewaren, zich voorstelde aan de koning van Frankrijk begon hij in het Diets 'Bij got', woorden die in het Vlaams gebleven zijn en die betekenen 'bij God of door God'. De monarch en zijn hofhouding voor wie die woorden niet meer te begrijpen waren, schoten uit in een lach. Karel en Rollo moesten met elkaar praten via een tolk.
Het Dietse 'bigot' in de 11de eeuw is nog altijd het Diets-Vlaamse 'bigot' (bij God) in de 21ste eeuw.

Tot aan de Franse revolutie sprak in Frankrijk nog niet de helft van de bevolking Frans! Die revolutie is nefast gebleken voor de taalrijkdommen van Frankrijk. Andere talen dan het Frans werden, als het kon, verboden. Maken we een taalronde van Frankrijk dan ontdekken we nu nog (resten van) Picardisch, Vlaams, Waals, Duits, Elzasserduits, Arpitaans, Italiaans, Catalaans, Baskisch, Occitaans, Bretoens, Normandisch...
Voordien hadden de Franse koningen ook al geprobeerd om die 'barbaarse' talen belachelijk te maken. Alle niet-Franse talen werden (worden) stil maar grondig gewurgd.
Voor de Germaanse stempel in wat nu Frankrijk is, is het misschien delicaat om af te gaan op de toponymie. Het is echter nog delicater om alleen af te gaan op geschreven bronnen. Germanen stonden niet bekend om veel op schrift te zetten. De meeste zaken werden mondeling doorgegeven. Pas in het tijdperk van Karel de Grote probeerde men dat recht te zetten. Vandaar dat het vinden van (Oud)Germaanse sporen moeilijk is, terwijl we het belang van de elitaire geschriften zeker moeten relativeren als bewijs voor de talen die toen door de volkeren werden gesproken. Misschien zijn de gevonden artefacten wel goede helpers. De opschriften met runen die in Frankrijk aanwezig zijn, kunnen ons hierbij van dienst zijn. (Zie 'Twee kistjes... bij 'gevarieerde verhalen') Gelijk hoe, de noordwestkant Loire-Rijn was één groot lappendeken van volkeren, stammen, familiebanden, taalverschillen en taalfamilies, waarbij het Germaans een grote rol speelde. (Zie verder bij het Germaans als taal.)

Uitgewerkt voorbeeld van een Germaans toponiem in Frankrijk (4): woestijn
Oudnederlands: wuostinna: woest woestijn (leeg verlaten) Al geattesteerd in 901. 
Andere vormen: wastina, vostinia, woestine, wostinę, wostinia, wostyna, wstine, uuostinnon, uustinon. Cognaten: Oudhoogduits  wuostin, Oudfries  wēstene, wōstene.
Verwant met het Engelse 'waste land'.
Toponiemen in België:
-wuostinna   (*Woestinne)  Wostyne, locatie bij Eerneghem, Ichteghem, prov. West-Vlaanderen
-wuostinna   (*Woestinne)  Woesten, plaats bij Ieper, prov. West-Vlaanderen
-wuostinna   (*Woestinne,) Woestijne, plaats bij Varsenare, Brugge, prov. West-Vlaanderen
-Sint Jans in de Woestine (Sint-Jan-in-Eremo) Woest-Herck (Herk-de-Stad) Woesteyn, Woestyn, Woestyne, Woestijn (Gooik) Woesteyne, Woestyne (Aalter) Woestijn (Adinkerke) Woestijn (Pamel) De Woestijn (Adinkerke) De Woestijne (Leisele) Woestmeerbeke (Westmeerbeek) Woestwinckle, Woestwincle (Oostwinkel) Woestyne (Desteldonk) Woestyne (Leisele) Woestyne (Lendelede)  
Familienamen: Woestyn, Woestyne, Wostijn, Van de Woestijne, Woeste, Woest, Weusten, Wuest, Woesteland(t), Oustelandt, Woestenberghe...
Toponiemen in Frankrijk:
'Gâtine' is  met de klankwetten terug te voeren naar 'woestine' (niet omgekeerd)
-wuostinna  (*Woestinne) Woestine, locatie bij Noord-Peene (Noord-Frankrijk) wastina de Ruhout (1114, Ruhout)
-In de Touraine zijn de termen gâts, dégâts, gâtines, gâtée van toepassing op door vuur verkregen land, geklemd tussen akkers en bossen. 
-In de toponymie van Normandië (Cotentin) waar schraal land vaak voorkomt, komt het suffix -vast voor in dezelfde betekenis als -gastine: Martinvast (martin wasto 1210) Sottevast ( Sotewast twaalfde eeuw ) Tollevast ( Toberwast 1000 Tolerwast , Tolewast twaalfde eeuw ) Reniévast ... 
-In het land van Caux bestaat een 'Veraval' (Warelwast in 1024).
-Er zijn ook 'terres gastes' gevonden in de Provence en Gascogne.
-'Wa(s)tine, Va(s)tine, Gastine, Gâtine' komt men alleen tegen in de gebieden van de langue d'oïl.
-De term gâtine wordt ook gebruikt om bepaalde gebieden aan te wijzen in de Poitou en de Vendee. 
-In Normandië is Vatine (voorheen Wastine) een microtoponiem dat zeer vaak voorkomt. In Picardië en Frans-Vlaanderen bleef dat Wâtine Wastine. Deze stukken land bleven soms geheel of gedeeltelijk bebost. Als men ze rooide om te kunnen boeren, werd de grond meestal gebruikt in een tweejaarlijkse cyclus waarbij rogge toen de belangrijkste gebruikte graansoort was. Het woord Gâtine of Gastine vindt men in het centrum en in het westen van Frankrijk nog terug in Le Gâtinais rond Montargis Pithiviers.
-Gâtine tourangelle in het noorden van de Indre-et-Loire, waarvan een deel Gâtine Ronsard heet, dat overeenkomt met het historische bos Gastines
-Gâtine vendéenne is de naam gegeven aan een regio van Poitou, in het centrum van het huidige departement Deux-Sèvres. Het komt ongeveer overeen met het huidige district van Parthenay (Saint-Cyr-des-Gâts bij voorbeeld)
-Gâtine poitevine dat werd beschreven door Jacques Peret in zijn 'Les paysans de Gâtine au XVIIIe siècle'
-Gâtine berrichonne hoort bij het departement Indre (denk aan: Gâtine Valençay, Gâtine d'Azay-le-Ferron, Pays de Bazelle, Plaine d' Écueillé ...)
-Saint-Denis-de-Gastines (Mayenne), Gastines-sur-Erve (la Sarthe), Saint-Laurent-en-Gâtines (Indre-et-Loire)...
In de Arthurlegende is 'La Terre Gaste' een desolaat onvruchtbaar gebied, dat zijn vruchtbaarheid pas terug zal krijgen door de queeste van de 'Heilige Graal', die de gewonde koning en zijn koninkrijk zal genezen.

1. Rombaut H, Julius Caesar in België, Universa Press 2006
2. van der Tuuk Luit, De eerste gouden eeuw, handel en scheepvaart in de vroege middeleeuwen, Omniboek Utrecht 2012
3. Dom Bouquet VIII,  Reiffenberg, Introd. de la Chron, de Phih Mouskes p 316
4. Bewerkt uit INL, webstek 'nôtre Belgique' en Wikipedia bij 'Gâtine'. 
5. Bauer R, Karel de Grote, een keizer tussen twee werelden  Uitgeverij Davidsfonds Leuven 2013 p 31
 
Noormannen
 

Courante familienamen in Nederland en België:
-Noord: Noordman, Noortman, Noorman, Noreman, Nordman, Norman, Normane, Normand, Normant...
-Oost: Oostman, Oosterman, Oesterman, Osterman, (H)ostekint, Ost, Oostens...
-West: Westman, Westeman, Westerman, Westerlinck, Van Westen...
-Zuid: Zuydman, Zuidman, Suidman, van Zuydman, van Zuiden, van Zuydt, van Zuydland, Sutherland...
Is de naam 'Normand' misschien van een frequent voorkomende familienaam uitgegroeid tot een naam voor een streek en zijn inwoners? En hechten we misschien te veel aandacht aan de gelijkenis tussen de woorden Noordman, Normandiër, Noorman of Noor?

