Welkom op

plaatsnamen

Wanneer hypotheses worden gemaakt over de mogelijke oorsprong van een bepaald toponiem, komt duidelijk naar voor dat de Germaanse invloed, of het opzoeken ervan, in Frankrijk beperkt bleef en blijft tot het Engels, Duits en Scandinavisch. Ik wil dat verhaal doorprikken en aanduiden dat de taal van Normandië in die tijd samenhing met de buurtalen in het noorden. Van Noord-Nederland tot aan de Loire sprak men eenzelfde taal, variërend van streek tot streek, maar desalniettemin in die tijd, eenzelfde taal. Men kan het 'Saksisch' noemen of misschien ook 'Angels' in bepaalde uithoeken. (Het Angel-Saksisch blijft voorbehouden voor Engeland.) Dat oude Saksisch zie ik dan wel als voorloper van Vlaams of Nederlands. Het Saksisch dat zich vooral ontwikkelde in Noord-Duitsland is daar volgens mij een latere tak van.

De taalgrens in Normandië die er langzaam maar zeker is gekomen, vergt bij het bestuderen van al die toponiemen toch een nieuwe benadering. Wanneer de villa's 'villes' aan het worden zijn, romaniseert meteen ook het eerste element dat bijna altijd Germaans is. Daar kunnen we wellicht data ontdekken van een verschuivende taalgrens en die is op het eerste zicht toch later dan tot nu toe in wetenschappelijke uitgaven wordt aangeduid. Voor het ontdekken van vroege Nederlandstalige woorden lijkt Normandië een schatkamer te kunnen worden!

De Scandinavische invloed blijkt bij het bestuderen van de etymologie in Normandië een veel kleiner impact te hebben dan wordt aangenomen. De uitleg via het Vlaams of Nederlands is veel logischer dan de Scandinavische uitleg, die telkens grotere sprongen moet maken om iets uitgelegd te krijgen. Het Duits lijkt een goede vriend, maar men moet ook de geografische situaties in het oog houden: Duitland ligt verder verwijderd. De contacten met Picardië, Vlaanderen en Nederland waren veel intenser dan met Duitsland (tot de huwelijken toe, zie elders) Bij het vinden van dezelfde wortels moeten de aanpalende streken en (of) de streken met de sterkste contacten voorrang krijgen. De klankverschuiving die de geboorte inluidde van o.a. Nederlands en Duits lijkt mij een veel ingewikkelder verloop te kennen dan ik ergens lezen kan. Bij mij rijst het vermoeden dat die klankverschuiving overal zat, maar dat die uiteindelijk alleen bij het Hoogduits stand heeft gehouden. Dat kan van belang zijn om de oudste Germaanse woorden en teksten, met klankverschuivingen hier en daar, ook bij de Oudnederlandse woordenschat te plaatsen.

 

Inleiding: 

De omschrijving in cursief dient om de gangbare uitleg te geven die ik in boeken en artikels of op internet heb gevonden. Ik stel telkens een Nederlandstalig alternatief voor.
Soms blijkt een reconstructie (V) (hypothetisch cognaat) van de naam naar onze tijd heel verhelderend.
Daarna som ik enkele door mij gevonden en bestaande verwante toponiemen op in Noord-Frankrijk (TF) , België (TB) of Nederland TN).
Normandische namen staan apart en zijn onderstreept.
Soms zijn verwante namen gegroepeerd.
Wanneer relevante zaken te vertellen zijn, schrijf ik dat erbij.

 

 

Ablon (Able)
Abilo: Germaanse mannennaam
N: Abel van Abilo (persoonsnaam)
T B: Aubel (Abel) Aubel ligt ten zuiden van de voerstreek en heette vroeger 'Able Abel'.
De Franstaligen halen het woord uit het Latijn: Abulo (kleine witte rivier). Zij vergeten dat het dorp vroeger Limburgs-Nederlandstalig was. Ga naar het oude kerkhof rond de kerk: op alle oude kruisen staat de tekst in het Nederlands.
T Normandië: Het dorp Aubel, nu deelgemeente van Beaucoudray.

aubel.large.jpg
Belgisch Aubel (foto Luc en Greta Warnez-Vanbrabant)
Acqueville (Ag[u]evilla 1164 Guillelmus de Augevilla [lees Aguevilla] Agueville 13de)
Ag(g)i + villa
Scandinavisch: Aggi, Agi (persoonsnaam) Oudscandinavisch: Áki, Ouddeens: Aki Zweeds: Ake
N: persoonsnaam Agge, Akke (tweesnijdend zwaard, Fries)
T Normandie: Acqueville (Calvados) Agy
 
Agon-Coutainville (curtem supra mare que dicitur Agons 1026 vill[a] que dicitur Agon 1056 ecclesi[a] Sancti Ebrulphi de Agone 1332 Agon 1351 Agon-Coutainville 1965)
-Scandinavische persoonsnaam (Oudnoors) Hákun of Hákon (Pierre-Henri Billy)
-Anglo-Scandinavisch: Hacun, Hacon (1066 Domesday Book) Hacon of Crokestun (1160 Lincolnshire)
-Oudnoors Hákon (Haakon,Håkon): hoog (há) en zoon (konr), van hoge afkom. Verwant met de Deense naam Hagen.
Persoonsnaam bij ons: Hagen (vroeg mnl) haghene, hagene, hag(h)en(s)
Of:
-Germaanse naam: Ago ( Agon- Ag-, van het germaanse °agiō (zwaardsnee) of van °agan (vrezen) (Ernest Nègre)
N: verwant met eg (ecke, hegge) vroeg mnl: ec, mnl: egge (De scherpe kant van een wapen, het scherp, iedere spitse punt, hoek)
Familienamen: van (den) ecghe, Van (de) Ek
T B: De Voorste Ek, toponiem bij Hoelbeek, Limburg
 
Airel Arel 1066 Donecannus de Airello 1079 Galfridus de Airel 1198 Arel 1326 Ayrel 1494 Herel 1635
-Oudfrans 'arel-' (onbebouwde locatie, open plein) uit het Gallo-Romeins areale, van het Latijn 'arealis' (maaiveld, lege ruimte (te bouwen)
-Pre-latijn 'arel' als in de naam van Arles (Arelate) evenals de vroegere naam van het bos van Brotonne (Arelaunum) (François de Beaurepaire)
T B: Arel (Arlon Arlon) Orolaunum Vicus
Of:
N: harula harel, van hara (arle- hairl- harla- herle-...) met diminutief -ula (zandheuvel)
T B: harulabeki (Harelbeke)
T N: harulahēm (*Harelheem, Haarlem
 
Airan Ueidram Heidram 843 Heidravilla 845 Airam 1025
Persoonsnaam Heidrammus, Heilramnus, Hegeramnus, Hederamnus of Hairamnus of toponiem met -ham voorafgegaan door een soortnaam of een niet geïdentificeerde persoonsnaam.
N: heider-ham
Merovingische necropool (schat van Airan)
 
Amfreville (Ansfrevilla midden 12de, apud Amfrevillam 1237 Anfrevilla 1332 Anfreville 1612)
Naam van een Scandinavisch persoon (Oudnoors) Ásfridhr.
De Fransen geven wel toe dat het alleen in zijn Frankische vorm voorkomt. Dit toponiem komt 8 keer voor in Normandië.
N:  Ans Ase (God) Ansfried Asefrid (Godsvrede)
T Normandië: Amfreville-les-Champs (Anfridivilla 1034) Amfreville-la-Campagne (Ansfredville 1095)
Normandische familienamen: Anfry, Lanfry, Anfray
Gevonden namen bij ons: Anfred, Ansfrid, Ansfrith, Anfrid, Ensfri
 
Amiens
Ik plaats de stad erbij (hoewel hij niet in Normandië ligt) omdat het woord 'theodiscus', Diets hier voor het eerst werd gebruikt door bisschop Joris van Amiens in 786.
 
Ancteville (Ansketevilla 1196 Anschetelvilla, Ansketivilla 1232 Anqueteville 1299)
Zie bij persoonsnamen: Asketil
Scandinavische persoonsnaam 'Ásketill'.
Komt als toponiem 7 keer voor in Normandië, waarbij de Fransen moeten toegeven dat hij alleen onder zijn Frankische versie voorkomt, niet onder zijn 'Noorse'.
N: Ansketill (Aseketel: Ans ase, God en ketel)
T Normandië: Anctoville-sur-Boscq (Anschetevilla 1155)
 
Angey (ecclesia de Angeio 1162 Richard de Angi 1185 Angeyo 1371 Angé 1612)
Gallo-Romeins 'andiacu' met het suffix -acu. Het eerste deel komt van een Gallo-Romeinse naam: Andius.
N: Hank en water, van 'Hanke, anke': oude doodlopende rivierarm, of poel, plas. Vandaar: Waterhang (Waterhanck)
 
Angoville-au-Plain (Ansgovilla 1180 apud Angovillam, Symo de Angovilla 1222 Angoville 1634)
Scandinavisch anthroponiem 'Ásgautr'.
Men geeft weer toe dat het alleen in zijn Frankische vorm te vinden is.
N: Ange, van Angel (volk of hoek)
N: Asgot, Ansgot, Angot, Ango (God-Goot of God-God)
Gevonden namen bij ons: Angil: Enga, Engilo, Angilbald, Angilbert, Engezo, Engizo
T Normandië: Angoville-en-Saire, Angoville-sur-Ay (Ansgovilla 12de)
 
Anneville-en-Saire (ecclesia Sancti Leodegarii de Sarnis 1106 Anslevilla 1126 Anslecvilla 1157 Anslevilla 1280 Annevilla 1351)
Zie bij persoonsnamen: Asleikr
Scandinavische naam: 'Ásleikr'
In Normandië alleen gevonden onder zijn Frankische vorm: Anslech, Anslec
N: Ans Ase (God)
N: Anslech (ase laic), Anslec (ase-lijk, zoals God)
Normandische familienaam: Anlec (Jersey 1306, Hémevez 1320) Anslech of Anslec de Bricquebec
T Normandie: Anneville-sur-Mer, Hémevez (ancienne Ansleville)
 
Annoville (Unnovilla 1172 Ouenovilla 1222 Onnovilla 1251 Annoville 1349)
-Naam van een persoon van Angelsaksische oorsprong, geëvolueerde vorm van Wulfnōð, Wulnod, Wulfnōð, Wulfnon voor Wulfnod. (François de Beaurepaire et René Lepelley)
-Germaanse naam 'Unnulf', geëvolueerde vorm van Hunwulf, van Frankische oorsprong.
-Van 'Unno' (Ernest Nègre)
N: afkomstig (ook voor de Normandiërs) van de Germaanse namen Wlnod, Wulfnōð, Wulfnon, Unnulf of Unno.
 
Appeville (Appamvillam 1080 Apevilla in Baltesio 12de, Appevilla 1186 Apeville 1695)
Van het Scandinavische -api en villa
Uit Oudnoors 'api', aap gek
Verwant met Zweeds 'apa' Deens 'abe' Engels 'ape' Nederlands 'aap' Duits 'affe'
Verwant met 'Apedale' (GB)
Germaans 'apan'
N: ape aap, Fries 'apa'
Meer overtuigend voor mij:
onl 'apa', waterloop, rivier of plaats bij een 'apa' rivier/water
T B: Apa (onbekende plaats in Vlaanderen) erpapa (*Erpape, Erpe bijrivier van de Dender, bruine donkere ape) felwapa (*Vellapa, Velpen, Hasselt) feniapa (*Venapa,Venepe, oude waterloop Booitshoeke) imapa (*Imapa, Impe, waterloop, nu de Molenbeek, en plaats bij Aalst) thornapa (*Doornape, Dworp bij Beersel)... zie INL
T N: erpapa, (Erpe) felwapa (*Vellapa, Velp, Gelderland) fenniapa (*Vennapa, Vennep, verdwenen waterloop bij Hillegom) fenniapon (*Vennapa, Vennep, verdwenen plaats bij Hillegom) genapa (*Gennapa, Gennep) guliapa (*Geulapa, Gulpen)wisapa (*Wisapa, Weesp, aan de Vecht)... zie INL
T Duitsland: geldapa (*Geldapa, Gellep, Krefeld, bij Tacitus en andere klassieke auteurs vermeld als Gelduba)
In Appeville vloeien de Douves en de Sèves samen in een moerasrijk gebied, waardoor een oude riviernaam niet is uitgesloten.
Bij Gysseling↓ vinden we: -apja: in 'Germepi' aan de Ijsel (Nederland) Oudgermaans Germ-apja  (het brullende water), in Genappe (België) Oudgermaans Genape/Genapia, in Galp (Duitsland) Oudgermaans Gallepe, in Jemappes (België) Oudgermaans Gamappio, Gamapia, in Jemeppes (België) Oudgermaans Gamappe, Jamapia.
Antwerpen bv. komt dus volgens mij uit het Oudgermaans 'op die plaats aan beide oevers van het water':
Andouerpi (achtste eeuw) -an: aan / -dover: de beide oevers / -pi(s): *apja, apō, Germaans hydromiem voor water op die plaats.  'Andoevers' (aan de oevers) is dan maar een klein stapje om bij het Franse 'Anvers' te raken.
Zie ook 'Api' bij de persoonsnamen.
 
Auberbosc
Noors: Auber- Osbjorn
N: Albert Albrecht
V: Asebeerbos Albrechtbos
Andere Aubervilles zijn geattesteerd met Albert, Osbern, Osbert, Uber, Ulbert, Walbert.
 
