Welkom op
-ville toponiemen Germaans?
Toponiemen met...  Ville-, -villa, -ville, -viller, -villers, -villiers, -willer, -villard, -villars, weiler (-court) ...

Men laat die plaatsaanduidingen uit het Volkslatijn 'villa' komen, zo'n 100 jaar na de Romeinse bezetting, vanaf de 6de eeuw. Waarom moet men namen overnemen van de Romeinen terwijl de Romeinen verdwijnen, terwijl de streken door de Frankische, Saksische, Friese, Normandische... stammen (weer) Germaans worden of gebleven zijn? Kan men niet veel beter spreken over cognaten die samen een Indo-Europese oorsprong hebben?

 

de Vries (1) legt het als volgt uit: Het woord 'villa' werd in de Romeinse tijd gebruikt voor de grote herenhoeven in Zuid-Limburg; daarvan was afgeleid villāre, de bij een villa behorende grond, waaraan nog plaatsnamen als Wijlre, Wilre herinneren.

Het Oudhoogduits heeft 'wīlāri wīlar' voor gehucht, Nieuwhoogduits 'weiler'. Ook het Oudfrans heeft 'viller' voor hoeve met plaatsnamen als Villers en Villiers. Zowel wat hun ouderdom als wat hun aantal betreft, schijnen de -weiler toponiemen zich van west naar oost uitgebreid te hebben, als oudste ontbossingsnamen. Merkwaardig is, dat in Noord-Frankrijk de -weiler-namen zeer vlug na de landname ontstaan zijn en dat zij in Elzas in de 7e, en in Wurtemberg pas in de 8/9e eeuw in de oorkonden opduiken.8 Kan hier wel een grote Latijnse invloed gelden?

 

Mij doemt een duidelijker beeld op wanneer ik kijk naar de volgende woorden:

-wijl wijle (poos)

mnl. wîle v. “tijd, uur, tijdruimte”. = ohd. (h)wîl(a) (nhd. weile), os. hwîl(a), ofri. hwîle, ags. hwîl (eng. while), got. hweila v. “id.”; hierbij de n-stam on. hvîla v. “rustplaats, bed” en de ww. got. hweilan “talmen”, on. hvîla “laten rusten, (hvîla-st) rusten, liggen”, ohd. wîlôn (Notker), laat-mhd. wîlen “vertoeven” (nhd. weilen), mnd. wîlen “talmen, vertoeven”, ofri. hwîla “id., onaangetast blijven”, nnl. (nog niet bij Kil.) (ver-)wijlen. (Bij van Wijk9)

-wijlen verwijlen

In het Middelnederlands bestond een zelfstandig naamwoord wile: tijd, poos, uur, tijdsduur, dat nog voortleeft in ons werkwoord verwijlen voor: vertoeven. Het Duits kent Weile (eile mit Weile: haast u langzaam), het Engels heeft while (quite a while: een hele poos). (Bij Schröder10)

-vele voor 'een grote hoeveelheid, een groot aantal samen' lijkt mij een aannemelijke oorsprong.

-wijk

Philippa2 schrijft dat het Latijn 'vīlla' is ontstaan uit *vīcslā en verwant is met 'vīcus', een groep huizen, dat verder natuurlijk zijn cognaat heeft met ons woordje 'wic/wijk', dat als plaatsaanduiding veelvuldig voorkomt.

Op 'etymologiebank.nl'3 omschrijft men 'vīcus' als Latijn en verwant aan het eveneens Latijnse 'vīlla'. Men construeert het wel uit het Proto-Indo-Europese *uoiḱos en *ueiḱs-leh2-, waarbij achtereenvolgens bijhoren: Gotisch weihs (gehucht, dorp) Grieks oĩkos (huis, kamer, vaderstad, vermogen) Dorisch-Grieks -(w)ikes (volksstam) Sanskrit víś- (nederzetting, stam) Avestisch vīs- (nederzetting) Oudkerkslavisch vĭsĭ (nederzetting) en Tsjechisch ves.