Voor het tijdperk van Karel de Grote ontmoeten we de 'Noorse' of 'Deense' bevolking vooral in West-Europa. In de oudste kronieken uit de 8ste en 9de eeuw lezen we over de 'Northmanni' of 'Normanni'. Er bestaat in Scandinavië geen geschreven bron die melding maakt van grote invasies van Vikingen in Normandië (en onze streken) in de 9e eeuw, maar de Noormannen woonden er wel al en maakten volgens de Christelijke kronieken zeker al van in het begin van de 9de eeuw onze kusten en rivieren onveilig. De naam 'Vikingen' verschijnt in de geschriften uit de 10e eeuw. De termen 'Noormannen' en 'Vikingen' werden en worden dikwijls door elkaar gebruikt. Soms werden Noormannen uit Normandië ook als Vikingen bestempeld, wat alles erg ingewikkeld maakt!
Noormannen en Vikingen waren wellicht twee verschillende bevolkingsgroepen. De Noormannen waren volgens mij afkomstig uit Normandië, de Vikingen uit Scandinavië. De Vikingen waren misschien terugkerende Normandiërs waarvan de voorvaderen lang voordien in het noorden terechtkwamen, of de Vikingen kwamen in contact met uitgezwermde verre familie die hun geluk, in wat 'Normandië' zou worden, hadden weten te vinden. 
Wace (1) schrijft voor de inwoners van Normandië 'Norreiz' en verduidelijkt voor 'Northmans: 'Man en Engleiz et en Noreiz senefie hom en Francheiz.' (Man in het Engels en Noreiz betekent hom in het Frans.) Robert Viscart (2) vermeldt het volgende: 'Nor mant, nor: ysulle Nora, Nor-mant: home de Nore'. De Franse tekst uit 1612 luidt: 'Nous trovons en cest premier capitule de l'estoire de li Normant que en la fin de France est une plane plene de boiz et de divers frut; en celui estroit lieu habitoit grant multitude de gent moult robuste et forte, laquel gent premérement habitèrent en une ysulle qui se clamoit Nora'. (Boek I, 1)
Mijn vertaling:
Wij vinden in dit eerste deel van de geschiedenis van de Normandiërs, dat aan het einde van Frankrijk een vlakte is, vol bossen met diverse vruchten; in die krappe ruimte woonde een grote hoeveelheid robuuste en sterke mensen, die mensen woonden eerst op een eiland dat Nora heette.
De Normandiërs in Zuid-Italië en Sicilië spraken dus over het Normandië dat wij nu kennen, en de mensen in die streek woonden, zo te lezen, eerder op een eiland dat Nora heette. Het woord 'noorden' wordt in de tekst van Viscart niet genoemd, wel het eiland 'Nora'. Ik vind dat 'Noreia', bij Caesar (3) aangeduid in het oosten,  misschien een verband heeft met dat 'Nora'. Hij vermeldt de stad Noreia in Noricum, gewoonlijk geïdentificeerd als het land ten oosten van de Inn tussen de Donau en de Alpen (zie ook bij de Dani). Ik stel vast dat de Nortmanni en Dani via via aangeland zijn in wat later Normandië werd. Of de voorouders van de Normandiërs heel wat vroeger uit het noorden zijn vertrokken en ten slotte in Normandië terechtkwamen is voor het onderwerp van deze tekst alleen belangrijk om aan te duiden dat Normandiërs en Scandinaviërs misschien 'verre familie' waren. Bij het woord 'eiland' moeten we voorzichtig zijn. Dat kan staan voor een eiland, voor een gebied in de vorm van een ei(land) of voor een gebied in een ander gebied... We mogen ons op dat woord niet vastpinnen. Ook Noorwegen werd ooit aangeduid als een eiland. De belangrijkste vondst is, dat het volk waarover sprake is, op een zeker moment in Normandië zit en dat het die groep is die West-Europa soms onveilig maakte, een hele tijd voor de pas later komende Vikingen die dan wellicht wel rechtstreeks uit het noorden kwamen. Toen de Vikingen West-Europa teisterden, pakten ze zelfs Noormannen op om als slaaf te verkopen! 
De aanvallen van de 'Northmanni' vielen samen met de laatste twisten tussen de Saksen, Franken en Friezen. Het was dus een strijd onder buren. Misschien is dat één van de redenen waarom Friezen hun geluk meer in het noorden in het huidige Friesland zijn gaan zoeken. Ringburchten werden in de Kanaalzone tot Zeeland opgetrokken om zich te verdedigen tegen de Noormannen. Uitgeweken Noormannen zouden later soortgelijke burchten kopiëren in het noorden (4). Noormannen/Normandiërs woonden tussen  andere stammen in West-Europa en dreven ook handel met die stammen. Daarbij lieten ze ook hun voorkeur merken voor producten en leefwijzen waar ze naar opkeken.
'Normandiërs' kwamen zogezegd uit het noorden, maar dat hoeft niet het verre noorden te zijn. Als we naar de zuidelijke Lage Landen gaan, zijn we mijns inziens nog altijd 'in het noorden' (volgens de Romeinen en hun latere opvolgers) en is het normaal dat de Normandiërs sterk op die, in bepaalde opzichten betere, Franken willen lijken. Alle Noormannen droegen bv. dezelfde maliënkolders als de Franken en hun schilden waren gelijkend op die van de Franken. 
Dat de Northmanni tussen andere volkeren leefden kunnen we onrechtstreeks terugvinden in de vaste teksten van de 'ordo' (9), de beschrijving van rituelen en woorden uitgesproken tijdens een kroning. Vormen deze rituelen niet een bewijs dat Saksen, Denen en Normandiërs binnen het Franse rijk leefden? In Frankrijk hebben de koningen, zeker vanaf de 12de eeuw tot aan de regering van Lodewijk XVI in hun inauguratiespeech de hoop moeten uitdrukken dat zij als koning nooit afstand zouden doen van de scepters van...
-Saxonum, Merciorum & Nordan, Cimbrorum (wat de Fransen vertalen als 'des Saxons, des Merciens, des peuples du Nord et des Cimbres', voor de Engelsen waren dat dan 'Northumbrians, Nord Cimbrians')
-Saxon, Noricorum, Nordinambrorum, Danorum & Cimbrorum (Wat de Fransen vertalen als 'Saxons, Merciers, Phrisons & Cymbres')
-Saxonum, Noricorum, Nordmannorum & Cimbrorum (Wat de Fransen nu vertalen als 'des Saxons de Bavière, des Normans ou Danois & des Cimbres', waarbij ze beweren dat paus Stefanus IV de zin gebruikte bij de kroning van koning Lodewijk de Vrome in 816. Een zekere Herbert Meunier stipte hierbij aan dat de Saksen in de 8ste eeuw onderdanen van het Frankische rijk waren.
De verschillende 'raids' van de Northmanni zijn volgens mij vooral een zucht naar versnelde rijkdom en pogingen tot destabilisering van de Karolingische macht. Koninklijke paleizen (Quierzy, Attigny, Pitres, Compiègne...) en zelfs hele steden (Dorestad, Quentovic) werden zonder pardon met de grond gelijk gemaakt. Wat wel opvalt is dat geen enkele 'Deense' of 'Noorse' koning ooit de koning van de West-Franken van de troon wilde stoten om in zijn plaats te regeren over Normandië. Er was voor Normandië geen sprake van een politieke verovering (5). In Normandië zijn geen steden gevonden waar resten van winterkampen te ontdekken vielen: Nog een vaststelling als bewijs dat de 'Noormannen' in Normandië thuishoorden. Er zit een structuur in die 'raids' die vertrekt vanuit Normandië. En de verplaatsingen waren niet alleen maar plunderingen. Ze verbleven op een bepaalde plaats en bouwden met hun schepen een kamp op waarvan de structuren nu nog te herkennen zijn. Meestal waren dat winterkampen. Die werden dan een soort uitvalsbasis. In sommige kampen bleven 'Vikingen' achter die zorgden voor een multiculturele invulling: een versmelting met de gewoontes en culturen van de plaatselijke bevolking. Dat assimileren toont aan dat het niet altijd over oorlog ging en dat de culturele verschillen nooit zo groot waren. Tijdens hun strooptochten eisten ze van de plaatselijke bevolking belastingen, danegeld, wat ze uiteindelijk telkens verkregen. Op een bepaald moment staken ze ook 'Het Kanaal' over. Daar werden ze Oostmannen genoemd. Daar verschijnt zelfs de naam butsecarls of buzecarlos, 'schip'kerels. (zie 'buce' bij de Normandische woorden) Met hun overwinningen dwongen ze een zekere vrede en zelfstandigheid af die beslecht werd met Rollo en het oprichten (officialiseren) van het hertogdom Normandië.
Labutte (6): 'La simple qualification de Normand fut d'abord un titre de noblesse. C'était le signe de la liberté et de la puissance du droit de lever des impôts sur les bourgeois et les serfs du pays.'
(Het benoemen van iemand tot 'Normand' was in oorsprong een adellijke titel, een teken van vrijheid en het recht om belastingen te heffen op het volk en de horigen.) Men creëerde een frankenstatus!
Wanneer we de geschiedenis van de Noormannen op Sicilië bestuderen, blijkt dat alle 'Noormannen' gewoon Normandiërs waren.
Citaat:
Vanaf 1018 vielen Normandiërs de Balkan aan en vanaf 1066 lanceerden Normandiërs uit Sicilië een succesvolle expeditie bij Saloniki. Het Byzantijnse rijk had aanvallen van Normandiërs te verduren. Of waren het Noormannen? Beide termen worden door historici gebruikt, maar hier kiezen we voor de benaming Normandiërs om duidelijk te maken dat ze oorspronkelijk uit Normandië afkomstig waren.(7)
Uit de Normandische familie 'Hauteville' kwamen de koningen van Sicilië voort: Het startte en eindigde met een Tancred. (Zie bij Hauteville.) De historicus Léon-Robert Ménager (1925-1993) specialiseerde zich in de geschiedenis van Normandisch Sicilië en bestudeerde 275 Italo-Normandische families. Zij kwamen uit volgende streken: Manche (27 %) Calvados (24 %) Seine-Maritime (18 %) Eure (16 %) en Orne (14%). (8) Tussen die Normandiërs zaten ook Vlamingen. Zie 'Sicilië' bij het hoofdstuk 'Vlamingen en Normandiërs'. Tancred was trouwens een Germaanse naam, afkomstig van 'dank' (gedachte) en 'rede' (weldoordachte raad).
 