Auderville (?Heldeardivilla 1063 Audervilla 1156 Auderville 13de Oderville 1585)
-Een Angelsaksische naam op -heard: Heldeardivilla
-Een Frankische vrouwelijke naam Hildigardis
-Een angelsaksische naam Ealdhere
N: Heldegard Hildegard Aldhere Edelhere Adelhere
 
Audouville-la-Hubert (Aldulfivilla 1047 Aldulvilla 12de, Audouvilla 1174)
-Frankische naam Aldulf
N: Edelwolf
 
Aumale (Albamarla 1086 - 1089)
Uit Latijn alba (wit) en Keltisch margila (meststof)
N: mergel, soms geschreven als marle merghel mergel mirgel margel melleger mervel (meststof)
Mergel wordt soms geschreven als 'marle', meststof waarbij mergel waarschijnlijk het verkleinwoord van is. Merghelen was bemesten. Een marliereput, waar men mergel bewaarde, wordt in West-Vlaanderen een mergelput, een maarlput, een marliereput en waterput genoemd. Het woord is al zeker gekend in het Vroegmiddelnederlands.
Plinius zei dat het een Gallisch en Brits woord was: Alia est ratio, quam Britanniae et Galliae invenere, alendi eam ipsa, genusque, quod vocant margam. Plinius gebruikt o.m. de woorden marga, acaunumarga (kale, onbegroeide mergel?) en glisomarga (gladde mergel). Hij zegt uitdrukkelijk dat het Latijnse margamergel’ (Naturalis historia17, 42) een Gallisch woord is van de (Germaanssprekende) Menapiërs. Zij dreven handel in margel. Conscience beschrijft dat ook in zijn 'Romantische Werken'. Misschien houdt het ook verband met 'mager', mergel was alleen in combinatie met andere grond bruikbaar.
Bij 'De Bo↓' heeft mergel ook de betekenis van bagger, modder uit rivieren en grachten (slib).
T : mergelland bij Maastricht (N) en Kanne (B)
 
Aumeville-Lestre (Almevilla 1126 Aumenvilla 1163 Almavilla 1190 Aumeville 1556)
-Frankische persoonsnaam Almod
N: Almoed
Het achtervoegsel -Lestre is van de 18de eeuw.
 
Auppegard (Appelgart 1160 Alpegart 12de)
Uit Oudengels 'æppel' en Oudscandinavisch 'garðr' en Ouddeens 'æbli'
N: appel en gaard
T N:  Appels, Appeltern (van Appeltre, in de buurt van Altforst) Apeldoorn.
T B: Appelterre (Aalter). 
De '-terre -ter'  (doorn) in Appelterre, Appeltern, Apeldoorn, Deventer en Aalter staan voor 'boom' en zijn verwant met het Engelse 'tree'.
T F: Épégard (Auppegardus 1181 Alpegard 1199) Yébleron (Eblelont Ibelont Hybelont)
 
Auvers (Alvers 1153 Auvers 1172 Roelendo de Alverso 1142 Auverso 1200 Auvers 1210)
-Van Gallische oorsprong 'Alvern Arvern', gevonden in de naam van de Gallische stam van de Arverni , verwant met Auvergne (Alvernia of Arvernia) hun vroegere grondgebied.
-Van een Gallo-Romeinse naam Alvernus of Arvernus, ontleend aan de naam van het volk.
Auvers ligt aan moerassen, zodat ook 'alver' (Cyprinus alburnus) mogelijk wordt: Een karpertje, in zoet water voorkomend, bekend om de parelmoeren glans van zijn schubben, een alvenaar, moertje of nesteling en bij de vissers panharing genoemd (INL) Van het Latijn 'albula', witvis, vanwaar ook het Franse 'able'
N: Plaats waar men op alvers kan vissen.
 
Avranches
Ingena: πολις Ἰγγένα (polis Ingéna, la ville d'Ingena) νγένα (Ingéna) νγεννας (Íngennas 150) νγέναρ (Ingénar) Legedia 300 (Op de Peutingerkaart, Legedia voor Ingena)
Abrincatis ᾈβριγϰάτουοι ϰαι πολις Ἰγγένα (Abrinkátouoï kai polis Ingéna, de Abrincati en de stad Ingena) ᾈβριγϰατοῦoι (Abrinkatoûoï) ᾈβριγγατοῦoι (Abringatoûoï 150) Abrincatis, Aprincates, Abincates 400 Abrincateni 400 civitas Abrincatum 6de Abrincanto 991 Salomon de Avrenchis 1055
Ingena: Keltisch woord met '-gen', wat 'mond, monding betekent, te ontleden in: in- + gen + uitgang -a: 'in de mond, in de baai'.
N: ingena: 'ingen' betekent nauwer worden en 'a', water: spits toelopend of nauwer wordend water. U hoeft maar op een kaart te kijken.
T N: Ingen
Kan 'Ingena' ook thuishoren bij de ing-toponiemen?
Avranches: Een van de eerste attestaties van de naam van Avranches (Auranches) staat op een kaart van Abraham Ortelius, Neustria. Britanniae en Normandiae Typus, Antwerpen, 1594. De naam Avranches komt van de civitas Abrincatum of civitas Abrincatis.
In de 4de eeuw werd Avranches een bolwerk als deel van de Litus Saxonicum.
 
Azeville (Asevilla 12de Azeville 1612)
-Naam van een Frankisch persoon 'Azzo'(mannelijk) of 'Azza' (vrouwelijk)
Azo Aszo, Asza, Asa ... vertegenwoordigen een geëvolueerde vorm van Adizo of Adiza, met verkleinwoorden Ado of Ada, wat allemaal van -adal 'nobel' komt. Idem voor de herkomst van de achternaam Aze (Calvados).
N: Ans Ase (God)
N: Assele, vrouwelijke persoonsnaam van 'ade' met dubbel diminutiefsuffix: -zo-la, als in adzila, azela.
N: Asse (assen ase), een mannelijke persoonsnaam met als eerste lid *aþala 'adel, voorname afkomst' met het vleisuffix -so. Of 'Ase' van de Germaanse mannelijke persoonsnaam 'ade' met een -z-infix: ad-zo.
TB: Asselier (anslār *Anslaar, plaats bij Asse) Anlier (anslār*Anslaar, plaats bij Neufchateau, Luxemburg)
TF: Aulers (anslār *Anslaar, plaats bij Bassoles, Laon)
 
Barfleur (Barbefloth, Barbeflueth 1066 Barbefluet 12de eeuw, Barbeflet 1163 Barbeflo 1175 Barflue 1227 Barefleu 1317 Barbatum fluctum 11de eeuw)
-fleur wordt als volgt gevonden: -flueth, -floth, -flot, -fluet, -flu, -flie, -fleu, -flo, -flet, -floi, -flue, -fieu en -fleur
N: vliet vloet (zie -fleur toponiemen)
Een enkele maal vindt men op een kaart uit de Nederlanden: Berghfleur (1608).
Bar:
Conventionele uitleg:
Adigard des Gautries en Lechanteur: Frankische naam Barbo
Marie-Thérèse Morlet: Gallo-Romeins antroponiem: Barbus
François de Beaurepaire: Romaans Barbé (barbu): baard
Alleen een Germaanse oorsprong kan met de werkelijkheid overeenstemmen.
N: barre bar: baar
Bank, rug, ondiepte, die bij het inkomen van een rivier of een haven dwars voor de monding ligt, doch binnen en buiten welke diepte genoeg is voor schepen.
 'tsavonts anckerden sy aen de Barre van Santos,   N. Werelt 3, 79 a [1622]. (uit INL juli 2014)
De baren van de zee (te voorschijn komende golven) geven een hint waar die ondiepte zich bevindt.
De zee en de vloedveranderingen bij Barfleur wijzen in die richting. Er zijn naar de haven toe zeer gevaarlijke rotsen die de branding breken en overal verschillende gevaarlijke stromingen teweeg brengen.
De zaken hieronder zijn daarbij alleen maar vrije overpeinzingen:
Bareel barreel (slagboom) was dan misschien een woord dat daaruit is ontstaan. Het barreelrecht was een soort van tolrecht.
Verwant met het woordje baron?
Baron: Op INL spreken ze over een krijgsman, een strijdbaar man, een 'vrije man'. Ofwel: een 'sterke man', zo sterk als een beer/ber.
Nl: barre: bloot (zoals in barrevoets)
Dus dat barre (bloot of vrij van plichten) kan correct zijn, zeker als je in gedachten houdt dat een 'vrij man' een eretitel was voor iedereen die van niemand afhankelijk wilde zijn: Vrije Franken, vrije Friezen, vrije Saksen...

  

 

schermafbeelding-2012-12-19-om-16-42-35.large.jpg
Tekening naar het tapijt van Bayeux (Taylor↓)

Baudre (Baldra 1056 Baudra 1332 Baudre 1612)
-Angel-Saksische persoonsnaam 'Baldhere' of Frankisch 'Baldhari'
N: Baldhere, Baldhari (moedig leger)
TB: Boutersem (Baltreshem1129)
T Normandie: BaudrevilleBaudretot (gehucht van Virandeville)

Baupte (Balte 105 Balta 1084 Baupta 133 Baute 1689)
Zelfde oorsprong als bij het toponiem 'Baudre'. Een Gallo-Romeins adjectief met -a afkomstig van een Germaanse persoonsnaam 'Baldo, Balto'. (Ernest Nègre)
N: baldo balde bald *balt (in baltlīko) (moedig)
Toenaam in België: Baldo (1279)

Bayeux (Baiogae Baioge 924 Noemagus Biducassium, Bajocas 1015)
Noemagus Biducassium : nieuw + magus (= verwant met macht = 'macht-plaats')  [van] Bidu (gebieden) + cassi = meervoud van kaat = kot = (huisje van) gewone boer, gemene inwoner.
Dus: de nieuwe machtsplaats (waar de heerser/stamraad is) van de onderdanen. 
Vrijwel alle -magus die we vinden zijn Germaanstalig.
Ricomagus = Remagen (aan de Rijn) = rijks-macht[plaats].  Een 'rijk' was een bestuurde regio. Het kon ook een kleine gemeente zijn.
Bayeux een  belangrijke plaats langs de 'Litus Saxonicum'. De 'Notitia Dignitatum' beschrijft de aanwezigheid van een Romeins garnizoen van Laten en Bataven. In de vijfde eeuw vestigen er zich groepen Saksen en de streek krijgt de naam 'Otlinga Saxonia', de streek van de mensen die de oude Saksische taal spreken. In de 5de eeuw wordt Bayeux bij Neustrië gevoegd.
Roman de Rou: 'Bayeux : une colonie saxonne a habité à ses portes et les usages du Nord s'y sont conservés plus longtemps qu'ailleurs.'
Bayeux heeft dus langer dan haar omgeving vastgehouden aan haar Germaanse oorsprong.
Bayeux is vooral bekend om het Tapijt van Bayeux, 70 meter lang, 50 cm hoog en vervaardigd in 1068 (?). Het geborduurd wandkleed verbeeldt het verhaal van de invasie in Engeland door Willem de Veroveraar en zijn veldslag bij Hastings. Vooral de namen op het tapijt is voor Germaanse taalliefhebbers het lezen waard.
Volgende namen komen voor op het tapijt. Zij lijken mij in de latere geschiedenisboeken danig verfranst:
-EDWARD,EDWARDUS REX, EDWARDUM REGE, EADWARDI REGIS
-WILLEM,WILGELM,WILLELMI,WILGELMUM DUCEM,WILLELMO DUCI, WILGEMUM NORMANORUM DUCEM, WILLELM (Waar staat Guillaume?)
-HAROLD,HAROLDO, HAROLDUM REGEM
-WIDO (Guy), TUROLD, ÆLFGYVA, STIGANT, ROTBERT, LEWINE (Léofwine) GYRD (Gyrth) E(USTA)TIUS, VITAL, ODO, WADARD
-ANGLI, FRANCI (Franken), DINANTES (inwoners van Dinan) BOSHAM, REDNES (Rouen), BELREM (Beaurainville) BAGIAS (Bayeux), PEVENESÆ, DOL,  CUNAN, COSNONIS (Couesnon, rivier) MONTE(M) MICHAELIS
-HESTINGA, HESTENGA, HESTENG

Zie ook bij Normandië, hoofdstuk 9 (Het Vlaamse huis van Boulogne)

15-saint-vale-rie-sur-somme-kopie.large.jpg
Saint-Valérie-sur-Somme  (eigen foto)
Becdal
Sc: bekkr dalr
N: beek en dal
N: Een beekdal is een laag gelegen gebied waar regenwater samenstroomt tot een beek.
T B: Argendal (Bellegem) Armendalbos, Awendal (Warsage) Beusdal (Teuven) Berckendal (Elsene) Bloemendal (Bever) Beekdal aan de Aa (Essen)
 
Bérigny ( Berinneio 843 Berigneyo 1303 Bereigny 1316 Berigny 1494)
Gallo-Romeins toponiem op -iacu (*BERINIACU) na een Germaanse persoonsnaam: Bero of Berin Vleivorm van Ber(n)- (beer bruin schitterend dapper).
N: Beer (bare, bere, berhe, berre) of 'bero/beer', mannelijk varken
Familienaam: De Beer
Maar er zijn nog andere mogelijkheden:
-In de buurt ligt het toponiem 'La Mare'. Met die moerassen en de rivieren en meertjes in de omgeving, kan het ook komen van 'beer' modder, zoals in (TB) Beervelde of Beert.
- 'Les hoguettes' laat ook een heuvel vermoeden. wat dan weer kan komen van het Indo-Germaanse *bher, hoogte of heuvel en verwant met 'berg', zoals in (TB) Beersel of Beert
 
Besneville  (Bernam villam 1056 Bernevilla 1059 Bernavilla 12e Bernevilla 1174 Besneville 1434)
Frankische persoonsnaam 'Berno', van 'bern': beer, en 'villa' (ville)
Bernam is een homoniem met Beernem.
N: Frankische naam met 'bern', zoals in Bernhard/Bernard,
TB: Beernem (Berneham: woonplaats van de lieden van Berno)
TF: Berneville
 
Beuvrigny  (Brev[e]ineio 1159 Breveneio 1159 Bevreneii 1159 Beurenie 1195 Bevregny 1316 Bevrignie 1365 Beuvrigny 1612)
-Gevormd met het Gallo-Romeins suffix -iacu, na een Gallo-Romeinse of Germaanse persoonsnaam.
- Van het Keltische 'biber' bever
N: bever
T B: Verwant met veel Vlaamse gemeenten Bevel, Bever, Bevere, Beveren-Ijzer, Beveren-Leie, Beveren-Roeselare, Beveren-Waas, Beverlo, Beverst
Bever komt dan oorspronkelijk van de kleur van roodbruin water (*bhebhr) met een roodbruine bedding (Gysseling), en een latere ontwikkeling naar de diernaam 'bever' in dat water.
Familienaam: Van Beveren
T Normandie: Brévands (Bevrant 1056 Beverant 1200) zie ook bij Beuvron
 
