Welkom op

Het Saksisch kruis van Brussel

 

Opvallend hoe de Engelse streek tussen York en Middlesbrough verschillende toponiemen had die naar de Scheldestreek van de Scaldingi verwezen. In een ander artikel heb ik aangetoond dat de Denen van de Danes dyke in de buurt mogelijk uit het Scheldegebied afkomstig waren. De danelaw-streek en de Lage landen zitten bij elkaar en zonder Noord-Deense connecties. Hier speelt de Saksische taal de grootste rol.

Op een relikwiekruis uit de tiende, elfde eeuw dat nu te zien is in de Sint-Goedelekathedraal te Brussel staat de maker ervan duidelijk op de achterkant: DRAHMAL ME WORHTE, in het Oudengels of Saksisch. In het West-Vlaams. zou ik schrijven Drahmal me wrohte (Drahmal maakte me). In de 19de eeuw vermoedde men dat het Vlaams was, maar de – vooral Engelstalige – taalgeleerden hebben dit weer vernauwd naar Engels-Saksisich.

Schermafbeelding2016-11-23om133914.jpg

Foto van het kruis.

 

Dragmál als naam komt men op zijn vroegst tegen in Dromonby onder Middlesbrough, in het Domesday Book Dragmalebi geheten. Men legt het uit als was de naamgever een afstammeling van negende-eeuwse Deense kolonisten. Vanuit mijn visie kwam een Drahmal dus uit Vlaanderen-Zeeland, de streek van waaruit de Denen zijn vertrokken. Die naam kan meteen betekenen dat de tekst op het kruis Saksisch-Vlaams is. Een ander vroeg voorbeeld van die naam was een getuige Dragmál die te vinden is in een Engels handvest uit 959. Mogelijk had Knoet de Grote – uit Frans-Vlaanderen afkomstig – het in zijn bezit, maar men houdt het liever wat ruimer en spreekt over een kruis dat eigendom was van de Angelsaksische koninklijke familie.

Het relikwie werd op een bepaald moment geschonken aan de abdij van Westminster waar het volgens historici – hypothetisch – gestolen werd door Vlaamse soldaten. Daardoor is het kruis uiteindelijk – via Utrecht – in Brussel gearriveerd. Simone D'Ardenne identificeert de relikwie als koning Alfreds lignum Domini – Hout van de Heer – . Volgens haar bleef de relikwie bij de West-Saksische koninklijke familie tot het einde van de tiende eeuw, toen het in het bezit kwam van een zijtak. Die schonken het kruis aan de abdij van Westminster waarna het – volgens D'Ardenne – in Utrecht in Nederland terechtkwam, waarschijnlijk tijdens het bewind van de laatste Normandische koning van Engeland, Stephen (1096-1154) zoon van Adela, de jongste dochter van Willem de Veroveraar. Het bevindt zich nu sedert de zeventiende eeuw in de kathedraal van Brussel. Het kruis meet 46,5 bij 28 cm. Aan de uiteinden van de kruisarmen staan de vier evangelisten met hun symbolen. Het Lam Gods staat op de kruising. Het Brusselse kruis was oorspronkelijk versierd met edelstenen en goud en men beschouwde het hout als een deel van het echte kruis waar Christus aan stierf. Er waren er zo nog, maar dit was wel het grootste stuk dat bestond. Peter de Grote van Rusland kwam het persoonlijk afmeten.

Er blijkt een duidelijke connectie te zijn met het Saksische gedicht The Dream of the Rood, zowel wat het kruis als wat de tekst op het kruis betreft. The Dream of the Rood is een Angelsaksisch religieus gedicht van ruim 150 regels. Het werd door enkele geleerden toegeschreven aan Caedmon van Cynewulf, maar dat blijft hypothetisch. De tekst van het gedicht moet oud zijn, want delen ervan staan ook – in runen – op een kruis uit de achtste eeuw in de kerk van Ruthwell.

Het gedicht vertelt de droom van een dichter die voor het kruis (the rood) van Christus komt te staan. Het kruis straalt licht uit en is bedekt is met goud en juwelen, maar dan verandert het kruis in hout dat zich bedekt met bloed. Het kruis begint te spreken en vertelt hoe men het uit een boom hakte en hoe het treurde dat het de lijdende Christus moest dragen. Op het einde van het gedicht laat de dichter zich leiden door het kruis.

De tekst op het Brusselse kruis bestaat uit een opdracht en uit een fragment van het gedicht. Bij nader onderzoek merken we weer de grote overeenkomst tussen het westelijk Saksisch en het West-Vlaams. Laten we – om dat te bewijzen – een stukje van het gedicht en daarna de tekst van het kruis wat nader bekijken.

 

The Dream of the Rood (lijnen 1-12):

Hwæt! Ic swefna cyst secgan wylle,

hwæt me gemætte to midre nihte,

syðþan reordberend reste wunedon!

þuhte me þæt ic gesawe syllicre treow

5 on lyft lædan, leohte bewunden,

beama beorhtost. Eall þæt beacen wæs

begoten mid golde. Gimmas stodon

fægere æt foldan sceatum, swylce þær fife wæron

uppe on þam eaxlegespanne. Beheoldon þær engel dryhtnes ealle,

10 fægere þurh forðgesceaft. Ne wæs ðær huru fracodes gealga,

ac hine þær beheoldon halige gastas,

men ofer moldan, ond eall þeos mære gesceaft.