1.Wace R, Le roman de Rou et des ducs de Normandie (12de eeuw), editie van Frédéric Pluquet Rouen 1827 (Google eBoek) vers 110
2.Viscart Robert door Aimé, onder de redactie van Champollion-Figeac M, l'ystoire de li normant et la chronique de Robert Viscart, par Aimé, moine du Mont-Cassin; publiées pour la premiere fois, D'après un Manuscrit françois inédit du xiije siècle, appartenant à la bibliotheque royale, pour la Société de l'Histoire de France uitgeverij Renouard Parijs, 1835 (Google eBoek)
Aimé: Amatus of Amato di Montecassino. Robert Viscart: Robert Guiscard (1015-1085, een Germaanse naam), zoon van Tancred de Hauteville (zie bij die plaatsnaam).
Redacteur Champollion-Figeac beschrijft in zijn voorwoord dat het hier een heruitgave betreft van een Franse uitgave uit 1612 van een onuitgegeven oud-Franse vertaling uit de 13e eeuw van een origineel Latijns document dat geschreven is in de elfde eeuw. 
3. Rombaut H, Julius Caesar in België, Universa Press 2006
4. Despriet Ph, Geschiedenis van Frans-Vlaanderen, Kortrijk 1988
5. Freeman E, The history of the Norman
6. Labutte Augustin, Histoire des ducs de Normandie jusqu'à la mort de Guillaume le Conquérant, Furne, Jouvet et cie, 1866 (Google eBoek)
7. Uit: Spieghel Historiael van maart/april 2004
8. Wikipedia
9. Brown Elizabeth A. R, “Franks, Burgundians, and Aquitanians" and the Royal Coronation Ceremony in France American Philosophical Society, Philadelphia volume 82, deel 7 1992 (Google eBoek)

 

 

 

 

Tot hier herwerkt...

normandie.large.jpg


 

 

 

Danen (26-29)

 

 

-Dani die Noor(d)mannen zijn.


...Quarta ut hora noctis Northomannorum est patria, quae et Dania ab antiquis dicitur.

...Bij het vierde uur van de nacht is het Northomannorum land, dat wordt Dania genoemd door de ouden.
(Ravennas Cosmographia 11, 21)


...Sinus quidam ab occidentali oceano orientem versus porrigitur... Hunc multae circumsedent nationes; Dani siquidem ac Sueones, ques Nordmannos vocamus...

...Een golf ten oosten van de westelijke oceaan...Waar vele stammen wonen; Dani namelijk en Sueones (Sueven?), die wij Nordmannos noemen...

(Einhardi Vita Karoli Magni, hoofdstuk 12)

 

...Ultimum contra Nordmannos, qui Dani vocantur...

...de laatste (oorlog) tegen de Nordmannos die Dani worden genoemd...

(Einhardi Vita Karoli Magni, hoofdstuk 14)


 



- Guines

 

- Guines - Giezene (Wiso-ina/villa?) een Vlaamse gemeente in het noorden van Frankrijk in de buurt van Ardres, verfranst in de 16de eeuw, was een graafschap. De stichter van het huis van Ghisene (930?) was ene 'Sifrid, dit le Danois' (Sigifrid, Sigifroy, Sigrid) die de grond kreeg van het huis van Boulogne. Elders in het boek wordt hij ook 'Sifrid le Normand' genoemd en ook neef van Cnut, koning van 'Dennemarc'. Het is zijn zoon die de titel van graaf zal krijgen. De chronieken van de Sint-Bertinabdij omschrijven hem als 'Danois' en Normand' maar hijzelf beweert hetzelfde (Vlaams) bloed te hebben als graaf Walbert van Ponthieu en Saint-Paul. (Du Chesne ↓)



 


- 9de - 10de eeuw, Denemarken groeit, de 'Dani' organiseren zich in Denemarken.


Koning Kanut (begin elfde eeuw) wilde de verschillen wegwerken tussen de Saksen en de Dani's in Engeland, de Saksen die Engeland koloniseerden in de zesde eeuw en de Danen die volgens Kanut overstaken in de achtste eeuw. Hij wilde de twee groepen gelijke rechten geven. Dat moest volgens hem zeker lukken want hij legde hen uit dat ze stammen waren met eenzelfde oorsprong! In Denemarken zelf is Kanut verantwoordelijk voor het christelijk worden van het nieuwe land. Het vikingleven stierf daar dan ook een stille dood. Voor de organisatie van zijn land liet hij bekwame mensen overkomen van West-Europa. De 'dingmannelieden' (thingmannalith), de oude garde werd één van de eerste groepen die deel gingen uitmaken van de vroege aristocratie. Het waren de gardes van het koninklijk huis zelf (de kerlestaevner) die de thingmannaliths benoemden. Het werd ook het begin van vele strubbelingen in Scandinavië om de macht te verwerven. (Duruy ↓)



 


-Odeigne (deelgemeente van Manhey in de provincie Luxemburg) Aldanias (747) Oldanies (1131)


Er wordt gezegd dat de eerste bewoners heidenen waren die afgoden verheerlijkten. De overlevering spreekt van een reusachtig standbeeld en een tempel van Odin. De huizen werden volgens hen rond het complex gebouwd. (BrutsaertLuxemburg) Kunnen hier oude 'Dani's' hebben gewoond?  Er bestaat in de provincie Luxemburg nog een Aldanum, nu Aye. Zie hieronder bij Aye. Zoals de vele 'Al(le)mannen' toponiemen kunnen we Odeigne misschien aanduiden als 'waar Al(le)denen (allemaal 'Denen') woonden'.