Beuvron (Beverona1027 Bevron villa 1040 Bivronem 1040)
N: Bever, Beveren
T B: Beveren (verschillende keren) Buvrinnes (Beverna 868)
T F: Beuvry, Beuvry-Nord, bij Parijs: Bièvres
 
Beuzeval
Boso - Bosi, Normandische naam
N: Vallei, Boso's vallei
 
Beuzeville-au-Plain (in Bosavilla 1056)
Boso: Germaanse naam, verwant met het woord 'boos boze'
Normandische familienaam: Beux
Zie ook: Beuzeval
T Normandië: Beuzeville-la-Bastille
 
Biéville  (Bieuville 1308 Biuville 1316 de Bievilla 1350 Bieville 1677 Bienville 1695)
-Villa, met de persoonsnamen van de Frank Boio of Angelsaks Boia of Frank Bevo
-Oudnoors 'Bói, búi', inwoner
N: persoonsnaam Bevo
N: bij bīa bie, Oudfries bī, meervoud: bijen, West-Vlaams 'bien' (insect)
TN: Bingerden (bīnogardo *Bijgaard bij Zevenaar)
TF: Biville
Familienaam: Debie, De Bie
 
Biniville   (ecclesia de Bernuvivilla 1081 Bernienvilla 1236 Berneevilla 1250 Bernieville 1273 Beniervilla 1351 Benyville 1421 Bineville 1612)
Bernwin-villa:
N: Bern-win: beer-vriend (sterk als een beer-vriend)
 
Bion (ad Bium 1082 Bion 1106 Biun 1160 Byon1200 Bion 1235)
-Van het Keltisch -ó-dūnon, equivalent met het latijn 'oppidum'.
-Van het Keltisch -ó-magos die evolueert naar een -an -en uitgang.
-Germaanse persoonsnaam Bego, met een Latijns suffix '-o' '-onis' (eigendom).
N: Oudsaksisch: bium, biun, bion, een vorm van het werkwoord 'zijn': ergens verblijven.
ad Bium: daar waar wij wonen, onze verblijfplaats.
 
Blainville-sur-Mer  (Blainvilla 1025 Blandevilla Blainvilla 1056 Blandevilla Bleindevilla 1146 Bleinvilla 1146 Blainvilla 1197 Blainville 1332)
Frankische naam Bladin
Frankische naam Blidwin, Bladwin Bladin
Angel-Saksische naam Blein, Bleyn
Verblindende verblijfplaats
N: blinden blenden (Westgerm. *blandjan-) blind maken, verblinden
T: Blintheem (blinthēm) onbekende plaats, in Fresia (INL)
T Normandie: Bainville-sur-OrneBlainville-Crevon
Of:
N: blanden blenden: mengen
N: -blandre, -blande: beroepsnaam: menger, brouwer (van mede of mee, een. honingdrank)
In de 'villa' werd misschien mede gebrouwen.
 
Bléhou  (Les Pieux, Blihou 1136)
Angelsaksisch blîo(h), blêo(h): vorm, voorkomen, kleur
N: bli, lood
N: bliaut, kostbare stof
N: Het Angelsaksische blîo(h), blêo(h) bestaat in het (Oud)Nederlands als 'blie' voor 'kleur, vooral gelaatskleur'. Het woord bestaat ook in het Oudfries (INL)
Hou: hou of holm toponiem (zie daar)
TNormandië: Bléhou (Carentan) St-Vincent-de-Bléhou (Evrecy)
 
Blosville  (Blovilla 1157 Blosville 1612 Bloville 1677 Blosville 1713)
Frankische persoonsnaam 'Bladulfus' (Bladulf Bladwulf)
Germaanse persoonsnaam Bolso, met metathese Bolso > Bloso
N: bladwulf bladwolf
TF: Bloville (à Boisjean, Pas-de-Calais: Bladulfivilla 853 Blovilla 1165)
 
Boisyvon (Bosco Ivonis 1185 Robertus de Bosco Yvonis 1227 ecclesia de Bosco-Yvon 1412 Bois-Yvon 1480)
N: bosc - ivo (Yvo Iwo): bos van Ivo. Zie bij de bosc-toponiemen
T Normandie: La Chapelle-Yvon (Calvados)
 
Bolbec (Bolebec 11de)
Noors: bolli en bekkr
N: bolle (vleivorm van Germaans *balþa- dapper) of bolle vorm, en beek
N: 'Bol' kan eventueel ook komen van 'bulle bolle': stier, zoals in Bolzele (Bulsele 950)
V: Bollebeek, Bolbeke
T B: Bolbeek (verfranst tot Bombaye) Bollebeek, Bolberg, Bolenbeca,
T Normandië: Bolbec Bolleville Boulleville
 
Bouquelon (Bouchelon1180) Boclon
Scandinaafs 'Boki-lundr' (beukenbos)
Duitsland heeft 'Böklund'
N: beuk(e) en lond(e)
V: Beukelond Beukeland
T B: Bocholt Boechout Boekhout Boekhoute Bokrijk
T F: Bouquehault (Boekhout)
Familienaam: Beukeveld, Beukhout, Boeke, van den Boucq
 
Bourguenolles (Borguegnol 1200)
Een vestiging van een familie uit de Germaanse stam van de Boergonden
 
fortunat-1959-03-g.large.jpg
Bourvil (bewerkt uit webstek 123people.fr)

Bourville (Bodardi villa 715)
N: Bodards boerderij.
Bodard: bald-hard, moedig en sterk.
Familienamen: Bodel Baudaux Baudard Bodard Bouard Buard
In dit dorp werd de grote Franse komiek en zanger Bourvil (1917-1970) geboren. Zijn echte naam was André Robert Raimbourg (Raghenburg, uitstekende burg?)

Boutteville (Butevilla 1090 Botevilla 1090 Boutevilla 1345 Botevilla 1351 Bouteville 1551)
N: Frankische persoonsnaam Botto Boto, vleivorm van bot bod: bode
T Normandië: Bouttemont

Braffais (Braffes 1180 Brafeis 1255 Braffoys 1382 Braffeiz 1392 Braffais 1412 Braffays 1412 Braffez 1480)
Germaanse persoonsnaam 'Barfrid' (Barfridus) (onder voorbehoud bij Ernest Nègre)
N: Voor -frid bestaan de (Friese) vleivormen Feie Feitse
Voor mij eerder:
De familienamen Feijs, Feis... zijn een korte vorm van de voornaam 'Vincent' (overwinnaar).
Brand:
-De 'bra-' kan afkomstig zijn van 'brand' (*branda-) vlammend (zwaard)
Braffais: woonplaats van de vlammende overwinnaar of overwinnaar met het zwaard
-Dat 'bra-' kan ook afkomstig zijn van het (Franse) braaf: moedig
Braffais: woonplaats van de moedige Vincent (overwinnaar).
-N: brand (branda) : Door brand van begroeiing ontdaan stuk land.

Branville-Hague (Brinvilla 1221 Branvilla 1280 Brainvilla 1320 Brainville 1393 Branville 1552)
Scandinavische persoonsnaam: Brandr (Brand, Brande, Braund, Brandi)
N: Brand (*branda-) vlammend (zwaard)
N: brand (branda) : Door brand van begroeiing ontdaan stuk land.
Namen: IJsbrand, Rembrand, Wibrand, Sibrand.
Andere persoonsnamen: Bratte, Brando, marien herebrants, brands van clemskerca, brands maet, brands damme, jan brantins, arnouds brantijns, Heile brantins, Clais brandekin...(INL)
T B: Brand (Brant Branda) plaats bij Zele, Brand (Brant Branda) plaats bij Deurne, Brandlake (brantlaka, Brandlaca) plaats bij Tremelo

Brectouville (Britecolvilla 1159)
Zie bij persoonsnamen: Bretakollr

Bretteville (Brittavillam 1015 Britivilla Sancti Michaelis 12de-13de)
Middeleeuwse vorm: brete vil(l)e, bretoens eigendom, van Brito of Britto, inwoner van (Groot-) Bretagne, later inwoner van ' la Bretagne armoricaine'.
N: Brita of Briti's boerderij, boerderij van de Brit.
Dat 'Sancti Michaelis' komt omdat de gravin de Borron Bretteville schenkingen gaf aan de abdij van de Mont Saint-Michel. De gravin was trouwens getrouwd met Richard I van Normandie, (Fécamp ± 930-996), die zich 'jarl' (graaf) liet noemen, op 'danesche manere' in Latijn 'more danico'wat neerkwam oppolygamie. Niet op de Deense maar op de Danische manier (op z'n West-Vlaams 'maniere').
T Normandie: Bretteville-sur-Bordel (Bretavilla 1049) Bretteville-sur-Laize (Bretevilla 1000) Bretteville-sur-Ay  Bretteville-en-Saire  Bretteville-en-Bauptois

Brèquedalle (Brakedal)
Sc: brakni dalr
N: braak (niet bebouwd) en dal
of mnl: bracke (speurhond) brakko (jager)
V: Braakdal, Brakedal
T B: Brakel Braken Brakkouter
Familienamen: Bracke, Brackx, Van Brakel, Verbraeckel, Brakeland, Brakeleer, Brakelman, Brakeveldt (diverse schrijfwijzes)...

Breuville Bojorodevilla 998 en 1008 Beurreelvilla 12e Burreuvilla 12eBorreovilla 1220
Van een Germaanse of Noorse naam: Boroaldus of Borelles (Borellus)
N: beur bore: beuren, wegnemen
N:bore (bor-, boer-, bure-, buere-): versterkende partikel
N: reel rel: slank dun lang rank mager ingevallen uitgeteerd
Beurreelvilla: sterk verkleind domein
Bojorodevilla: Boede (boeye boeie: bergplaats, schuurtje) rode (vrijgemaakte grond) villa: domein met bergplaats bij de akkers

Brillevast(Bresillewast 1100-1150)
Noors: Berold (persoonsnaam)
N: briselen brijzelen (stuk maken of gaan, fijn maken, uit elkaar vallen) en wast (woest woestenij)
Brillevast: stuk gemaakte woestenij (te begrijpen als vruchtbaar gemaakte woestenij)
En 'Versellewast': overgedragen of verkochte woestenij

Briqueville(Brekki Villa)
Noors: brekki (steile helling) of Noorse naam Briki
Er wordt ook verwezen naar het Germaanse 'brik', brug
N: brug (brik bric bricke brig brigge brugge...)
Familienamen: Bricke Bric Bricq Labrique Briquelet Brickman(ne) Briggheman Bricquemanne...
N: breuk (in het landschap)
T Noemandië: Briquebec  Briquebosc

Brix
De adellijke familie 'de Bruce' is van Brix afkomstig.
Zie bij Normandische adel: Estouteville, de Bruce.

Brouains (Broins en Juvigné 1394 Broins 1399 ecclesia de Broains 1412 Brouyns 1480)
Germaanse persoonsnaam Brodoinus, gelatiniseerde vorm van Brodwin. ( Ernest Nègre)
N: Brodwin +s (zoon van Brodwin, of (eigendom) van Brodwin)

Brucheville (Buschervilla 12e Buschiervilla 1165 Buschervillam 1217 Buschervilla 1220 Buschiervilla 1221)
-Boschier, Buschier, uit het Oudfrans 'boschier' (houthakker of verkoper van houtstronken)
-Germaanse persoonsnaam Burchari, van Burghari ( burg-, versterking en -hari, leger)
N: bosscher, West-Vlaams: busscher: boswachter

Bruquedalle (Brokedale 1189)
Oud-Engels broc, Engels 'brook' (cf. Brookdale)
N: broek (moeras)
V: Broekdale
T B: Broc Brochem (Broekom) Brocwich Brussel (Broekzele) Broek Broeke Broekhoven Broekenhoek Broekerheide...
Familienamen: Broucke Vandenbroecke...
Briquedal bestaat ook.

Cabourg (Cadburgum elfde eeuw) Wambourg (Wamburgum 1025, Weneborch 1147)
Engels 'borough' '-bury'
N: Burg (Borg Burgh) Berg
V: Kaburg Cadburghem, Kadeburg Wanburg Wamburg Kerkeburg
T B: Cabecq Caberg Borght, Leopoldsburg, Limburg, Luxemburg, Middelburg
T N: Aardenburg, Culemborg (Kuilenburg) Domburg, Elburg, Kraggenburg, Limburg, Middelburg, Souburg, Spakenburg, De Stakenborch, Tilburg, Terborg, Voorburg, Waardenburg, De Wildenborch

Caen
Komt van het Saksisch *Gatehem (Cadon 1021-1025 Cathim 1026 Cadomo 1032 Cadum, Cathum 11de-12de eeuw, vervolgens Cathum Cahom Cahem Kaem, Cahem, Caem, Chaem, Caam, Caan Came, Cane, Kan, Kame, Cam, Cathem, Catheim).
Vanaf de vijftiende eeuw wordt dat Cadomus of Caën.
Caen lag als een eiland tussen de Orne en de Odon.
N: Gatehem (een 'hem' aan een weg of poort) of Kadehem ( een 'hem' aan een kade)
T B: Catehem (Cathem, Borchtlombeek)
T N: Misschien kan het komen van ‘Ka, kade, cae, caeye’ zoals in Cadzand (kadasant *Kadezand) Kaaie, Kadijk (kaedijck, kaeydijck,caedijc, caeydijc)
Hier liggen Willem de Veroveraar en Mathilde van Vlaanderen begraven, elk in hun eigen kerk.
De Sint-Maartensparochie bezit Frankische graftomben in zijn ondergrond.
Bijzonder is wel dat één van de oudste toponiemen in de stad Brugge 'Cahem' is, letterlijk hetzelfde als één van de namen voor Caen.