 

Mijn vertaling met Oud (West-)Vlaamse woorden en verdere uitleg eronder:

De droom van de roede

Weet! Ik zweefne keest secgne wille

Weet! Ik zweef, keest zeggen wil (ik droom dat ik de kern zeggen wil) (keest: pit)

wat me gemete te middernahte

wat mij ontmoette te middernacht (wat ik tegenkwam om middernacht)

sehtendan reedberend reste junden

sinds dan redeberenden rust gunden (sedert de stemdragers/sprekers zich rust gunden)

duhte mi dat ik gezage selleger tere

het docht mij (ik meende) dat ik zag een zaliger boom

in luft leiden, lihte bewonden

in de lucht geleid, met licht omhuld

bome berhtest. Al dat baken was

de helderste boom. Heel het baken (teken) was

begoten mid golde. Gimmes stoden

begoten met goud. Juwelen stonden

fagere at voldaene scatten, (de)swelke daer vive waeren

mooi als een volmaakte schat, van waar er vijf waren

up an de okselgespanne. Beholden door engel druhtens alle

op het kruispunt van het gespan (waar het hout elkaar kruist). Vastgehouden door engelen Gods

fagere door voortgescaft. Ne was daer hoere fracodes galge

mooi door hen voortgeschapen. Er was daar geen onreine fracodes (slechte) galg

ook hij en daer beholde heilge geestes,

ook zag hij daar geen heilige geesten

man over molde, end al deze mare geschaft

mannen over aarde (mensen over de hele wereld), en al deze beroemde geschapenen.

 

De tekst van het kruis.

Op de zijkanten van het kruis staat volgende tekst te lezen:

ROD IS MIN NAMA GEO IC RICNE CYNING BÆR BYFIGYNDE BLODE BESTEMED ÞAS RODE HET ÆÞLMÆR WYRCIAN 7 AÞELWOLD HYS BEROÞOR CRISTE TO LOFE FOR ÆLFRICES SAVLE HYRA BEROÞOR

In oude Vlaamse woorden:

Roede is min name – eens ik rike keuning baer, bevigende, met bloed bestoomd – Des Roede het (heeft) Edelmaer werken – en Adelwold zijn broeder, criste te love, voor Alfrics ziele, hun broeder.

 

In Nederlandse woorden:

Hout is mijn naam – eens droeg ik bevend, met bloed bevochtigd, de rijke koning – Edelmaer heeft het kruis gemaakt en Adelwold zijn broer – om Christus te loven om Alfriks ziel, hun broer.

Schermafbeelding2016-11-23om133822-3.jpg

Tekst op het kruis.

 

Besluit

West-Saksisch en West-Vlaams scheiden in de vroege middeleeuwen is volgens mij verkeerd. Het was hetzelfde Diets, waar hoogstens uitspraakverschillen te merken waren, zoals dat nu nog het geval is binnen de verschillende West-Vlaamse streken. Saksisch was eens de taal van Normandië tot Oost-Friesland in het noorden.

 

 

 

 

 

Bronnen

Veel materiaal komt voor in alle opgezochte boeken, zodat een verwijzing binnen de tekst te uitgebreid zou worden, vandaar een alfabetisch overzicht van de gelezen en/of gebruikte bronnen.

-Allard Joe, North Richard, Beowulf and Other Stories: A New Introduction to Old English, Old Icelandic and Anglo-Norman Literatures, Routledge 2007/2014, chapter 6: The dream of the rood and Anglo-Saxon Northumbria (Éamonn Ó Carragáin Richard North).

-Browne George Forrest, St. Aldhelm, His Life And Times: Lectures Delivered In The Cathedral Church Of Bristol, Lent, 1902. London 1903, p193-199

-Brussels cross op https://en.wikipedia.org/wiki/Brussels_Cross#CITEREFWilson1984 okt. 2016

-d’Ardenne Simone, The Old English Inscription on the Brussels Cross, English Studies 21:1-6, 1939 p 145-164. Leerling van Tolkien.

-http://www.dreamofrood.co.uk/glossary1.htm#lyft november 2016

-Fellows-Jensen Gillian, The vikings and their victims: the verdict of the names, University college London 1995 reprinted in the university of Birmingham 1998, p 22-23

-Mize Britt, The Mental Container and the Cross of Christ: Revelation and Community in The Dream of the Rood, Studies in Philology Vol. 107, Nr 2, 2010 p 131-178

-Ó Carragáin Éamonn, Ritual and the Rood: Liturgical Images and the Old English Poems of the Dream of the Rood Tradition, University of Toronto Press, 2005 p342-352

-Relique de la Croix du Christ à Bruxelles op http://tricoda.blogspot.be/2014/11/relique-de-la-croix-du-christ-bruxelles.html okt. 2016

-van Ypersele de Strihou Anne, De kerkschat van de Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal te Brussel, (Brussel 2000) p 35-43.

-https://weblearn.ox.ac.uk/access/content/group/5425519f-7550-410e-a7e7-521279f5bffa/rood.html november 2016

-Foto's uit:

Kelly Richard J. & Quinn Ciaran L, Stone, skin, and silver A Translation of The Dream of the Rood Litho Press Midleton, Co Cork, Ireland 1999

http://public.gettysburg.edu/~cfee/MedievalNorthAtlantic/brussels/images/CRW_4613_RT16_JPG.jpg november 2016