-Aye  (deelgemeente van Marche-en-Famenne in de Belgische Ardennen )

Aldanum (814)  Aye (1139) Asc (1139) Aix (1330) Aquis (1497) van aqua, water of bron

Het dorp heeft drie wijken: Aye, Jamodenne en Gotteau-Royau. De heerlijkheid Aye werd in 1233 door ridder Canon de Jamodenne, van het geslacht Dochain, overgedragen aan de abdij van Sint-Hubert. De familie beweerde afstammeling te zijn van Robert, hertog van Normandië en zoon van Willem de Veroveraar. Hun blazoen toonde twee gouden luipaarden (Brutsaert↓Luxemburg). Met Normandië en de toponiemen 'Aldanum', Al(lemaal) Denen en 'Jamodenne' zitten we weer bij de Dani's uit het zuiden.


 


 

Het thuisgebied van de Dani was de Loire.

 

Uit: Guizot SIÈGE DE PARIS PAR LES NORMANDS. POÈME D'ABBON. Paris 1824, op internet geplaatst door Marc Szwajcer http://remacle.org/bloodwolf/historiens/abbon/table.htm Dani en Normannos worden bij Abbon door elkaar gebruikt.

Tum Sequanam saliunt, Ligerumque petunt patriamque.
Has inter geminas peragrant praedam capientes,
Quam regio ipsa meo pandet jussu dominante.

eerste deel vertaald als:

...Zij steken de Seine over en begeven zich naar de Loire naar hun vestiging. Ze doorkruisen het hele land tussen de twee rivieren en maken enorm veel buit...

Er is de opmerking:

...De tekst spreekt alleen over 'patriam', de rest van de tekst bewijst dat het niet over hun land gaat maar over een nederzetting van de Dani op de Loire...

Mijn antwoord:

Als alleen over 'vaderland' wordt gesproken, staat in de tekst dus wel dat de streek van de Loire hun thuisgebied is, niet Denemarken!


 


 

Saksen (29-36)


 

p32 Karel de Grote kon geen 10 km per dag afleggen met zijn leger.


Enkele randbemerkingen waarom ik dat getal aanhaal (met dank aan Michel Goormachtigh):

Alles is nog niet gezegd of geschreven over de veldslagen van Karel de Grote tegen de Saksen. Waar ze precies plaatsvonden blijft een punt van discussie. Het lijkt er op dat de Saksen een soort guerrillatechniek toepasten, anders zouden die oorlogen tegen hen en de vele schermutselingen niet zo lang hebben geduurd. De Saksen vluchtten weg en verscholen zich om nu en dan toe te slaan. Karel moest ze misschien ook wel eens ver oostwaarts van hun Saksisch woongebied zoeken. Van Karels 53 veldtochten waren er 18 nodig om de Saksen te overwinnen. Hij wees hen na zijn overwinning een nieuwe woonplaats aan of verkocht ze als slaven. Direct liet hij kloosters en bisschopszetels installeren en moesten de gedeporteerde Saksen in het gelid lopen. ( Seignobos↓)


Nimmer bleef eene trouweloosheid ongestraft : hy-zelf of een zyner bevelhebbers trok aen het hoofd des legers om hunne meineedigheid te straffen en welverdiende boeten op te leggen; tot dat degenen die gewoonlyk opstonden uit het veld geslagen en in zyne magt gebragt werden, waervan hy tien duizend mannen, die beide oevers der Elve bewoonden, met vrouwen en kinders deed wegvoeren, en hier en daer in Gallië en Germanië ver van elkander verspreiden. Ofschoon deze oorlog gedurende vele jaren voortduerde, werden slechts twee groote veldslagen tegen den vyand geleverd : eens aen den berg Osnegge, by Detmold (Thietmelle) ; andermael by de rivier Hase, en dit binnen dezelfde maend, weinige dagen na elkander. Deze oorlog eindigde eindelyk na drie-en-dertig jaren (t.j.804) (Blommaert↓)


Pinnen we de gekende beschrijvingen van afstanden en namen altijd op de juiste plaatsen? Soms lijken 'afstanden versus tijd' onmogelijk en vinden we dan zogezegd 'fouten' in de historische bronnen. Beschreven afstanden van meer dan 1000 km zijn geen uitzonderingen. Hoe vlug kon Karel de Grote zijn leger verplaatsen? Zijn die lange tochten achter elkaar wel haalbaar ieder jaar opnieuw? De snelheid van de veldtochten hing af van de conditie van de wegen en op welke plaatsen men een rivier over kon met een heel leger, hoe groot het leger was en hoe het zich had georganiseerd (logistiek). Karel verbleef ook iedere wintertijd op een vaste plaats, waardoor een flink deel van de te gebruiken tijd voor veldtochten in een jaar al wegvalt.

Was zijn leger zo vlug als het leger van de Romeinen?

-iustum ites, gewone dagmars, 15-20 km

-magnum ites, grote dagmars, 25-30 km

-maximum ites, geforceerde dagmars, 40-45 km (Sermon↓)

Einhard schrijft dat hij eens met een kleine groep mensen van Soissons naar Bavay trok, 60 km in 10 dagen, dat is amper 6 km per dag. Kon het grote leger van Karel dat sneller?

In het 'Capitulare Bononiense' staat dat Karel de Grote voor drie maanden voedsel meedeed om van de 'Loire' naar de 'Rijn' te trekken (SEM↓).

Enkele afstanden nu: vogelvlucht Tours-Alphen aan de Rijn: 602 km en langs hedendaagse wegen 706 km, vogelvlucht Tours-Keulen: 603 km en langs hedendaagse wegen 722 km.

Voor drie maanden kwam 800 km voor Karel de Grote dus neer op een gemiddelde van 8,8 km per dag en 700 km kwam neer op een gemiddelde van 7,7 km per dag. Als Karel de Romeinen kon bijbenen, bv. 20-25 km per dag, dan deed hij over 700 km 35-28 dagen maar had hij wel veel voorraad mee! Ohler↓ schrijft dan weer dat volgende afstanden (per dag) haalbaar zijn in de middeleeuwen: ossenkar 10-15 km, persoon te voet 20-40 km, leger 10-60 km. Voor het leger zit er wel veel rek in met die twee getallen.



 

-p 32


Het mengen van de Saksen gebeurde vanuit Normandisch en Picardisch Saksenland en ging o.a. richting Vlaanderen en Duitsland.


schermafbeelding-2013-10-21-om-10-58-39.large.jpg

 

Vrij vertaald uit de webstek van de gemeente Herstelle (klein legerkamp):

In de winter van 797-798 sloeg Karel de Grote zijn 'legerkamp' in Herstelle op, net bij de Wezer. Het landschap met de Wezer herinnerde hem waarschijnlijk aan zijn thuis in Heristal (Herstal, legerkamp aan de Maas) vandaar 'Heristal Saxonicum'. Het 'Herstelle van de Saksen' was een kleine nederzetting in de buurt van wat nu nog 'Burgfelsen' heet. Het kamp lag waarschijnlijk waar zich nu het klooster en het kasteel bevinden.

Als dat een meegebracht toponiem was, kan de riviernaam dat ook niet zijn geweest? Van de Wisera/Oise waar de oude Saksen zaten tot de Duitse Weser/Wezer lijkt hier mogelijk. 'Herstelle van de Saksen': Had hij Saksen mee die zich daar met hun naam moesten settelen?

De neef van Karel de Grote, Adalhart van Huise, monnik in de abdij van Corbie aan de Somme, bracht bij het stichten van een nieuwe abdij aan de Weser/Wezer in 816 ook de naam mee van zijn abdij. Hij stichtte 'Corbeia Nova', nieuw Corbie, later beter gekend als Corvey.

De Wezer heeft twee bronrivieren die samenkomen te Münden, met name de Fulda (met de beroemde abdij die haar naam kreeg door de rivier) en de Werra. Eén van die namen kan gerust de oude naam van de rivier zijn.


 


 

 

p 34 nog toponiemen van Saksen in Frankrijk (Dieulle↓):


Andere Saksische toponiemen: Sasseville bij Fécamp en bij Dieppe, Saussedale, Sassetot-le-malgardé, Sassetot-le-mauconduit en Saussezemare-en-Caux.