Calvados
Latijn: calva dorsa (kale hoogten/ruggen)
N: van caluwe of calve
caluwe: kale plek, mnl kalewe kalwe kelwe. Dan kan dat betekenen: De kale (hoge rots)kust.
calve: Een water dat de oevers doet afkalven. Denk aan afkalven. 'Kalf kalve' betekent afgekalfde grond. Caele, calve of caelve is ook de naam van een Vlaamse beek. (INL) Dan kan dat betekenen: de afkalvende (hoge) kust.
De tweede uitleg lijkt mij meest passend als ik denk aan de afkalvende kuststroken die de schippers opmerkten bij het benaderen van de kust. Het wapenschild toont de Normandische vlag met daarboven het golven makende Kanaal (La Manche).
Het tweede deel wil ik dan ook niet direct liëren aan het Latijnse dorsa, het 'dos' kan ook te maken hebben met het onl-mnl 'dos': dusc zoals in Duscecote (Duskkote bij Goor in Nederland) Dan kan dat betekenen: De donkere afkalvende kust. Dusk bestaat nog in het Engels (Middelengels dosk).
Dos komt ook voor om een geelachtige kleur aan te duiden. Denk aan het West-Vlaamse 'verdossen': bloemen of planten die vergelen, er ongezond en uitgeleefd uit zien... Dan kan het betekenen: de geelachtige niet zo vruchtbaar uitziende afkalvende kust.

Canehan  (Keneham 11de, Canahan)
N: Kano Keno (Gandalf, Frankische naam) en ham
T B: verwant met Kanegem (Kano/Gandalf inga heim)
Misschien heeft 'cane' wel eenzelfde betekenis als in 'Gandolf': Gand-wolf.
Gand: van 'cane', stok of tovermacht. Cane is een West-Vlaams woord voor stok (en 'cane' bestaat ook in het Engels). 'Cane' komt uit de Hebreeuwse bijbel:  'Qana' en betekent 'wandelstok'  (Jesaja 46:6, Isaï 36:6 en Ezekiël 29:6) Wellicht is het overgenomen door het Latijn en is het zo naar onze streken overgewaaid.
Maakte men in Canehan/Kanegem stokken, of speelde religie (tovermacht) daar een rol?

Camembert (Campo Maimberti 12de Campum Manberti 1350)
N: kamp of veld van Maginbert (machtig licht)
Dat 'groot licht' wordt soms als Maimbert teruggevonden.
Beroemd om zijn lekkere kaas, in 1791 op punt gesteld door de boerin Marie Harel met de hulp van een monnik uit de Brie-streek.
schermafbeelding-2012-10-24-om-17-46-26.large.jpg
Oude reclame voor camembertkaas
 
Cap Lévy (Kapelwic)
Sc: kapel vik
N: kapel wic
V: Kapelwic (Kapelwijk)
T B: Kapelwyk (Tiegem) Kapelhoek, Kapelveld, Kapelweide
 
Carquebut (Kerkebu 1228)
Oud Noors: Kirkja (kreek) en bú en Oudengels bū (verblijf, dorp).
Wikipedia somt volgende plaatsen op als equivalenten: Kirby Kirkby (Engeland) Kirkeby (Denemarken) Kyrkeby (Zweden).
N: Kerke- lijkt mij logischer.
Die 'by' bestaat als toponiem voor een dorp dat nu bij Maastricht hoort: Amby. Daar is een fameuze vroegmiddeleeuwse schat gevonden.
T B: Kerkebos, Kerkehem (Kerkom) Kerkestede, kerkeveld
 
Celland
le Petit Celland  (terra Serlant 1060 Sellan 1157 Serlando 1160 Serlant 1163 W[illelmus] de Sellant 1208 ecclesia de Sancto Audoeno de Cellant 1412 St. Ouen de Cellant 1612)
le Grand Celland  (terra quae vocatur Serlant 1060 Serlant 1163 Willelmus de Serlant 1195 W[illelmus] de Sellant 1208 Sellant 1235 Sancto Marco de Sellant 1369 ecclesia Sancti Medardi de Cellant 1412)
Celland:
Vanuit het prelatijnse 'anda'
Van het Latijn 'cella' cel
Serlando (12de) zoals Sarlande  in de Dordogne, Germaanse naam Sislandus
N: ser sher: 's heren, van de heer
serlant:  s'heerland: land van de heer
Willelmus de Serlant: Willem, van het land van de heer, betekenis wellicht: s'heer Willemsland.
Familienamen: Serland Serlant Serclaes, Serwouters, Serarents 
TN: Serooskerke (Sheralardskindskerke: 's heer Alards kinderen kerk) Serooskerke ('s-Heer-Alartskerke bij Veere)
 
Cheffreville (Seffrevilla 1155)
N: Siegfried villa
 
Cherbourg (Carusburg 1027 Carisburg 1056 Chiersburg 1070, Chieresborc 1297)
Engels: borough -bury
Noors: Kjarr (moeras)
Zelfs de vroegste vermeldingen liggen nog ver van het Noorse 'kjarr'.
N: keer (West-Vlaams 'kjir') en burg (Borg Burgh) of berg
Het eerste element Cher-(Keer) heeft te maken met het keren van de getijden, de keer van het water, een terugkeren naar een vroegere toestand, een wending: Dat resulteert misschien in 'Keerburg' (beschermde plaats onder invloed van de getijden).
T F: Quercamp Quembergue (Keremberg 981)
T B: Keerbergen Keerebroek Keergat keerveld
Het tweede element -burg:
T B: Burg, Borght, Leopoldsburg, Limburg, Luxemburg, Middelburg
T N: Aardenburg, Culemborg (Kuilenburg) Domburg, Elburg, Kraggenburg, Limburg, Middelburg, Souburg, Spakenburg, De Stakenborch, Tilburg, Terborg, Voorburg, Waardenburg, De Wildenborch
In de buurt van Cherbourg ligt een vallei waarin 'la Pole' zorgt voor water in de haven, vrij vertaald, 'de poel'. Daarnaast is er nog de 'Trottebec' (Trottebeek). Trouwens, de duinen rond Cherbourg heten 'mielles' een verwante van N: 'mul, mulle' een andere naam voor het zand.
Wanneer rond 1692 het kasteel van Cherbourg ontmanteld werd in opdracht van Louis XIV, heette de gouverneur van het kasteel: le berceur (de jager), uit het mnl: bersen (jagen).
De plaats waar schepen veilig kunnen aanmeren heet 'la rade', weer een Nederlandstalig woord (rade rede) met dezelfde betekenis als in T: Monnikenrede (Oostkerke)
 
Chicheboville (Cinceboldi villa 1120)
N: samenstelling met Sisbald
 
Cideville (Sidevilla 1142)
N: samenstelling met de Frankische naam Sido
Ook Sidetot heeft die Frankische naam maar dan met een -tot toponiem.
 
Clarbec (Claro becco 1062)
Noors: bekkr
N: claer clar (klaar helder) en beek
V: Clare beke
T B: Clabecq (Klabbeek) Claerhout (Boekhoute)
Familienaam: Claerhout
 
Clitourps
N: klif en dorp
V: Klifdorp
 
Colleville  (Koli’s boerderij)
Wordt als Noors ‘Koli’, zwart als kool, uitgelegd.
Dat bestaat bij ons ook als toponiem in het Oudnederlands: kōl (houtskool)
T B: kōlham (*Koolham Kolem Coleham, Puurs) Collebue, Collebrine, Colbie, Colmont, Colroy (Corroy)
T N: kōlwidon (*Koolweden, Koudum (plaats bij Stavoren Friesland)
T F: kōlputti *Koolput, Colpith (plaats bij Sint-Omaars, Noord-Frankrijk)
kōlwidu *Koolwede, Colwede (plaats bij Pihen, Boulogne Noord-Frankrijk)
Maar het Nederlands heeft ook 'col / colle / kol / kolle': kop, schedel, top, dat in plaatsnamen de betekenis top, hoogste punt, hoogte, kan hebben gehad.
T B: Kolleberg ( Hamont-Achel) Kollenhof (Aubel)
T N: Kolham ( Slochteren ), Kollum ( Kolhem in Friesland), Kolmeer (Workum), Collehem en Colwidum (nu Koudum)
 
Cottun (Coltun 1035)
Een typisch Saksisch -tun toponiem in de buurt van Bayeux.
Zie hierboven voor Col-
 
Coutainville (Constantis villa 1035 Costainvilla 1158 Costenvilla (12de Coustainville 1369)
Uit het Latijn: constans (standvastig, volhardend)
persoonsnaam van het type Constans of Constantius
N: costin, costijn, costin, coustin costan, Constans
 
Croixdalle (Craudale 1253)
Engels 'crawe' en 'crow'
N: kraai (craie craye kraia) en dale
V: Kraaidale
T B: Kraainem (Crainham 1003, kraaien en ham) Craywinsele (Diepenbeek) Craeygem
 
Dalbec
Sc: dalr bekkr
N: dal beek
V: Dalbeek
T B: Dilbeek
 
Darnétal (Darnestal 1191)
Angelsaksisch: derne (verborgen) en stal
In Normandië en Picardië bestaan een dozijn toponiemen als Darnétal  Dernétal of Danestal (Darnestallum 1198)
N: dernen (stoppen dichten) en stal
Beveiligde stal?
T B: Herstal Stalhille
 
Daubeuf-la-Campagne (Dalbuoth 1010)
V: Dalboet (baken in het dal) Dalbodel Dalboedel (Dalhut)
 
Denneville (haia Daneville 1162 haia de Danevilla 1174 Danevilla supra mare 1280 Danevilla 1351 Danneville 1634 Danevilla 17de eeuw Denneville 1677)
N: Germaanse naam  Dano (Danno, Denno) en villa: domein van Dano
N: Germaanse stam: Dani en villa: domein van de Dani
N: haia: haag (hage hei)
 
Dieppe (Deppae 1015-1029, Dieppa 1030, Deppa, Deupa Diopa (12de)
Angel-Saksisch 'dēōp' of Noors 'djúpr'
N: Betekent gewoon 'diep' of 'diepe', misschien vanwege de sterke helling van het kiezelstrand. Na twee meter zee-inwaarts pootjebaden, zit men al bijna helemaal onder water.
Ons woord staat weer het dichtst bij de oudste spellingen.
T B: Diepdel (Tielt-Winge) Diepenbeek (Zomergem) Diependaal Diepenpoel Diepgrond Diept, Diepenee (nu verdwenen rivier) Diepezele. Diepenbeek (Limburg) heeft een andere oorsprong (beek van Theudo)
T N: Diepenheim Diepenveen
Zie ook Dieppedalle.
 
Dieppedalle  (Diepedale 1225)
Oud-Noors 'djupr' of Oud-Engels 'deop' (GB Deepdale)
N: diep(e) en dal(e) Diepedale is gewoon Nederlands.
T B: Dale, Diependale, Diepenbroek, Roosdaal, Rozendaal
Familienamen: Diependa(e)l, van Diependaele, Diepdael
 
(postkaart uit 1900, le manoir d'Ango in de buurt van Dieppe)
Digosville (Ingulvilla (?) 1095 Digovilla 1183/1189 Digoville 1195 Digouvill[a] 1198 parrochia de Digouvilla 1257 la haye de Digouville 1272 haya de Digovilla 1272 Dingouville 1294 parrochia de Digovilla 1325 Digosville 1801)
N: de ingul villa, d'ingulvilla: het domein van de ingul (angul / angli)
N: de ingulvilla, d'ingulvilla: het domein van de ingul (ingwulf: kinderen van de wolf)
 
Digulleville (Digulevilla 1163 Digulvilla 1175 Deguleville 1175 Deguillevilla 1200 Diguillevill[am] 1203 Digoillevill[a] 1203 Deguillevilla 1351 Digulleville 1713)
N: di de d' (lidwoord)
N: gulle: kleine kabeljauw of schelvis
Het domein met vis (om te verkopen?)
N: gulle: (*gulla) poel plas
Het domein met een vijver
 
Dipdal
Idem als Dieppedalle
V: Diepdal
T B: Dippendale
Familienamen: Diepdael
 
Donville-les-Bains (Dunvilla 1172 Domville 1188 Donvilla 1180 Dunvilla 1210  Douvilla 1332 Donville 1349)
N: dun dune (duin)Duinvilla
TB: Duni (Duinen, Koksijde) Duno (Langemark) Dunkapella (Oostduinkerke) Weindun (Wenduine)
TN: Dunburg (Domburg) Losdun (Loosduinen) Lisidun (Leusden)
TF: Duno (Calais) Dunkirika (Duinkerke) Kalodunan (Calais-Marck)
 
Doville (Dodville 1082 Dovilla 1157 Douvilla 13de,  Douville 1451 Doville 1453)
N: dod (dot, West-Vlaams: do) onvruchtbaar
N: dodo (dode)onvruchtbaar domein
TB: Dotnest (*Doodnest, dodeman Drongen)
TB/F: Dotakkar (*Doodakker)
 
Dragey-Ronthon 1979
Dragey  (Drageium 12de,. ecclesia de Drageyo 1179 apud Drageium 1185 Drageio 1275 Drageyo 1369 Dragie [Dragié] 1425 Drage [Dragé] 1439 Dragé 1677 Dragey 1689)
N: draco drago: draak drake
Ronthon  (Ransthun 1158, Ronthon 1212  Ronton  1254)
N: rans-thun (randstuin, omheind gebied aan de kant, de boord)                                                                                                 N: rans: buik (ook snavel): buikvormige (bolvormige) tuin
 
Écaquelon (Schacherlon 1174)
Sc: eik lundr
Oud-Engels: sceacre (dief)
Oudnederlands: scaecere (rover)

Écoquenéauville   (Escoghernevilla 11de, ecclesia Sancti Laurencii in valle 11de,  Escoguerneavilla  1172 Escoguernauvilla 1174 Escoquernauvilla 1200 Escoquelingle 1278 Escoqueneauville 1453)
Wikipedia: 'Toponyme scandinave: la ferme de Skogher' (van het woud, skog: woud)
N: herne: steen (uit het Oudgermaans *χaranja- en  *χara-)N: schooc schoke schocke:  Benaming voor een soort van turf, verkregen uit gedroogde koemest.
(De omgeving bestaat uit vochtige weiden)
scoceherne: turfsteen
N: scoc scocke: hoop stapel (met vast aantal, bv. een zestigtal, een twintigtal...)
scoceherne: stapel steen
TB: Herne, Sint-Huibrechts-Hern (nu gemeente Hoeselt)
TF: Hernastre
Familienaam: de Herne, Van Herne
 