Waarom het (Oud)germaans daar niet bij staat is mij een raadsel. Deze cognaten tonen duidelijk aan dat de woorden sterk waren verbreid en dat het bij de Germanen niet nodig is geweest om dat uit het Latijn te halen. Ik sluit natuurlijk niet uit dat de woorden later in zijn evolutie in het westen van Europa wat Latijnser of Franser werd, maar dat is een later verhaal.

 

De kaarten uit Wikipedia5 zijn het beste bewijs om ons duidelijk te maken waar de Germaanse plaatsen in Frankrijk waren. De stippen duiden op zichzelf Frankische, Germaanse nederzettingen aan. De Romeinen waren het sterkst aanwezig in het zuiden van West-Europa. Als zij de plaatsnamen konden beïnvloeden dan zouden er daar meest -villa/-ville toponiemen moeten te vinden zijn. Het omgekeerde is waar! Al de beschreven toponiemen komen meest voor in streken waar de Romeinen niet sterk stonden. Die kaarten tonen ons onrechtstreeks een taalgrens uit de vroege Middeleeuwen. Wat als we die vier kaartjes uit Wikipedia op elkaar konden leggen?

 

 

           


Mijn opmerking is dat Johan Winkler6 met zijn bewering dat '-ville' afkomstig kan zijn van het Germaans 'wiler', waar het op sommige plaatsen ook tot -villiers is ontwikkeld, wel eens zeer dicht bij de waarheid zou kunnen zitten.

Om nog enkele voorbeelden op te sommen:

-Duitsland heeft zijn -weiler toponiemen met de varianten weil, -weiler, -weier, -weiher, -wil, -wiler, -willer, -wyl, -wyhl, -wyhler, -wyhler, -viller.

Enkele voorbeelden uit Wikipedia: Ahrweiler, Arnoldsweiler, Baesweiler, Bergweiler, Brauweiler, Chorweiler, Dettwiller, Duttweiler, Eschweiler, Etzweiler, Garzweiler, Heusweiler, Höheischweiler, Kinzweiler, Littenweiler, Mariaweiler, Münchweiler, Nünschweiler, Weisweiler

-België:

In België bestaan meer dan 1200 -ville/-villers toponiemen (7) (Bv. Villers-La-Ville, Arville, Assonville, Tenneville, Alleville, Arnoville, Soleville...) 31 -villare toponiemen, 25 wic/wich toponiemen en 230 -court toponiemen,

Dit zijn de -weiler toponiemen in België: Feitweiler (Fauvillers) Hintersweiler,Wosweiler (Athus) Langsweiler, Lingsweiler, Loosweiler (Longvilly) Lommersweiler (Sankt Vith) Lummersweiler (Lommersweiler) Neuweiler (Recogne) Schockweiler (Attert) Schockweiler, Schoeksweiler (Nobressart) Weiler (Autelbas) Weiler, Weilerbach (Villers-la-Bonne-Eau)

Er zijn ook nog Wilderen en Wijer (villare, Vileir)

-Nederland heeft Wylre (Wieler, plaats bij Swalmen, Nieswieler, plaats bij Wittem, wīlere *Wijler, onbekende plaats in de prov. Limburg)

-Frankrijk heeft aan zijn oorspronkelijk Germaanse noordoostkant Rappoltsweiler (Ribeauvillé) en Guebwiller. Rond Straatsburg treffen we vormen aan als -wille, -willer, -ville en -viller.

 

1. de Vries J, Nederlands Etymologisch Woordenboek 1971

2. Philippa M. e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands 2003-2009

3. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/wijk1

4. van Veen P.A.F. en N. van der Sijs, Van Dale Etymologisch woordenboek 1997

5. http://en.wikipedia.org/wiki/Norman_toponymy

en http://fr.wikipedia.org/wiki/Toponymie_fran%C3%A7aise

6. Winkler J, Studiën der Nederlandsche namenkunde, H.D.Tjeenk Willinck & zoon 1900

7. Het volstaat om op http://www.notrebelgique.be/fr/index.php?nv=21 te kijken en bij 'nom de localité contenant...' het woordje 'ville' of 'villers' in te tikken.

8. Mededeelingen uitgegeven door de vla. top. vereeniging te Leuven, elfde jaargang 1935, op de webstek van dbnl.

9. van Wijk N, Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal (1936 [1912]) op etymologiebank.nl.

10. Schröder, Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, 1980