 

 


 

 

De eerste 'oosterse' Saksische koning in Duitsland komt pas na het tijdperk van Karel de Grote: koning Hendrik I (876-936) die met Mathilde trouwde. Die Saksen hadden zich in die negende eeuw meer en meer ingespannen om de macht te veroveren in hun nieuwe gebieden. Hier en daar kan men nog restjes ontdekken van hun westerse oorsprong. Koningin Mathildes ouders waren de West-Saksische graaf Diederik en Reinhilde, van Friese en Deense afkomst. Zoon Otto I trouwt met een Westerse prinses: de Engelse Editha van Wessex, de halfzuster van de Angelsaksische koning Aethelstan ....



 

-Saint-Pierre (Chevigny-Saint-Pierre) in de Belgische Ardennen: De inwoners worden Saksen genoemd, omdat Karel de Grote het dorp zou hebben gesticht met een familie kolonisten uit 'Saksen' (BrutsaertLuxemburg).




-Nog altijd Saksen uit West-Europa in de 11de 12de 13de eeuw?


Toen de heer Jean-Paul Van der Elst aan een Roemeen van Wurmloch/Valea vroeg van waar de Zevenburgse Saksen kwamen, antwoordde hij zonder aarzelen 'Aus Flandren' want dat was altijd zo op school geleerd. Duitsland wil nog altijd bewijzen dat die Roemeense Saksen Duitsers waren, maar in de historische bronnen worden ze aangeduid als Flandrensen, Theutonici en Saxones. 'Saksen' slaat hier duidelijk op mensen die kwamen uit Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Noord-Frankrijk en de moezelstreek. Heel wat van die Saksische dorpen zijn ontstaan als -anger dorpen. De Saksen die uit Duitsland kwamen (die waren er ook) woonden in de streek van Maagdenburg en Fläming, en waren uitgeweken Vlamingen die zich 'herkoloniseerden'. Zij waren een deel van de Laaglanders die een belangrijke rol speelden in de 'Ostsiedlung', de kolonisatie van gebieden over de Elbe en de Saale.

Argumenten:

-Als voorbeeld vindt u hieronder enkele vroege Saksische woorden uit Roemenië. Ze wijzen in de richting van West-Germaans. De latere geschiedenis heeft wel gezorgd voor een grotere 'verduitsing' van de taal:


appel appel 

bongert bongerd 

brelft bruiloft 

Flamming Vlaming 

fliten fluiten 

forling vorelang 

gaffel gaffel 

lefken liefken 

hoisken huisken  

moisken muisken 

oech oog 

pip pijp 

pisschen pissen 

siechen zijken 

stäl stil 

steekool steenkool 

verken varken 

ziër zeer ...


-Ook woorden die met de Franse taal te maken hebben horen er bij:

kujonieren (couillonner) lastig vallen

karawatsch (cravache) zweep 

vojaern (voyager) reizen 

gemovert (mouvé) verplaatst.

In Waldorf, Wallendorf en Galt werd Romaans gesproken die de Germaanse Saksen als 'talewalen' aanduidden.


-Volgende nederzettingen verwijzen naar de streek van oorsprong:

Häsewig Heeswijk 

Kallow Kallo

Krägen (Craienhem) Kraainem 

Muntenache Montenaken 

Euper Ieper 

Rosenthal Rosendaal

Lichterfeld Lichtervelde 

Nösnerland, zu Nösen Terneuzen 

Rodenau/Rodna Rode 

Sathmar Zotmar Zoutmarkt 

tShippendorf  tSchippersdorf (nu Cepari) 't Schippersdorp 

Sevensborgen/ Sevenbergen/ Siebenbürgen  Zevenbergen bij Breda of Ranst 

Romos Rumes bij Doornik of Ranst of Rummen 

Krakau/Cricau burchtnaam Krakau (kraaienkooi) in Krefeld (kraaiveld) Krefeld in Bistritz/Bistrita  Krefeld 

Riutel (Heltau) Riuti nu Rutten bij Tongeren 

Thalheim/Daia Dalhem 

Langendryes Langendries

Werd/Vard Weert (Werde in 1242) riviernaam

Kokel/Keakel verwant met Koekelberg, Koekelare of Ko(k)kelbeek

Schässburg/Sighsoara Schaesberg 

Schelling toponiem met schelling zoals in Schellingwoude of Schellinkhout 

Bar(a)bant of Villa Barbantina nu wijk van Weissenburg/Alba Julia, verwijst naar het hertogdom Brabant

Sascut...

-In de beginjaren van de Hongaarse kerk kwamen veel prelaten uit Wallonië en Noord-Frankrijk. De stichting van cisterciënzer abdijen in Hongarije tonen ook een duidelijke Franse invloed. De abdij van Pontigny met een Gocelinus/Jocelyn uit het graafschap Champagne speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Michelsberg / Mons Sancta Michaeli. Zoals bij de Mont Saint Michel in Normandië moet in 1368 een Vlaming, Johannes von Flandern, de abdij weer uit zijn moreel verval halen! Maar dat zou deze keer minder lukken.

-We vinden een verering van dezelfde heiligen met gelijke rituelen: Sint-Jacob, Sint-Servatius, Sint-Niklaas, Sint-Hubert, Sint-Walburga.


Dat en nog veel meer is te vinden in een uiterst leerrijk boekje: De Lage Landen in Transsylvanië, auteur Jean-Paul Van der Elst (↓) bestelbaar bij de auteur via jeanpaul.vanderelst@gmail.com .



 

-13de eeuwse chroniek, Saksen in Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk... (Wernher↓)


 

Vooraf: De boerenzoon Helmbrecht leefde een paar jaar als roofridder. Dan keert hij naar huis terug. (Duitse vertaling, zie Wernher, de Vlaamse vertaling is van mij)

 

...

er sprach:'vil liebe soete kindekin

got lât iuch immer salic sîn'.

Er sagte: 'Vil liebe soete kindekîn, Gott gebe Euch Glück und Segen'.

Hij sprak: 'Vil lieve zoete kindekin God laat u immer zalig zijn’.

735
der vater sprach: «er ist ein Walh.
mîn sun, den ich got bevalh,
der ist ez niht sicherlîche
und ist im doch gelîche.»
dô sprach sîn swester Gotelint:
740
«er ist niht iuwer beider kint.
er antwurt mir in der latîn:
er mac wol ein pfaffe sîn.»
«entriuwen», sprach der vrîman,
als ich von im vernomen hân,
745
sô ist er ze Sahsen
oder ze Brâbant gewahsen.
er sprach «liebe soete kindekin»:
er mac wol ein Sahse sîn.»

 

Der Vater sagte: 'Er ist ein Franzose. Mein Sohn, den ich Gott befohlen habe, der ist es ganz bestimmt nicht und doch sieht er ihm ähnlich'. Da sagte seine Schwester Gotlind: 'Er ist nicht Euer Sohn. Er redete mich lateinisch an, er ist wahrscheinlich ein Geistlicher'. 'Bei Gott', sagte der Knecht, 'nach dem, was ich von ihm hörte, stammt er aus Sachsen oder aus Brabant. Er sagte: 'liebe soete kindekîn', er ist bestimmt ein Sachse'.

 

De vader sprak: 'en is een Waal. Mijn zoon, die ik God beval, die is het niet zekerlijke en is hem doch gelijke (toch lijkt hij op hem). Dan sprak zijn zuster Gotelint: 'Hij is niet uwer beider kind: Hij antwoordt mij in het Latijn, hij mag wel een pape zijn'. 'In trouwe,' sprak de vrijman (knecht), "als ik van hem vernomen hen (na wat ik van hem vernomen heb), zo is hij te Saksen of te Brabant gewassen (opgegroeid). Hij sprak: 'lieve soete kindekin', hij mag wel een Sakse zijn' (hij is zeker een Saks).