Éculleville (Esculevilla 1140 Esculeville 16e s. Eculeville 1554)
N: sculen: schuilen verbergen wegkruipen
Éculleville: villa waar men zich kan verbergen, waar men kan schuilen.
T Normandië: Écultot (Esculetot 1210)
 
Elbeuf-sur-Andelle  (Wellebotum 1218) Elbeuf (Wellebuoht 1070) Elbeuf-en-Bray (Wellebof 1046) Rouelles (Rodewella 1035)
Oud-Noors 'vella' of Oud-Engels 'wella' ( bron, GB Wells )
N: welle (bron en ook oever, kade langs een rivier)
V: Welleboet Rodewelle
T F: Kalkwelle
T B: Wellen Welle Well Wellenthal, Wellerbos, Wellewalle, Welleroux
Van Welle bestaat als familienaam

Émondeville  (Amundavilla 1042)
T Normandië: Mondeville
Zie Amundi (bij persoonsnamen)
 
Englesqueville  Anglesqueville (Anglisca villam 1032 en Anglice ville 1059) Englebertville   Engilbertville (Englebertvilla Engilberti-villa 1000) Englesqueville-la-Bras-Long (Engleskevilla Labralum 1202) Anglesqueville-l’Esneval ( Anglica villa 1236, Criquetot-l’Esneval) Anglesqueville-sur-Saâne (Anglicae villa 1059, Tôtes) Anglesqueville (Glicourt, Envermeu) Anglesqueville (Bourg-Dun, Fontaine-le-Dun) Anglesqueville (St-Valéry-en-Caux) Anglesqueville (Sommery, St-Saëns) Angloischeville (Fresné-la-Mère,Falaise) Englesqueville-en-Auge (Angliscam villam 1014, Pont-l’Evêque) Englesqueville-la-Percée ( Isigny)
N: angel (onl angul, engil) hoek of bocht (van een rivier) of als naam van het volk der 'Angelen', genoemd naar hun wapen, de angol (een soort wapen en werktuig dat er als een weerhaak uitzag) Sommigen (Longnon) spreken ook nederzettingen van Engelse vluchtelingen na de Deense invallen in de 11de eeuw.
Nog enkele andere voorbeelden van toponiemen waar Angli woonden: Incleville (Régnéville-sur-Mer, ) Ingleville (Tocqueville, St-Pierre-Eglise) Ingreville (Vaudreville, Montebourg) Angreville (Gaillon) Angreville (Douvrend, Envermeu)
T B: engilberg *Engelberg, engilham *Engelham (bij Maldegem) engilmunster *Engelmunster (Ingelmunster) Engel, Engelbeek, Engelhoek, Engelsberg, Engelsdorf, Engelshof, Engelsstal, Engelse Hoek, Engelmanshoven (Engilmandeshoven),
T N: Angila (Engelen bij Den Bosch)
T F: Inglebert ( bij Quelmes
 

N: angel (onl angul, engil VMNW: anghel) (uit)hoek, bocht, land aan of in en rivier die een hoek vormt, een bocht maakt, plaats in een uithoek van een gebied, soms haak (als in vishaak). Zie ook bij Etretat.

Verwant met Oudsaksisch 'angul', het Middelnederduits 'angel', het Oudengels 'angel, angul, ongel' en het Nieuwengels 'angle'.

Ingelmunster (België): Anglo-Monasterium of Engels klooster, maar misschien ook hoek-klooster, een klooster op de hoek, het uiteinde van de heerlijkheid van Dendermonde waar Ingelmunster toen deel van uitmaakte.

Kan het verwant zijn aan:

T B: inghel, inghels stuc, Engels Stuk (Nieuwmunster) en de persoonsnaam: inghels huus (Brugge) waar inghels voor een familienaam staat. (INL)

Andere gevonden toponiemen:

- engeland ingeland Ingelant ingelsc engelsc ingels engels

- ingelant (mnl): landbezit (ook ingelande en  utgelangde)

Was het oude Engels van voor de Franse invloed een Uithoek-Saksisch of een Kant-Saksisch, een Angelsaksisch/Kents, gebaseerd op Saksisch-Fries-Vlaams van het vasteland met het Dani en Norreiz? Het vinden van een 'Noorse' of 'Deense' invloed in Groot-Brittannië of Frankrijk blijkt zo een uiterst moeilijke taak: Vlaams, Dani, Norreiz, Fries, Saksisch, 'Frankisch'... waren allemaal takjes aan eenzelfde taalboom, toen misschien te onderscheiden maar niet te scheiden.

Hier komt dan nog eens de invloed bij van de 'Angelen', een volk dat men weer uit het noorden laat afkomen, maar die ook heel wat sporen naliet in West-Europa rond de Noordzee en het Kanaal. En ook die taal was moeiteloos te begrijpen door de andere volkeren tussen Loire en Rijn.

 

1000px-communes-of-france-ending-with-ville-svg.large.jpg
(-ville toponiemen in Frankrijk, uit wikipedia)
De kaart toont ons eigenlijk een taalgrens. De -ville toponiemen komen voor in wat eens Germaans-sprekende gebieden waren. Buiten de enclaves komen die in het Frankrijk van nu voor tussen de Loire en de Rijn. Het gebruik van -villa (-ville) bestond bij de Germanen in de streek al van in de vierde eeuw.
 
Équemauville (Scamellivilla 1048)
Ouddeens: Skammel van Oudnoors Skammhals (korte hals)
N: scamel schamel (gering of schraal, arm maar deugdzaam, nederig)
'Scamele' in het N betekent nog: een door uitgegraven aarde gevormde berm of bank.
T Normandië: le Scamelbec (1180) Cannetot (Scameltot 1087)
T B: Schamelhout (onl: skamalholt bij Heestert) Schamelbeek, Schamelhoek, Schamelweeze
Familienamen: (van) Schamelhout (diverse schrijfwijzen) Schaemel
Het Saksische paard werd in de 14-15de eeuw ook in de Duits-Saksische gebieden aangenomen. In 1951 werd dit het officiële wapen van NederSaksen. Het witte paard op rode achtergrond verwijst naar een oude Saksische traditie en de oud-Saksische koningen Hengist en Horsa. Het paard is ook te zien op de vlag van Kent.
Het wapenschild van Équemauville ziet er behoorlijk Noors-Saksisch uit. (Wikipedia)
 


Eqeurdreville  (Eschedreville 1056 Escheldrevilla 1063 Sceldrevilla 1063 Scheldrevilla 1179 Scheudrevilla 1180 Echeudrevilla 1180 Escheudrevilla 1180 Scheldrevillam 1185)
Engels shield, Oudnoors skjǫldr, Zweeds sköld, Noors en Deens skjold; Gotisch skildus
N: schelder (scelder). 
Misschien komt van daaruit ook een persoonsnaam: Scelder, verwant met toponiemen in Engeland: Skelderskew en Skeldergate (Yorkshire).
Het heeft te maken met het Nederlandstalige woord 'schelden', iemand die vermaant, scheldt...
In een verslag uit de 14de eeuw lezen we dat een persoon een scheldersboete moest betalen omdat hij iemand had beledigd. Een duivelbezweerder werd soms ook een schelder genoemd. (INL)
Of, wat mij betreft, een ernstiger mogelijkheid:
N: scild skilt schilt schild, van schelden (scheiden)
Vanuit het Indo-Europees  *skel: klieven, snijden, schellen.
Het schild begon misschien met een afgeslagen stuk hout, vandaar 'splitsen of scheiden'. Een 'schelle' hesp in West-Vlaanderen betekent een afgesneden plakje ham. Dat 'scelder' van 'scelden', scheiden komt, kan ook tellen voor de stroom de 'Schelde', die een grensrivier is geweest, onder andere tussen Frankrijk en Duitsland.
Familienamen: In Noord-Frankrijk komt de familienaam '(De) Scheldre' veel voor. In België komen volgende namen voor: van de(r) Skelde(n), van der Schilt, de Schalda, van der Schilde, Schelder, Schelders, Schelter, Schilt, Schild...
 
Éroudeville  (Arondevilla Aroudevilla 1198 Eroudevilla 1280 Aroudevilla 1332 Aroudeville 1360 Erodeville 1550 Eroudeville 1550 Heroudeville 1677) 
Van het Frankische 'hariwald' (Herewald, Harald, Harold, Herald, Herold, Horold...) hari (leger) en wald (regeerder)
Of:
Van het Frankische 'arwald' (Arold Arnold): arn (arend) wald (regeerder)
T Normandie: l'Eau d'Éroudeval (Arondevé 1268 (Arondevey, Aroudeve(y) met het Normandische  'vé, vey', verwant met het Nederlandse 'wad'.
 
Étainhus
Oud-Noors: steinn
Oud-Engels: stan Engels: stone
N: Steen (Stene, Vlaamse kustuitspraak 'stène') en huis
V: Steenhuis (Steenhus op zijn West-Vlaams)
T: Zie hieronder.
 
Étalondes (Stanelonde 1059, Stenalunda 1119) Étangval  Mont Entenclin (Estenclif 1262)
Oud-Noors: steinn lundr Oud-Engels: stan Engels: stone
N: Steen (Stene, Vlaamse kustuitspraak 'stène') en lond(e)
V: Steenhuis (Steenhus op zijn West-Vlaams), Steenland, Steenlond Steenval, Steenklif
T: Stene en veel toponiemen met Steen- zoals Steenland Steenbeke Steenkerke...
Familienamen: van Steene, Van Steenhuyse, Steenhuuse, van Ste(e)nland
 
Ételan  (Esteilant 11de eeuw)
Oud-Engels steġili (steil)
N: steil en land, of steeg, stegel (steegje, muurtje, overstap, verhoging) en land. mnl 'steigen' bestaat ook. Een 'steige' is een sterk hellende straat, een 'steiger' was een trap.
T B: Steilen ( in Boom )
T F: Stegers (Estaires)
Familienaam: Van Steilende, Steygers, Steilen, van der Steghele, Van der Stegele
 
Étréham: zie Ouistreham
 
Eteimpuis
N: steenput
T B: Homoniem met het nu Henegouws dorp Etaimpuis, dat ook steenput betekent.
Ook nog: Steenhuize, Steenkerke, Steendorp, Stevoort (Steinvert 12de) Stene
Andere Normandische plaatsen met 'steen': Etainhus (Steenhus), Ettenclin (Steenklif), l'Etienne gate (Steengat), la Tengatte  Les Tengattes (Steengat)
 
Étienville  (Aitinvilla 1165 Aitinville 12de Aitenvilla 1220 Ethinvilla 1268 Aytinvilla 1278 Etyvilla 1332 Esteevilla 1351 Estienville 1556) 
Van de Frankische naam 'Aitin'.
Daar in de oudste versies geen 's' te zien is, kan het niet van 'steen' afkomstig zijn.
 
Étretat (Strutat Strutat Strudard 1040 Estrutat 11de Estrutart 12de Estretat Estretal Estretot...)
Noors: Oudnoors stútr (opgericht) en stakkr (hoge rots in de zee).
Anderen reconstrueren de naam naar *Sturstat en *Turstat (letterlijk stoere stad).
Misschien moeten we denken aan 'Styr(r)' of 'Stur' , een Normandische persoonsnaam.
N: stut, stake, steker of stiura sture stiere (stuur steun belasting) sture (sterk hard krachtig, sterk van geest)
Voor wat het waard is: Jan Lucas drukt te Leiden in 1583 (?) 'Speculum nauticum' waarin hij de plaats 'Strünsaert' noemt. Mercator gebruikt de namen 'Estrefal' en Estretal' op zijn kaarten in 1628.
In Étretat werd een Merovingisch kerkhof opgegraven. Er werd onder andere een 'scramasax' (Saksisch mes) gevonden.
 
Eén van de rotsen bij Étretat wordt de ‘Manneporte’ genoemd. Het kan verwijzen naar 'man' of 'magna' (groot). Hier moeten we blijven zoeken naar de oudste schrijfwijze. In ieder geval zijn genoeg Germaanse relicten gevonden om die 'Mannepoort' een kans te geven.
 
 
schermafbeelding-2013-03-08-om-11-52-19.large.jpg
Manneporte of Magnaporte? (foto Moniek Gits)
Eu (Ou 12de)
Genoemd naar de oude naam van de stroom die door Eu vloeit en nu 'La Bresle' heet.
Uit awa (water)
N: aa (*aw, water)
T: A, Aa (naam van veel waterlopen in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland) Breda, Gouda, Ameide, Ter Apel (rivieren)
Familienamen: Aa, van der Aa
Hier trouwde Mathilde van Vlaanderen met Willem de Veroveraar.
Hun kasteel is verdwenen, maar misschien hoorde Mathilde hier in 1051 het 'Roelandslied' zingen ter ere van haar huwelijk. Het kasteel lag voor het huwelijk, en politiek gezien, correct: Op de grens van de Lage Landen met Normandië.