 

sît irz niht Helmbreht,
hêt ich danne alle vische,
irn twaht bî mînem tische
785
durch ezzen nimmer iuwer hant.
sit ir ein Sahse oder ein Brâbant
oder sît ir vn Walhen,
ir müeset iuwer malhen
mit iu hân gefüeret:
790
von iu wirt gerüeret
des mînen niht zewâre,
und wær diu naht ein jâre.
ich enhân den mete noch den wîn:
juncherre, ir sult bî herren sîn!»

Wenn Ihr es nicht seid, Helmbrecht, werdet Ihr niemals an meinem Tisch die Hände zum Essen waschen, und wenn ich alle Fische der Welt anzubieten hätte. Seid Ihr ein Sachse oder ein Brabanter oder seid Ihr aus Frankreich, dann müßt Ihr schon alles in Eurer Reisetasche bei Euch haben, denn Ihr rührt bei mir bestimmt nichts an, und wenn die Nacht ein Jahr lang wäre. Ich habe weder Met noch Wein, junger Herr, Ihr könnt nur bei den Vornehmen zu Gast sein'".


Zijt u niet Helmbrecht, had ik dan alle vissen (voor) u te wacht bij mijne dis door eten nimmer (van) uwer hand (zullen de wachtende (aan te bieden) vissen aan mijn tafel nooit gegeten worden door uw hand). Zijt ge een Saks of een Brabanter of zijt ge een Waal, u moet uw male met u hebben gevoerd (moet u alles in uw tas al meehebben): van u wordt beroerd des mijnen niet geware (u blijft van het mijne af) en ware (duurde) die nacht een jaar. Ik en hen (hebbe) de mete (vlees) noch de wijn: jonckheere, u zult (moet) bij de heer zijn!

 

'Galitzen' wordt in vers 71 vereenzelvigd met 'Frankrijk'. Waal duidt meer op iemand uit het noorden, een meertalige Vlaming, dan op iemand uit Frankrijk, Galitzen tegenover Wahle. Het gaat duidelijk niet over iemand uit het noorden van het huidige Duitsland.

 

Uitleg op Wikipedia om het Vlaamse karakter aan te tonen:

http://de.wikipedia.org/wiki/Meier_Helmbrecht

 

In Nachahmung des bei Hofe gebräuchlichen Flämischen grüßt er mit 'deu sal!' (Dieu salue), nennt seinen Vater einen "geburekin", seine Mutter ein "dolles wif", die ihm Leib und Pferd nicht "angripen" sollen...

In navolging van wat bij Vlamingen bij het hof gebruikelijk was, groet hij met 'God zal' ('t u lonen), noemt zijn vader een 'geburekin', zijn moeder een 'dolles wif', die hem lijf en paard niet 'angripen' zouden. (De groet gelijkt op Rollo's groet: 'Bi got'.)

Bron:

Wernher der Gartenaere: Helmbrecht (1250-1280) hg. und übs. H. Brackert, 1972

op:

http://www.hs-augsburg.de/~harsch/germanica/Chronologie/13Jh/Helmbrecht/hel_meir.html




    Franken (36-39)

 

 

p 36  Over het woord 'Frank'...


Frank: vrij, vrijmoedig, uitdagend, vrijpostig, onstuimig, wild, dapper, brutaal, klaar om te vechten, iemand om te vrezen...   mnl: vrank van *franka-. In West-Vlaanderen worden vrank (Vrankrijk) en frank (Frankrijk) door elkaar gebruikt in de betekenis van vrij of brutaal.

Germaanse stammen verzamelden zich rond de naam 'Frank', in de betekenis van 'we horen bij die groep waarvoor je moet opletten'. Franken hebben Gallo-Romeinen en andere Germanen onderworpen, zodat ze lijfeigenen werden. Het woord 'frank' werd dan door die groep ook gebruikt voor de stam die hen had overwonnen en 'vrij' was in tegenstelling tot zijzelf. Frank duidt wel degelijk een toestand aan en hoeft in eerste instantie niet aan een taal te worden gelinkt. Het Latijn gebruikte 'Francus'( 3de) en 'francus' betekende uiteindelijk ook 'vrij'. De betekenis ‘vrij’ kan men het eerst bewijzen in het Latijn in een decreet van Childebert II uit 596.

Ik zie dat woord de Franse taal binnenkomen uit het Germaans.

(Bron: van der Sijs Nicoline (samensteller) Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/ 2010)



 

p 39 Frankische adel


Uit teksten, uit de tijd van Karel de Grote, blijkt dat de Frankische adel de gewoonte had om hun zonen te sturen naar Brabant om daar goed 'Frankisch' te leren. (Flobert↓ bij Goormachtigh) Het gaat dus duidelijk niet om Oudhoogduits maar om Oudnederlands.


 


 

p39 Frankische begraafplaatsen

 

In 1951 werd een Frankische necropool gevonden te Fresquiennes. Cochet (24) beschrijft in de 19de eeuw Frankische begraafplaatsen in de Eaulnevallei, Londinières, Lucy, Parfondeval, Envermeu, Douvrend, Dieppe, Etretat en de vallei van de Seine-Inférieure.

 

In de Eaulnevallei gevonden grafgift,

prent uit 1866

 



    Friezen (39-52)

 

 

Een kaart uit de dertiende eeuw: De 'Pisane' portolaankaart, bewaard in de nationale bibliotheek van Parijs (). In het rood zijn streken aangeduid en in (Frans-)Vlaanderen staat duidelijk 'Friza' in het rood genoteerd, tussen Nieuwpoort en Bonen (Boulogne).  De kaart kreeg de naam 'Pisane' omdat ze in Pisa door ridder 'Micali' is teruggevonden.

 


schermafbeelding-2013-10-15-om-16-35-42.large.jpg

 

 

 

Verwacht geen exact gelegen plaatsen op zo'n kaart. Maar er is wel degelijk nagedacht over hoe iets op het perkament moest komen. Zo kan de kaart volgens mij eventueel gelezen worden: Streken staan in het rood, plaatsen staan in het zwart. Vandaar dat tussen de rode woorden een aantal steden staan vermeld die bij de streek horen. Zo hoort bij flandis 'brugis' en 'porto niua' (Brugge en Nieuwpoort) bij friza hoort dan 'sca maria bulogna' 'Graua lingue' 'sco galaby' en 'chuisan' (Boulogne Gravelingen Saint-Valéry Wissant) en bij nermandia hoort 'diepa baspau'...(Dieppe Bapaume...) om bij bertaigna (Bretagne) uit te komen. Uiteindelijk toont deze kaart één van de laatste vermeldingen van het overlappen van Vlaanderen en Frisia want in die tijd was Friesland al helemaal het Friesland van nu geworden. De kaartmaker heeft moeite met het plaatsen van Vlaanderen en Friesland: Hebben ze hier gekopieerd uit een oudere kaart? Laatst las ik ergens op internet dat de namen op de portolaankaarten vooral belangrijk waren om de getijden in het oog te houden. Als dat zo is, dan speelt de volgorde op een kaart zeer duidelijk mee.

 

De overlappende geschiedenis van Friezen en Vlamingen blijft soms voor verwarring zorgen. Op de kaart hieronder zien we in het noordoosten Flandra staan en daar vlak onder frislanda, maar nu alle twee op de plaats waar men het huidige Friesland mag verwachten. (Fragment uit de kaart van de Atlantische oceaan, uit Vesconte's atlas (1325) voor Marino Sanuto's 'Liber Secretum' , nu in de British Library.)

 


schermafbeelding-2013-10-16-om-09-35-17.large.jpg

( Alles gevonden via http://www.nifterlaca.nl/ )

 



 

Friezen en hun volksrecht


Hoe zijn de Friezen aan hun recht gekomen? In een oud Fries prozaverhaal eiste Karel de Grote dat twaalf asega's (wetzeggers) het volksrecht van de Friezen zouden opstellen. Dat lukte niet en Karel de Grote liet hun de keuze tussen dood, slavernij of achterlating op zee in een schip zonder tuig. Ze kozen voor het laatste. Een man met een gouden bijl (Thor met zijn hamer(?), later met Christus vereenzelvigd) verscheen plotseling op het schip en stuurde het veilig naar land. Hij wierp zijn bijl op de grond en op die plaats ontstond een bron. Hier kon men zich dus settelen. Een voorstelling op een zegel (1550) van de Friese stad 'Medemblik' wordt als een afbeelding van dit verhaal gezien.