Falaise (Falesia 1066)
Verwant met Ijslands fjall, fell (berg)
Van het Germaans *falisa (rots) Hoogduits felisa > Fels
In deze stad werd Willem de Veroveraar als bastaard geboren.
N: Felis Fels Vels (rots steen)
T B: felsika (*Velzeke) falisa (*Vaals bij Hendrik-Kapelle) Hohenfels Hochfels (Houffalize) Binsterfelsen (gehucht in Eupen) La Roche heette ook Welschevels/Welschefels/Feltz.
T N: felisweribruok (Velzerbroek) felisinburg (*Velzenburg) felisweriburg (*Velzerburg)
Familienamen: van der Fels, Fels, Fel(t)z, Velz, Felsen, Falize, Falise...
In Nederland vertaalt men 'Vaals' (Limburg) als vallei, maar de stad ligt in het hoogste gebied van Nederland en duidelijk niet op de laagste grond in de streek. Kan Vaals dan niet eerder van 'Vels' afkomstig zijn?

p1000552.large.jpg
Fécamp (foto Luc en Greta Warnez-Vanbrabant)
Fécamp (fiscannum 875 Fiscannus 990)
N: elementen vis (fisc fisk) en ? (misschien 'ham of hafn')
V: visham, vishaven
T B: Visbeek, La Visbac, Vischenet
T F: Clocamp (Cloquant) Quercamp
Frankrijk: Onder de 'D 940' ligt nog het oude tracé van een Romeinse weg naar Etretat. In 1872 vond men er een begraafplaats van een vrouw uit de vierde eeuw. Uit het meubilair kon men opmaken dat het een Germaanse aristocrate was. Men denkt dat hier een garnizoen van het Romeinse leger aanwezig was om de Litus Saxonicum te bewaken. De inwoners bestonden uit een mengeling van Franken en Saksen en vanaf 911 bevolkten ook vele Nortmanni de streek.
De beroemde bénédictine-likeur werd hier in de 19de eeuw uitgevonden door Alexandre-Prosper-Hubert Le Grand. Zijn distillerie, fabriek en eclectisch huis kunnen nog altijd worden bezocht. Speciaal en boeiend!
schermafbeelding-2012-10-21-om-17-42-48.large.jpg

  

Fermanville  (Farmanville fin 12de. Fermanvilla 1271 Firmanvilla 1280 Fermanville 1337)
Anglo-Scandinaafs, van een Scandinavische mannennaam 'Farmann'.
N: Frankisch farman, faraman: vaarman (schipper, matroos, voetganger)
 
Fierville-les-Mines  (Gaufridus de Ferevilla 1080 Feravilla 11e  Ferevilla 1156 Feravilla 1210 Fiereville 1210)
Van het Oudfranse 'fiere vile' (fiere, trotse, goede, mooie stad)
N: Oudnederlands 'fera', steeneik.woning bij de steeneik
TB: feraholt (*Veerhout,  Ferooz) ferithi (*Veert,  Feret, Vichte)
TF: ferothu (*Veert,  Féru bij Chocques) hulisferothu (*Hulsveert,  onbekende plaats bij Clairmarais, Saint-Omer)
N: Oudnederlands 'fera', veer
TN: fera (*Veer,  onbekende plaats bij Oostburg, Zeeland)
woning aan het veer
 
Filbec
Sc: fell bekkr
N: fel vuil of mnl vuul (langzaam) en beek
V: Felbeek Vuilbeek, Langzame Beek
Zie ook Foulbec bij de -bec toponiemen.
T F: Vuilebeek (Sale Becque, bij Wilder)
Familienamen: Vuylsteke, Fel, Lefel
 
Flamanville (Flamenovilla [lees Flamencvilla] 996/1008 [kopie 17de] Flamencvilla 1022 Flamenvilla 1080 Sanctus Germanus de Mari 1080 Flammevilla 1100 Flammenvilla 1104 Sanctus Germanus de Direch 1135 ecclesia Sancti Germani de Direth 1172 ecclesia...de Direte 1174 Flamanvilla 1192)
N: Vlamingenstad
 
Flottemanville (Flotemanvilla 1147 Flottemanvilla 1250 Flotemanvilla 1332 Flottemanville 1549 Flotemanville 1677)
Van het Angel-Saksisch 'floteman' (schipper matroos piraat)
N: Vloteman: schipper op een kleine boot (een vlote)
N: flotskip, vlotschip: schip met geringe diepgang
'Vlote'man kan ook slaan op een visser die op een bepaalde soort rog jaagt.
Er zijn in Frankrijk nog herinneringen aan een beroep van mannen die hout kapten, het samenvlochten tot een vlot, en die zich zo in groep op het vlot over de rivier lieten meedrijven naar een afgesproken plaats.
Familienamen: Vloedman Vlietman Flotte Flot Flothman(n)
T Normandië: Flottemanville-Hague (villam Flottomannum 1056)
 
 
Foucarville (Foucarvillam 1046 Fucherevilla 1175 Foucarvilla 1174 Fucarvillam 1185 Foucarvilla 1332)
Van een Frankische naam: Fulkhard
N: Folkhard Folkard Folkert Volkaard Volkert
T Normandië: Foucarmont (Fulcardi montem 1059) en Foucart
Familienamen in Normandië: Foucard, Foucart en Fouchard
Familienamen: Volkaert(s),Volkhardt, Volcaer(t)s,Fockaert, Focquaert, Foccaert, Foc(c)art,Voka(e)r, Foucar, -art(e), -aer{t), Fourcart, Fouqua(e)rt, Fouq(u)aet, Foucq(u)aert, Fouchard
 
Franqueville
N: frank betekent in het Nederlands 'vrij'. De Franken waren de vrije mannen.
V: Frankenvilla
De naam heeft de algemene betekenis gekregen van vrije stad, later ook als Francheville beschreven.
 
 
Fresville  (Freevilla 1080 Fredevilla 1135 Freville 1238 Fraevilla 1257 Freevilla 1270 Fredevillam 1277 Fresville 1553)
Van de Germaanse naam 'Frido' (Freddo, Fredo, Frido, Frito) van  'frid-' (vrede)
N: Oudnederlands frī, Oudfries  frī, frē: vrij 
N: Oudnederlands fredo freda, vrede
Gehucht: Esteinvei (Steenweg of steenwad)
T Normandië: Fréville (Fraitvilla 1091) Fontaine-la-Mallet (Fredevilla 1035)
 
 
Gathemo (Gatemun 1082 Gathemo 11de eeuw  Gatemol 1203 Gathemo 1369)
-Gate: poort of weg naar...
De plaats bevindt zich op de grens tussen de Calvados en de Manche. Met een toponiem als 'Champ-du-Boult' in de buurt, kan dat dus 'een poort naar een andere streek' betekenen.-mo ? Mond, van monding? (riviermonding, van 'muthan' naar 'mun')


Gatteville-le-Phare   (Gatevilla 1175, 1179, 1181, 1182, 1189, 1202, 1205, 1260 apud Gathevillam 1260 ecclesia Gateville 1268 Gatevilla 1280 Gattevilla 1280)
Villa van de Germaan Gatto 
'Gato, Gatdo' is een vleivorm van het Germaanse 'gat-, de gad(i)-. Van 'gad-' (samen).
Van het departement bevindt de gemeente zich het dichtst bij Engeland, vandaar dat de betekenis van 'gate' (poort, weg naar...) hier uitstekend past. Domein bij de weg/poort (naar Engeland).
Caen komt ook van het Saksisch *Gatehem (zie daar). Gatehem en Gatevilla zijn eigenlijk synoniemen.

Gavray   (vicecomitatus Wareti, Waureti, Woreti 1042 Guabreium 1123 Johanne[s] de Gaureyo 1145 Wavrei Wavre Wavreium 1156 Wavray 1169 Waverai 1165 Gavrey 1172 Waveray 1203 Wavreium 1210 Gavray 1329)
Uit het Gallo-Romeins *wab(e)rētu, van het Keltisch *wob(e)ro- / *wab(e)ro-, (bebost gebied, struikgewas, onbewerkte grond)
In het Gallisch:  uobera, uoberno- ('onderbron': verborgen bron of rivier (door een bos) ingekokerde beek)
Oudste vorm 'Wavreti'? Die -ti kan een  collectiefsuffix zijn.
Oudnederlands 'wavar' (wavre, wauer, bos) Het kan kronkelend, wat verborgen water in het bos betekenen. Waver zou dan verwant zijn aan het Middelnederlands wiver, wijver (vijver) en het Engelse 'to waver', kronkelen.
TB: Wavaer (Wavarwalt, Waverwoud) Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Sint-Katelijne-Waver, Waver (Wavre wau(e)re) Wavreumont (Bellevauw-Ligneuville) Wavreumont (Stavelot) Wavreille, Champ de Wavre (Marbais) Ferme de Wavre (Morhet) Ferme de Wavremont (Assesse) Haie de Wavre (Corbais) Klein Waver (Loonbeek) Triz de Wavre (Limelette) Unter der Wavrich (Halanzy)Vallées de Wavre (Couture-Saint-Germain) Schuerwaver (Scherpenheuvel) Waver (Moorsel) Waverkouter (Mortsel) Waversberg (Meerhout) Waverse Velden (Putte)
TN: Wavarlō (Waverlo)
TF: Wavrin (wauri, bij Rijsel) met de teonaam 'van Wavri' 
Verwant met het Oudnederlands 'gavra' (gauara gauera gaura gaure gauer- gauera- gauere- -gaver) moeras, drassig grasland.
TB: Gaver (te Aarsele, Berlare, Geluwe Helkijn, Kalken, Kaster, Kortrijk, Meslsele, Onkerzele, Siere, Waasmunster, Waregem, Wielsbeke, Beveren-Waas, ) gavra (Gavere, Gent) Haverkingaver ( Doornzele) kahtelgavra (Kachtelgaver, Sint-Gillis-Waas) Maalgaver (Oostakker) Monnekinsgaver (Kluizen) Moortgaver (Gent) Gavere, Gavers (te Aarsele, Sint-Gillis-Waas, Wielsbeke)
TF: gavrabeki (Gaverbeke, Guarbeque,in de Pas-de-Calais) gavrila (Gavrelle,  in de Pas-de-Calais) (Waregem in België heeft ook een 'Gaverbeke'.)


Geffosses    (Givolli fossa 1084 Guiofossa 1160 Wivofossa 1186 Guinoufosse 1235 Guyoufossa 1332 Guyofossa 1351Guignefosse 1410 Guiffosse 1437 Gyffosse 1515 Gefosse 1559)
Fosse: Oudfrans voor krocht, kuil, hol of put.
Het eerste deel is Germaans:
Van Givold, Giold < Gibwald: gib (geven) en -wald (kracht besturen) 
Ik denk eerder aan 'giv-wald': door het volk gekozen bestuurder/gouverneur (een 'gegeven' titel)
Of van 'Gibolf, Gibulf  < Gibwulf':  gib-( geven) en -wulf (wolf)
Ook mogelijk volgens mij: 'Guio' van 'Wido' (gewijde) (Guy in het Frans)



Ger  (Gerno 1082 [ablatief] apud motam de Ger 1170 Gier 1170 ad motam Gerni 1170 Ger 1203)
Pre-Indo-Europeees *gar, steen rots
Germaanse naam met 'ger', speer
Dat laatste is best mogelijk.
Andere opties: 
-van het Oudsaksische 'gerno' Middelnederlands 'gerne', met aandrang, vurig
Vurige stad?
-van het Oudnederlands 'gerno', met ijver, graag, bereidwillig
Ijverige stad?
Voorkeur:
-van het Oudnederlands 'gēro', geer: spits toelopend stuk grond (naar de mote?)
TB: gēr (Geer, oude naam van Sint-Kruis, Brugge) gērbruok *Geerbroek,  bij Heurne, Oudenaarde)
TN: gēr (Geer, bij Culemburg) gēr (*Geer,  onbekende plaats bij Gent, Gelderland) gērfliet (Geervliet, bij Spijkenisse) gērleka (*Geerleek,  onbekende waterloop bij Sassenheim) gērnhara   (*Gerenhaar,  Gaanderen, bij Doetinchem) twēgēron (*Tweegeren, Walcheren)


Giéville  (ecclesia de Guyevilla 1350 Guyville 1375 Guieville 1434 Gieville 1612 Giesville 1677 Giéville 1689)
van een Germaanse persoonsnaam Gero
van een vrouwelijke Germaanse persoonsnaam Wida
van een Germaanse persoonsnaam Giddo
Mijn voorkeur:van een Germaanse persoonsnaam 'Wido' (gewijde: sacré) (Français: Guy)


Glatigny  (Glatigneio 1170 Glategnio 1217 Glatignie 1266 Glatignye 1351 Glatigny 1634)
Het suffix is Gallo-Romeins: iacum
van een gereconstrueerde Gallo-Romeinse naam *Glastinius
Van een gereconstrueerde Germaanse persoonsnaam *Glatto 
van een Gallo-Romeins antroponiem Caltinius
van het Volkslatijn *glatidus (Gallo-Romeins *Glattu) uit 'glatia' (leem, klei)
Mijn optie:
Het eerste element zie ik als het Oudnederlands 'glat' (glad vlak helder glanzend)
TB: glatbeki (*Gladbeek,  Gleisbeek, waterloop bij Ukkel) glatbeki (*Gladbeek,  Glabbeek-Zuurbemde bij Leuven) glatbeki (*Gladbeek, Clabecq, Klabbeek, plaats bij Nivelles-Nijvel)
T Duitsland: Gladbach Gladbeck Glattbach Glatten (en Glattfelden in Zwitserland)
 

Golleville  (Golevilla 1174 Gollevilla 12e Golavilla 1217 Golevilla 1220  Goleville 1305 Golleville 1550)
Van een Germaanse persoonsnaam met Gol- (groet)
Van een vrouwelijke Germaanse naam Godila
Van een Anglo-Scandinavische naam Golle
Mijn voorkeur:
Vroegmiddelnederlandse persoonsnaam 'Gole' (goels gole golle gool) afgeleid uit 'Godilo'.
 

Gonfreville  (Rob[ertus] de Gonfrevill[a] 1203 Gonfrevilla 1223 Gonfreville 1305)
villa: domein
Germaanse naam Robert: groot-schitterend
Germaanse naam Gonfre, van Gundfrid: strijd-vrede

 
Gouberville  (Goesbervilla 12e Goisbervilla 1221 Goybervilla 1332  Goberville en Saire 1459 Gouberville 1549)
Goisbert en villa (domein)
Germaanse naam Goisbert van 'god-schitterend'
Goesber, van Goesberg van Godesberg of Goesbert, van Godesbert
TN: Godesberg (*Godsberg, Gaadsberg bij Zwolle)
Andere mogelijkheden:
N: Oudnederlands gōs: gans (goes goos)
Van Goesberg: gans-berg of Goesbert: gans-schitterend
TB:ganshorn (*Ganshorn,  Ganshoren bij Brussel) veldnaam 'Goes' (Brugge) Goesevoorde (Houtave)
TF:gōslant (*Goesland,  bij Duinkerke)
Of: 
N: Goes: Oude waternaam, uit 'gus-' (plots opwellende stroom water)
TN: Goes, gusaha (waternaam in Zeeland)
Familienamen: Van der Goes, De Goes, Goes, van Goesevorde
 

Gourbesville (Gausberti villa 1060 Goisbervilla 12e Goesbervilla 1174 Goisbervilla 1280 Goesbervilla 1332 Goisbervilla 1351)
Zie bij Gouberville.