(Oppewal Teake en vele anderen, Zolang de wind van de wolken waait. Geschiedenis van de Friese literatuur Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2006, gevonden via: http://dbnl.org/tekst/oppe003zola01_01/oppe003zola01_01_0005.php?q=Runenstaafje )

Kunnen wij hier niet een afspiegeling zien van een (her)kolonisatie van het huidige Friesland?

 



 

p. 40 drijvende eilanden

 

De heer Bourel (↓) beschrijft op p. 19 en 57 van zijn voortreffelijk boekje dat zo'n eiland 'vlotte' heette. Sommige eilanden waren tot honderd vierkante meter groot. Ze konden verschillende mensen dragen en het koel water onder de eilanden zorgde voor veel rondzwemmende verse vis. Als de winter naderde, namen de moerasbewoners hun eilanden mee op sleeptouw, de rest van het jaar dreven ze vrij rond. Keizer Karel, Lodewijk XIV en nog heel wat andere beroemde mensen, kwamen naar dit natuurfenomeen kijken. In 1827 bestonden nog er drie van die eilanden, ooit waren er meer dan driehonderd geweest!

De wonderbaarlijke eilanden kunnen volgens Lendering-Bosman(↓) p46 niet slaan op de Zeeuwse archipel omdat hij nog niet bestond en niet op de Waddeneilanden want die lagen zo ver dat de bewoners niet betrokken konden zijn bij de gebeurtenissen in de Maasvallei.
Mag ik het waddengebied en de drijvende eilanden dan in het Noord-Franrijk van nu plaatsen zodat Caesar zich dan mogelijk toch niet vergiste.


 



Friezen aan de Schelde:

villa Scaltheim (villa Scaltheim quae iuxta ostium Scaldis fluminis in maritima Frisionum regione posita est) • 830 kop. 10e  (uit het toponymisch woordenboek van Gysseling)

 



p 46 'S'iberisch...


Dat leger van Vlamingen, Friezen en Hollanders moesten natuurlijk niet het barre weer van het noorden trotseren.Schamen

Siberisch schiereiland moet natuurlijk Iberisch schiereiland zijn!



gedc3392.large.jpg

Bonifatius, apostel van de 'Friezen' (Mainz Duitsland, eigen foto)


 


 

p 47 Fressin:

 

Welke van deze toponiemen in Frankrijk kunnen een verband hebben met de Friezen?

Fréauville Frèche Frêche Fréchencourt Fréches Frécourt Fréland Fremainvillc Frénaye Fréniches Frénois Frénouville Fréthun Fréville Frévillers Fréissinières Freissinouse Frelinghien Frenay Frênes Frenelle Freneuse Freney Fresmontiers Fresnaie Fresnais Fresnay Fresnay le Gilmert Fresnay le Samson Fresnaye Fresne Fresné Fresne l'Archevèque Fresneaux Fresnel Fresnes Fresneville Fresney Fresnicourt Fresnières Fresnois Fresnoy Frespech Fresquel Fresquienne Fressac Fressancourt Fresse Fressenneville Fressies Fressin Fressineau Frestoy Fresville Freycenet Freychenet Freyssenet Fressinet Friaize Friburg Fricamps Friche Frichemesnil Friche Fricourt Friesen Friesenheim Friville Frizon Froeschwiller Froissy... (Uit: Nègre Ernest, Toponymie générale de la France: Tome 3, Formations dialectales (suite) et françaises : étymologie de 35000 noms de lieux Librairie Droz Genève 1998 p 1788)

 

Twee ervan zijn door mij opgezocht:

Fressin: Fresingahem, Fresinghem

Fresinghem est à traduire par demeure de l'homme libre ou du Frison (Skinner hieronder). Vrij vertaald: Fresingahem betekent woonplaats van de vrije man of van de Fries.

 

Friesenheim (Elzas)

Een dorp dat al bewoond was in de Romeinse tijd. Gelegen in het natuurgebied de 'Ried' (Nl: riet). In de 7de en 8ste eeuw kwamen zich hier Friezen vestigen. Vanaf de 13de eeuw is het dorp in bezit van de graven van Hüneburg (Elzas). (Wikipedia)

 

Toutes ces dénominations locales se sont formées d'un nom d'homme ou de peuple , Freiso , Friso , tiré du germain fri, frei , frets, libre, franc, liber. Le nom de Frison, comme celui de Franc, veut dire homme libre. On a par fois confondu et employé ces noms l'un pour l'autre: Ad. Junius Frisios veteres cum Francis confondit et ulris- que a libertate nomem Iribuit. (Skinner, Etymol. anglic.) 

 

Mannier beschrijft hier de naam 'Fries' als een synoniem voor 'Frank' en beweert daarbij dat die twee begrippen door elkaar werden gebruikt.

 

Dan zou dit stukje kaart, wat de meesten direct als een slordigheid durven bestempelen, meer waarheid doen vermoeden dan verhoopt, toch zeker voor de periode tot aan het tijdperk van Karel de Grote:

 


schermafbeelding-2014-02-27-om-13-58-20.large.jpg

Detail uit: A map of the kingdoms of the Anglo-Saxon Heptarchy 

(Bartholomew's A literary & historical atlas of Europe 1914)

 


 

    Vikingen (53-59)

 

 


 

    Suevi (60-61)

 

De Suevi die in Zwevegem en Zwevezele woonden hadden misschien familie wonen in de buurt, in Izegem (Iso-inga-heim) want volgens een aantal historici was van de Suevi bekend dat ze Isis vereerden. Iso kan staan voor een tempelplaats ter ere van Isis: de lieden die toebehoorden aan Isis (oudste vermelding: Isinchechem 1066).

Wellicht wat ver gezocht, maar niet verder dan er 'de kinderen van Iso' van te maken. Zonder historische bronnen blijft het gissen en zoeken naar de meest logische uitleg. Door het Romeinse Rijk reikte de verering zeker tot in het Rijnland.

 


 

4 Multicultureel Normandië (62-66)

 

Sint-Elooi (7de eeuw)

 

Ook voor Sint-Elooi, een voormalig (goud)smid was de taal geen hinderpaal. Geboren in de buurt van Limoges probeerde hij de Vlamingen, de Friezen en de Suevi in de buurt van Kortrijk te bekeren (volgens Ozanam). Daarvoor was hij ook werkzaam geweest op andere plaatsen in het bisdom Noyon en Doornik. Merkwaardig hoe die volkeren weer samen worden genoemd.

 


 

5 Kelten (67-69)

 


 

6 Armoricanen (70-71)

 

Pouldrégat (Pouldergat) bij  Thierry en Ogée: een kustplaats in Bretagne, letterlijk een poldergat: een poort naar zee in de polders.

Pospoder (Porspoder) bij Ogée

-Zou ook van 'polder' kunnen komen. Ik vind bij de auteur geen uitleg en ook niet op Wikipedia. Maar Pospoder ligt aan zee en het heeft goede vruchtbare landbouwgrond.

-Het woord 'poder' komt wel veel voor in de Lex Salica om een jong dier in het algemeen en soms een kalf of een veulen in het bijzonder aan te duiden. Met die vruchtbare landbouwgrond kan dat ook hier een rol spelen. (Schoonheim↓)

Pordic (Ogée↓) aan zee lijkt mij ook deels Germaans met 'dic' (dijk) . Zeker als volgende toponiemen in de buurt liggen: heuvel van 'Bernen' en de 'ville Rouault'. Men heeft het met Romeinse 'Portus Itium' willen vereenzelvigen, maar dat was niet vol te houden. Die 'por' kan natuurlijk komen van 'port', haven, of 'port', poort: portdic.

-nez toponiemen (zie ook daar) Boerman e.a.↓ p 47:

Les Cheminées voor de kust van Bretagne werd door Nederlandstalige schippers vervormd tot Kemenesse(n). In de 16de eeuw was aan de kust van Bretagne ook een Vlamincxnesse.