Gouville-sur-Mer   (Gouvlla 1162 Goouvilla 1163 Goovilla 1163 Goevilla 1180 apud Gouvillam 1243 Gouvilla 1280 Gouville 1418)
Gou: uit de Germaanse namen  Woto of Godulf of Godo
N: gouw (gou, gau, go, goy, gouwe): gouw, landschap, landstreek, landgewest.
Villa in het landschap?
 

Grainville
Uitgelegd via Noorse naam Grimr, Grimr boerderij
N: ‘grim / grimme’ (onl grīma masker, grimmig of boosaardig, verbitterd)
Zelfs 'grind' kan men niet uitsluiten. (zoals voor Grimbergen) of onl 'girm' (ooi)
De achternaam Grim is de meest voorkomende in Nederland (7.560 volgens http://www.verwant.nl/kaarten/detail/grim.html in 2013) In België bestaat één maal Grim en 18 maal Grimm (volgens http://www.familienaam.be/ ) en we vinden ook Grim(m)onprez, Grimonpre(z), Grimmonpré.
T B: grimfelt (*Grimveld, Grimevelt bij Bergen-Ambacht West-Vlaanderen ) grimina (*greminios ? *Grimmine, Grammene Oost-Vlaanderen ) grimitha (*Grimede, Grimde bij Leuven Vlaams-Brabant ) Grimbeville, Grimminge
 

Gratot  (Girartot 12de Guerartot 12de Gerartot 1160 Guerartot 1174 Gerartot 1195 Guerartot 1198 Girartot 1210 Grartot 1210) 
Germaanse naam Gerhard (Gerard Girard...) en -tot (zie bij topografie)
 

Gréville-Hague  (Guerevilla 12de Gervilla 1209 Guervilla 1218 Grevilla 1320 Greville 1552)
Germaanse naam Gairo Gero van de stam 'ger', speer
Die uitleg lijkt mij plausibel, maar ik maak toch een opmerking. Met die 'u' in de oudste vorm durf ik ook te opteren voor 'werra, werre',  oorlog, twist, onenigheid: villa waar men om heeft gestreden.


Grimesnil  (ecclesia Sancti Petri de Grismesnil 1180 Grimesnil 1349 Graumesnil 1612 Grimesnil 1677)
Van een Germaanse naam 'Griso'
Van het Scandinavisch 'griss'
Van het Germaanse 'gris' (grijs) en mesnil
Oudnederlands '*grīs': grijs, grauw, bij paarden ook gemengd zwart-wit.
Eigenaardig dat dat 'grauw' in 1612 plots opduikt.



Grosville  (Geroldi villa 1000 (kopie 17de) Giroldi villa 1080 ecclesia Sancti Martini de Gerovilla 1172 apud Grovillam 1174)
Uit 'villa' en het Germaanse 'Gerwald' (speer en regeren: heersende speer) of 'Gerold' (speer en oud: wijze speer)
 

Guéhébert  (ehebert 1175 ecclesia Sancti Supplicii de Vado Herberti 1180 Vado Herberti 1207 Vadum Herberti 1216 Weherbert 13de Vado Heberti 1272)
Van het  Normano-Picardisch 'wei, wuei, vey, vé, (wad) en van de Germaanse naam Hebert.
Wad komt uit het  Gallo-Romeins *wadu, van het Latijn 'vadum'.
e:
De 'e' in de oudste attestatie kan staan voor 'water'.
Vado:
N: Oudnederlands: wada, weddi, vuada, uuada, -vadum ... 
N: Hebert Herberti:Germaanse naam: Her-bert, Heriberht (heer/krijger-schitterend): schitterende krijger
N: wad (doorwaadbare plaats, wad, voorde)
TB: Wez-Velvain (Wedde) Ways (wedde) Watou (*Wadooi?) Bekkevoort (Bekkenwad) Irchonweiz (*Ericioniswad) Nodewez (*Nodewad) 
TN:Wadenoijen, Ter Wadding, De Weldre, Wadwoerd, Ravenswaaij (*Ravenswade)
TF: Vis-à-Marles (wedde) Wadhil (bij Thérouanne)In 'Frisia': Thigisweddi (*Digiswad)

Guilberville  (Guillebervilla 1219 Guilleberville 1316 Guylleberville 1328 Guilleberville 1349 Guibervilla 1350)
Van een Germaanse naam Gislebert (*Guislebert, Guillebert) of Williberht (Willebertus, Wilbertus, Vuilbertus, Guillebertus, Guilbertus)
N: Gislebert: Gisilberht (pijl/gijzelaar/edel kind - schitterend)
N: Williberht: wil-schitterend
Familienamen: Gijsbertsen, Gijsberts, Gijsbrechts, Gijzelbrecht, Wilberts, Willebert, Willebrecht, Wilbert Wulbrecht

Le Guislain  (le Guillain 1231 Guillouin 1280 ecclesi[a] de Guilloino 1332 le Guillouin 1395 Guilloing 1612 Le Guisloin 1677 Guilain 1689 Le Guislain 1713)
Van een Germaanse naam 'Guillouin' (Giselwinus, Gisloenus, Gisluinus) of 'Guislain' (Gislanus, Gislenus)
De te horen w-klank doet mij voor het eerste kiezen.
N: Giselwin: pijl/gijzelaar/edel kind - schitterend

Hambye  (Hambeia 1027 Hambeye monasteri[um] 1157 Hambia 1195 abba[s] de Hambee 1200 Hambuie 1210 Hambeia 1218 Hambye 1418)
Officieel: Uit een niet te achterhalen Germaanse persoonsnaam. Uit het Frankische 'bakia', van 'baki', beek. Uit het Scandinavisch 'bie, by, bye' (boerderij)
Voor alles is wat te zeggen.
N: ham: -ham, ham-, hamma, ham, hamme (landtong in een overstromingsgebied, een meander)
N: hem: -hem, heim, ghem, gem, haima, em, kem (woning, erf, heem, dorp)
-bye: Een variant van  -bu(t) -bus, verwant met het Oudscandinavisch bú (huis boerderij residentie domein dorp)
Het Nederlands kent 'boede' (boei boedel) voor boerderij.  Boer bouwer en buur kunnen ook verwant zijn.
Denk ook aan 'inboedel'. Buur +t (verzamelsuffix)= wijk (West-Vlaams 'na' (dichtbij) = English neigh, en het Engelse 'bor' = buur)
 
Hamelin (ecclesia Sancti Martini de Capella Hamelini 1104 Capellam Hamelin 1179 Hamelinu[s] de Capella 1221 Capella Hamelin 1412 Hamelin 1612)
Germaans: Hamelin, verkleinwoord van Hamo, Haimo, vleivorm met haim  ham (huis haard)
Germaanse naam: Hame (Ham Haam Hamo Hamme Hoeme) wellicht ‘de beminde of minzame’
Van de Oudgermaanse stam *ham-, *hōm- (beminnen).
Verwant met de stamnaam *Hamawiz (de beminden, in zijn Latijnse vorm: de Chamavi)
Andere namen: Hamedie Hamde Hamelin, wellicht een vleivorm van Hame, de beminde.
 
 
Harcourt (Normannus de Herolcurt 1030-1035)
N: Herulfs boerderij
T B: Heroldingem
 
Hardinvast  (Herdinvasto 12de Herdinwasto 1204 Herdinvast 1325 Hardinvast 1551)
-vast:
Latijn: Vastus  Engels: waste Afgeleid woord : Va(s)tine (Frans: Gâtine)
N: wasto wastine woest woestijn wastijn (slecht land, woeste of onvruchtbare gronden)
TB: Woesten Woestenhof, Woestijn, Woestijne 
T Normandië: Beroldwast   Sotevast   Tollevast    Brillevast 
Familienamen: Wostijn, Ostyn, Van de Wostijne, Van de Woestijne, Watine, Gâtine
-hardin:
Van de Germaanse naam Harde, Hard Hardo (de harde, sterke, verdragende)
-herdin: Misschien slaat dit op een beroepsnaam: Oudnederlands: herdi, herde (herder)
Woeste land van de herder
N: *herden (hard maken of worden)
Woestijn waar de grond hard wordt.
 
Hauteville
T Normandië: Hauteville-sur-Mer, Hauteville-la-Guichard en Hautteville-Bocage, alle drie in hun oudste vormen: 'alta villa'
-Letterlijk kan dat komen van het Latijn 'hoge villa' (hoog gelegen). Maar alleen 'la Guichard' staat op een kleine verhevenheid.
Die optie is dus niet de meest overtuigende.
-'Alta' kan ook komen van ald, alt, eldi, ol out... (oud, ervaren of wijs)
TB: aldanhofa (Bossuit)
TN: altburg (Olburgen) altthorp aldanthorpe (Oudorp bij Alkmaar) altwīk (bij Utrecht)
TF: aldadīk (Oldedic bij Saint-Omer) aldinfurda (Audenfort bij Clerques) aldanhofa (Brêmes) altlant (Licques) aldanwīk (Ouderwijk Audruicq)
-De naam van Hauteville-la-Guichard  is gelieerd aan de naam van de adelijke familie 'de Hauteville' die afstamt van 'Hialttus Villa', Latijn, afkomstig van een Germaans woord. De eerste persoon uit het huis heette Tancred. Zijn zonen en hun nakomelingen bezetten sleutelposten in Zuid-Italië en Sicilië en werden soms ook koning. De laatste vertegenwoordiger heette ook Tancred. Na 1189 stierf de dynastie uit en kwam alles in handen van het Zwabische huis.
Wikipedia beweert dat de stichter van het huis 'Hauteville' afstamt van een viking met de naam 'Hialtt'. Dat staat voor 'zwaard' of 'handvat van een zwaard'. Zo'n woord bestaat ook in het Nederlands: hilt, hilte, helt, helte, heft, hecht (handvat of greep) en 'hiltemaker' was dan een beroep. Het woord kan ook gewoon betekenen dat het iemand was die een zwaard(heft) droeg, een ridder dus.
Hauteville: Domein waar men zwaarden of zwaardheften maakte of waar een ridder woonde? Het belang van dit beroep kan hebben geleid tot een adellijke titel.                                                                                                                                               Wanneer we de geschiedenis van de Noormannen op Sicilië bestuderen, blijkt dat alle 'Noormannen' gewoon Normandiërs waren. Uit de Normandische familie 'Hauteville' kwamen de koningen van Sicilië voort. De historicus Léon-Robert Ménager (1925-1993) specialiseerde zich in de geschiedenis van Normandisch Sicilië en bestudeerde 275 Italo-Normandische families. Zij kwamen uit volgende streken: Manche (27 %) Calvados (24 %) Seine-Maritime (18 %) Eure (16 %) en Orne (14%). (Wikipedia) De Normandiërs en de Vlamingen zaten nog veel samen, omdat men in die tijd nog dezelfde taal sprak, het Diets. Tancred is een Germaanse naam, afkomstig van 'dank' (gedachte) en 'rede' (weldoordachte raad) of 'dank' en 'rede', iemand die men dankbaar is voor de weldoordachte raad.
 
Héauville  (Hel villa 1020)
Dat helle-toponiem komt men tegen van Bretagne tot in Noorwegen langs de kusten van het Kanaal en de Noordzee. Er zijn er honderden.
N: helli helle el heil hel hele helle (glooiend, hellend)
Het woord is wellicht verwant met 'hille hil hul' (heuvel hoogte) Fries: hel 
Vandaar ook sterke helling, helling naar de diepte, naar de hel wat dan in de buurt van het woord 'hol' komt. Denk aan vrouw Holle.
TB: Hel Helbeca Hellegat(e) Hellemmes Hellebecq Helle (waterloop)
TN: Hellevoet Hellendoorn Ellecom
TF: Helfaut (Helleveld) Helbodevilla (nu: Bout de la Ville)
T Normandië: Hellevilla
Andere optie:
N: hēla hēl heil heile  (heil heel) hēlbrunno (heilbron) hēlmānoth (heilmaand)

Hébécrevon  (erberto Quevron 1232 Herberto Chevron 1280 Hebertquevron 1351 Hebequevron 1433)
Voornaam Herbert en familienaam Quevron.
Herbert: her-bert, leger-schitterend
Quevron: van 'chevron', keper
Men geeft toe dat zulke toponiemen normaal gezien niet voorkomen.
'Herbert' geeft geen moeilijkheden
N: Herbert: leger/krijger-schitterend
Een optie voor 'quevron':
N: carven, caerven, keerven, corven, cerven (kerven): oordelen, aan iemand bij vonnis zijn verblijfplaats aanwijzen.
Hébécrevon: (Hébécerven?) verplichte of aangeduide woonplaats van Herbert.
cer/cre: men heeft de letters bij het romaniseren misschien omgewisseld om de 'c' als 'k' te kunnen blijven uitspreken.
 
Hecmanville
Sc: helgiman
N: heilig man, ook 'hoek (hec) en man' zijn mogelijk.
 