-De plaatsen Cesson en Trécesson hebben het meervoud van 'Saoz', Saks in hun naam. Cesson ligt bij Rennes (Saxon in een akte van 1153). Trécesson: La 'trève (een onderdeel van een parochie) des Saxons, bij Campénéac in de Morbihan.

 

 


 

7 Vikingse voorouders (72)

 


 

8 Normandische talen (73-78)

 

-Sint-Bernard en Germaanse gezangen voor de tweede kruistocht

(Wikipedia, tweede kruistocht en Kastner)

Het enige succes van de Tweede Kruistocht was voor een gecombineerde troepenmacht van 13.000 Vlamingen, Friezen, Normandiërs, Engelsen, Schotten en Duitse kruisvaarders in 1147. Ze waren op weg naar het Heilige Land per schip, maar onderweg stopte het leger om een kleiner Portugees leger (7.000) te helpen in het veroveren van Lissabon. Zo verdreven ze er de Moorse bezetters.

Toen Sint Bernard predikte voor de tweede kruistocht in 1147, zongen de mensen die hem volgden dit Teutoonse refrein: Christus ons Genade, Kyrie eleison! of Heiligen alle helpe ons!

Tudesque mag hier weer niet worden verward met Duits, de woorden zijn duidelijk Vlaams.

 

 


 

9 Vlamingen en Normandiërs (79-87)

 


 

-Brugge:

 

Het oudste Brugs document in de openbare bibliotheek is een fragment van een Merovingische oorkonde uit de tweede helft van de 7de eeuw, afkomstig uit de 'Ten Duinen' abdij. Het gaat om een onderdeel van een akte die de verkoop regelt van een stuk grond uit privébezit in het huidige Bessin in Calvados (Normandië).

 


 

-Het Vlaamse huis van Boulogne

 

Eustaas (van Cuyck) streed als Vlaming (George) aan de zijde van Willem de veroveraar. Zijn vader was getrouwd met Mathilde van Leuven. Na de dood van zijn broer regeerde hij ook over het graafschap Lens. Via moeders en vaders kant was hij afstammeling van Karel de Grote. Zijn broer was bisschop van Parijs, zijn andere broer was schoonzoon van de hertog van Normandië. Zijn bekendste zonen waren Godfried van Bouillon en Boudewijn van Boulogne.

Het tapijt van Bayeux bevestigt de belangrijke rol van Eustaas tijdens de slag van Hastings. Hij is de enige Vlaming die met naam wordt genoemd op het tapijt. Zonder Eustaas zou Willem wellicht zijn gesneuveld. Volgens van Cuyck () is Eustaas de beste kandidaat om opdrachtgever te zijn van het beroemde tapijt. Zijn stelling overtuigt. Eustaas had heel wat gebieden in Engeland. Die kreeg hij na een verzoening met Willem de Veroveraar. Willem kreeg ook zijn steun om Normandië te verdedigen tegen Robrecht de Fries.

De abdijkerk van Sint-Wulmer werd de begraafplaats van de graven van Boulogne. Zijn vrouw Ida ligt begraven in de kerk van Le Wast.

De zwaan in het wapenschild van de familie vertelt ons dat Ida de dochter was van de Zwaanridder. (Lohrengrin) De Zwaanridder was de hertogin van Bouillon, grootmoeder van Ida, te hulp gekomen tegen de Saks Reinier. Weer een Saks in het noorden van Frankrijk.

 

 


 

p 82 De Bruce

 

 

Om het belang aan te tonen van familiegeschiedenissen en hun invloed op gebeurtenissen in West-Europa, loont het de moeite om bepaalde zaken nader te bekijken. Een klein voorbeeldje is voor mij het zoeken naar info over 'Robert de Bruce', zijn Vlaamse afkomst en zijn belang voor Schotland. Een hulpmiddel daarbij zijn onderzoekingen naar de wapenschilden en de strijdkreten en hun onderlinge verbanden.

Het uitgewerkte voorbeeld van 'Robert de Bruce' staat bij het hoofdstuk over 'Normandische Adel' bij het wapenschild dat bij 'Estouteville' staat.

 

 

 


 

p 83 Vlamingen, Friezen en Denen die samen ageren tijdens de kruistochten.

 

Zo meren ze aan om hulp te bieden in het Midden-Oosten (Grousset):

...enfin cinq cents navires danois, frisons et flamands portant dix mille hommes ... eindelijk vijfhonderd Deense, Friese en Vlaamse schepen met tienduizend man...

en verder,

...Richard, l’écu au cou, une hache danoise à la main, saute dans la mer ... Richard (*)... het schild aan de nek, een Deense bijl in de hand, springt in de zee...(*Leeuwenhart, zijn hart ligt begraven in de kathedraal van Rouen, de rest aan de voeten van zijn ouders, in de abdij van Fontevraud in Anjou.)

 


 

Sint-Omaars in Frans-Vlaanderen

 

Er woonden rond de stad 'broekers' (moerasbewoners) die tot aan de 20ste eeuw hun taal en gewoontes aanhielden, vooral in Ijsel (Lyzel) en Hoge Brigge (Hautpont). Op een bepaald moment wordt in de 18de eeuw de taal van de broekers aangeduid als dezelfde taal als de inwoners van het Normandische 'Bessin'. Merkwaardig, omdat in de Bessin ook sprake was van Saksen die er woonden. (Bourel p27 )

 


 

 

Gudrun

 

Lees het verhaal van 'Gudrun' uit de dertiende eeuw en ontdek dat hier nog altijd dezelfde stammen, bij en door elkaar, een grote rol spelen. Gudrun zelf was een Friese vrouw met 'Deense' roots. Gudruns vader Hettel was een Fries van 'Deense' origine. De moeder had ook 'Deens' bloed in de aderen. Een van haar vrijers is Siegfried van Môrland (Moerassenland, de Moeren?), een andere is Hartmut van Ormanië (Normandië) en dan is er nog Herwig van Sêlant (Zeeland). Als Hartmut weer keert naar Normandië uit Zeeland rust hij uit op het eiland Wulpensant (Wulpen aan de kust in West-Vlaanderen?) Uiteindelijk trouwt onze Zeelander (Zeeuw) met Gudrun. Het verhaal speelt zich dus af in Vlaanderen met een uitloper naar Normandië.


 

Troje

Zowel de Nederlanden, als de 'Denen', als de Normandiërs in het algemeen, zagen hun heroïsche voorouders afstammen van het Trojaanse volk. Het belangrijkste is hier niet of dat historisch klopt, wel dat diezelfde verhalen werden verteld in deze gebieden.

 


    Epen (93-104)

 

 

 

1.Wace R, Le roman de Rou et des ducs de Normandie (12de eeuw), editie van Frédéric Pluquet Rouen 1827 (Google eBoek) vers 110

2.Viscart Robert door Aimé, onder de redactie van Champollion-Figeac M,l'ystoire de li normant et la chronique de Robert Viscart, par Aimé, moine du Mont-Cassin; publiées pour la premiere fois, D'après un Manuscrit françois inédit du xiije siècle, appartenant à la bibliotheque royale, pour la Société de l'Histoire de France uitgeverij Renouard Parijs, 1835 (Google eBoek)

Aimé: Amatus of Amato di Montecassino. Robert Viscart: Robert Guiscard (1015-1085, een Germaanse naam), zoon van Tancred de Hauteville (zie bij die plaatsnaam).

Redacteur Champollion-Figeac beschrijft in zijn voorwoord dat het hier een heruitgave betreft van een Franse uitgave uit 1612 van een onuitgegeven oud-Franse vertaling uit de 13e eeuw van een origineel Latijns document dat geschreven is in de elfde eeuw.

3. Rombaut H, Julius Caesar in België, Universa Press 2006

4. Despriet Ph, Geschiedenis van Frans-Vlaanderen, Kortrijk 1988

5. Freeman E, The history of the Norman

6. Labutte Augustin, Histoire des ducs de Normandie jusqu'à la mort de Guillaume le Conquérant, Furne, Jouvet et cie, 1866 (Google eBoek)

7. Uit: Spieghel Historiael van maart/april 2004

8. Wikipedia