Helleville  (Herardi-villa 1000)
Het blijft oppassen. Om er geen helle-toponiem van te maken als bij Heauville moeten we altijd zoeken naar de oudste vormen.
N: her (leger) en ardi (hard)
 
Hémevez (Anslevilla)  (Anslevilla 1158 Ansleville 1156 Ansnevilla Heymevez 12de Haimeivez 12de Anslevilla juxta Haimeveis 1180 Haimesvez 1214 Haymeweiz 1214 Ansnevilla pres Hemevez 13de Haimevez 1280)
Anslevilla: Scandinavische persoonsnaam: Ásleikr ('Ase', God krijger en 'leikr',spel )
N: Ansle: ans-lêk, 
-ans: God (goddelijke macht, oergeest)  
TB: anslār (*Anslaar,  Asselier bij Asse) anslār (*Anslaar,  Anlier bij Neufchateau)
TF: anslār (*Anslaar,  Aulers bij Bassoles, Laon) 
Namen: Ansboud, Ansgar Anshild
-lêk (lic lech, lek, leec, leic, lec, leke, like, lieke): lied spel, vertier 
Nog te merken in 'huwelijk' (huwspel)
En waarom niet 'anslek': goddelijk?)
Namen: Gerlek, Ansle(c)
Hémevez:
He: hamvez: van het Oudnormandisch vei, vey, vé (gué)
N: Héme-vez: hamme-wad 
N: ham: -ham, ham-, hamma, ham, hamme (landtong in een overstromingsgebied, een meander) 
 
 
Hennequeville (Heldechim Villam 1006 Heldechin villam 1025 Heldechinville 1057)
N: Held (*helt) voor man, of helde (helling, als deel van een toponiem)
Heldechin: kleine helling, woonplaats aan de kleine helling.
En waarom niet 'een kleine held'? Het huis waar onze kleine held woont.
T B: helthanberg (*Heldenberg, Huldenberg) Heldengis (Waasten) Helderen, Heldergem
T N : helthon, Helden (bij Panninge) helthanessi *Heldenesse (bij Bergen op Zoom)
T F: helthanessi *Heldenesse (bij Calais)
 
Hérenguerville  ( Erengartville 1022 apud Herengardis villam 1066 Herengavilla 1172Erengarvilla 1219 Erengarville 1280 Erengervilla 1332 Erenguerville 1349 Erengarvilla 1351 Erengierville 1421 Herenguerville 1612)
Van een Frankische naam: Erengardis of Arengardis
N: van Ermengard of Arngard (Erengard is niet geattesteerd)
Ermengard: Ermen-gard: groots-bescherming: grootse beschermster
Arngard: arn-gard: arend-bescherming: beschermend als een arend
Merk de hypercorrecte 'h' die af en toe verschijnt (nu nog  typisch West-Vlaams)
 
Hérouvillette (Herulfi Villula 1128 )
Herulfi is een Saksische of Frankische naam.
N: heer, wolf en kleine villa
Hérouvillette ligt een tiental km van Caen. In 1966 werd hier een Merovingische begraafplaats gevonden. Op twee km daarvandaan had men al soortgelijke graven ontdekt (te Sainte-Honorine-la-Chardonerette). Voor een beschrijving van de inhoud van de 61 onderzochte graven, zie Caen (↓)
 
Herqueville  (Herguevilla 1165 Herquevilla 1190 Hergueville 15de Hecqueville 1634, één keer Helgevilla)
Helgevilla, van Hellevilla?
Herque Hergue,m isschien Scandinavisch. Betekenis?
Van Frankische Harigari, verlatijnst tot Herigerius en beïnvloed door Hariko of Haricho (Hairicus)
N: Germaanse naam Hariko: Hari en diminutief -iko: legerke
Wellicht beter:
N: Germaanse naam Herkoen/Herkón: leger of krijger
-koen: dapper leger of dappere krijger
Dorp waar de dappere krijger woont (dorp waar het dappere leger woont).
T Normandie: Herquemoulin (Beaumont-Hague) Herquetot (Vasteville) Herqueville (Eure)


Heugueville-sur-Sienne  (Helgevilla 1115 Heugevilla 1186 Hugevilla 1185 Heuguevilla 1222)
Van het Scandinavische 'Helgi' (heilige)
N: Van hēligo hēliga: heilige (man of vrouw) hēlig, heilga-, heilghe-, heilgon: heilig (adjectief)
TN: hēliglō  (*Heiliglo,  Heiloo) hēliglōwerifenni  (*Heiligloërvenne bij Heiloo) hēlwurth ?   hēligwurth ?  (*Helwoerd, *Heiligwoerd,  Helwerd bij Kantens)
T Normandie: Heuqueville (Seine-Maritime) 
 
Heuland  (Holando 1061)
Volgens Joret een Frankische nederzetting.
Oud-Deens 'hoh'
Oudfrankisch hôh en Angelsaksisch hêah
N: hoog of heuvel of hol. Oudnederlands: hō, hōg (hoche-, hoge-, hogen- , hogh-, hoghe-, hon-, hougn- , houn- , howen-...)
T: Holland
TB: Hoogland, Hageland, Heuvelland, Heuleu, Hooglede... Hobrugge (hōbrugga *Hobrug bij Torhout) *Hoogbrug (hōgbrugga bij Voormezele) *Hobroek (hōbruok bij Maarke-Kerken) *Hohout (hōholt mogelijk bij Pittem) Hoeilaart (hōlār *Holaar bij Overijse) Onlede (hōnlētha *Hoënlede bij Gits) Hoogstade (hōstediI *Hostede bij Veurne) *Hostede (hōstedi onbekende locatie) Otteca (hōthekki *Hodekke bij Oostrozebeke en Ingelmunster)
TN: Hooidonk (hōdunk *Hodonk bij Nuenen) Houweningen (hōanengi, hōganengi, *Hoënengi, *Hogeneng bij Sliedrecht) *Hoogvliet (hōgefliet bij IJzendijke) *Hoënforest (hōnforest onbekende plaats in Drenthe of Overijssel) Hogegeest (hōgēst *Hooggeest bij Velzen) Heugem (hōhēm *Hoogheem bij Maastricht) Hoogmade (hōgmāda bij Velsen) Heiligenberg ( oude naam: hōhurst Hohorst bij Leusden) *Hokamp (hōkamp onbekende plaats bij Akersloot)
TF: Haut-Pont (hōbrugga *Hobrug bij Saint-Omer) Hodicq (hōdīk *Hodijk bij Brexent) Hodicq (hōdīk *Hodijk bij Beuvrequen)
TNormandie: La butte de Heuland (Trévières) 
 
Hiesville  (Hevilla 1164 Heevilla 1180 Heivilla 1274 Hevilla 1280 Heville 1311 Hievilla 1327 Hyevilla 1332 Hiesville 1677)
Villa met Germaanse naam Hedo (Hari?)
Van het Germaanse *haiþiz  *haiþjō (heideland)
N: Oudnederlands hētha hethe, -hai, hed (hei, heide) 
TB:hētha (*Heide,  Heet  Balegem) hētha (*Heide,  Ten Hede bij Oudenaarde) hēthaberg (*Heideberg,  Heibergen bij Sint-Martens-Latem) gelohētha (*Geelheide,  Jalhay bij Verviers) genehēthan (*Geneheiden,  onbekende plaats in Brabant)
TF: hēthaburg (?) '*Heideburg,  Hébergues bij Nordausques, Saint-Omer) hēthameri (*Heidemeer bij Salperwick, Saint-Omer)
In relatie met de 's' in Hiesville en de Oudfranse 'hes' uit het Nederlands:
N: Oudnederlands hēsi, hais, hes, hies... (hees): struikgewas
TB: hēsi (*Hees bij Nijvel en Tongeren) hēsithi (*Heest,  Heyd bij Marche) hēsithi (*Heest, Heist-op-de-Berg) hēsiwīk (*Heeswijk,  Hezewijk bij Turnhout)
TN: hēsi (*Hees bij Soest, Ruinen en Eersel) hēsiwīk (Heeswijk  bij Dinter) birnihēsi (*Birnhese,  Bernheze) furonhēsi (*Vurenhese,  Verrenhese  bij Amersfoort) westarhēsi (*Westerhees bij Liemers)
TDuitsland:  hēsi (*Heess, Hese bij Xanten) hēsihūson (*Heeshuizen,  Hesehusen bij Emmerik) brāmahēse (*Braamhese bij Xanten)
 
Hocquigny  (terra Hocquinne 12de eeuw,  Uchinneio 1172)
Van het Gallo-Romeinse 'Hucconiacum' met de Germaanse persoonsnaam 'Hucco' en het suffix -iacum.
N: Germaanse naam Hucco (Hucko) van Hugo (denkende geest, verstand)
N: huok, hoc, houc, hoec (hoek)
Het kan dus gewoon 'Hoekene' zijn: een plaats in een uithoek.
TB: Hoeke, Oekene
TF: Le Touquet (Het hoekje) 'Krommelhoeck, Duynhoek, Manhoek, Westhoek, Hoek' (Duinkerke)
 
 
schermafbeelding-2012-10-30-om-15-34-08.large.jpg
(Honfleur, eigen foto, schilder F. Van Hacke)
 
Honfleur (Hunefleth1025 Hunefloth 1062 Honneflo1198  Honflue1246  Honnefleu18de)
Oudnoors: Húni ( Húnn) en flóð (vloed) flói (stroom)
Zie -fleur toponiemen (vorig hoofdstuk)
N: huna huni (honingkleurig) of Huna Huno Hune (persoonsnaam) en vloed, vliet
Voor het eerste deel bestaan bij ons ook toponiemen:
T B: We hebben bij Aalst een oude waternaam: hunisa (*Hunse, Hoeze) en dan zijn er nog: hunibeki (*Hunbeke, Hombeek) huniberg (*Hunberg, Oombergen) huniōi?( *Hunooi, Haneffe bij Luik) Honighedal (Waasmont) Hunival
T N: hunapa (*Hunapa, Hunepe bij Deventer)
T F: huniberg (*Hunberg, Humbert, bij Maninghem) Houlle (Huneles 1075)
 
Honnecourt (Hunulfocurtis 685, Hunnocurtum, Hanonia, Hunnonis Curia, Hunnulficurtis.)
Hoeve van de Germaan Hunawulf.
In 691 was daar een vrouwenabdij. Het ligt aan de Schelde in het Kamerijkse. Het dorp valt buiten Normandië maar werd hier bijgeplaatst voor een man die ofwel hier geboren werd rond 1260, ofwel verbleef in de abdij: Wilars (Wilhard) de Honecort (Vilars Dehoncort, Villard de Honnecourt). Hij is beroemd gebleven voor zijn prachtige tekeningen die ons informatie bezorgen over de bouw en versiering van de (Normandische) gotische kerken. Zijn teksten zijn geschreven in een Picardisch Frans (buiten het ene woordje 'hel').
 
 
Wie de symbolische tekeningen grondig bestudeert, ziet meteen dat het centrale deel over de dood van Christus al een teken is voor 'hel' (waar hij drie dagen verbleef). Ook de linkse (latere) tekening toont ons een zon in de onderwereld (hel): vanuit de duisternis schijnt het licht. Over die prent is nog niet alles geschreven.

Houesville  (Hoivilla  1080 Huivilla 1136 Hoesville 1461)
Van de Noorse naam 'Hofi' en villa
N: Have Haaf Hoeve Hoef Haf (Hij die overwint of slaagt)
Mijn voorkeur:
N: Oudnederlands hōi hoghe hohe hoi hoi hoe: hoge
Hooggelegen villa.
 
Houlgate  la Houlgate  Hôrgate  Hiégathe (kasteel)
Noors: 'hollr gata'
T GB: Holegate, Holgate
N: Holgat Hellegat Holegat
Zie ook Heauville

Houtteville (Hultivilla 1070)
Noorse persoonsnaam 'Holti' en villa
N: hul hulte hil hille, West-Vlaams voor heuvel, hoop of hoogte
N: hul: kleine bulten op weilanden met hoog, stug gras begroeid
 
Houvic
Sc: hol vík
N: hol wic
V: Holwic (Holwijk)
T F: Salperwick
 
Huberville  (Hubertivilla 1056)
Germaanse naam 'Hucbertus' en 'villa'
N: Van de Germaanse naam Hugbrecht (Hubert): stralende geest en 'villa'
TB: ser jan hubrechts land  (Brugge 1288)


Hudimesnil  (Helduinmesnil 1162  Heudouimesnil 1163)
Van de Germaanse persoonsnaam 'Hildwinus'
N: Heldwin: Held en win (vriend)
Familienaam in Normandië: Hédouin
'Mesnil' van de heldhaftige vriend

Huisnes-sur-Mer  (Huisnes 1793 Huynes 1801)
-nes toponiem? Zie daar

Husson  (Heuçon 1082 Heuceone 1112 Heuchom 1120 Hueceon 1180 Huechon 1224 Hueceone 1256)
Van een Germaanse naam Huso of Hugizo(n) of een Romeinse naam Helicius.
N: heuze heuzen euziën oysen: overdekte plaatsen, het gedeelte van een dak van een gebouw dat over den muur uitsteekt en bij uitbreiding ook de uitstekende kanten van korenschelven, mijten, hooioppers...
Plaats waar men kon schuilen voor de regen.
 
Isigny
Isigny-sur-mer
Het laatste deel kan komen van -yd (beschutte plaats), zoals in ons Raversijde en Koksijde. Het lijkt me aannemelijk omdat het aan zee ligt. De plaats ligt aan het uiteinde van de baai van Veys. Dat is een verbastering van ons woord 'wad'.
De voorouders van Walt Disney waren van hier afkomstig. D'Isigny is geëvolueerd naar Disney!
Isigny-le-Buat  (Isienio 1120 Iseneio 1168)
Gallo-romeins *Isiniacum, met de Germaanse naam 'Iso'
TB: Izegem (Iso-inga-heim) 
De gemeente heeft berschillende Germaanse toponiemen:
Biard: van *Bigardiu, gaard of tuin bij het huis
Le Mesnil-Thibault,: Thibaut
Le Clos Friland (Vrijland: land zonder verplichtingen)
Montgothier: Gothari
Létanville (Alestanvilla 1195) Adalsteenvilla? (met het (Angel)Saksisch antroponiem Ealdstân, Aelfstân of Alhstân?)
Vézins: Latijn vicus
Biard, van *bigardum: bigarde bigharde bigaerden: omheining
TB: Bigardis (Bigarden, Groot-Bijgaarden)
Thibault: van Theodbold Diedboud, Dieboud (volk-stoutmoedig)
Voor vicus: zie vic-toponiemen.



schermafbeelding-2012-10-24-om-17-29-03.large.jpg
(oude reclame voor de isignyproducten)
 
 
Jobourg (Jorborch 12de Jorborc 1180 Jorbourg 1218 Jorborc 1221 Jorburch 1239)
-Van het Oud-Engels 'eordhburg', wand of aarden wal ondersteund door een structuur van houten palen.
-Scandinavisch, van jorth 'aarde' et borg
N: ertha erde (aarde) en borg
Voor mij eerder:
N: gor gora gore gorre ior jor: goor (aangeslibd land, modder) en borg
TB: Gerbois (Goorbeke) Jurbise (Goorbeke)
TN: Goor (bij Markelo)
 
Jumièges (Gemeticum 837, Gemedicum en Gemedico bij de Merovingers)
Men is niet zeker over de oorsprong van het woord. Sommigen menen een afleiding te zien van het Latijn gemma (edelsteen) wat dan weer als onl bestond: gem gemme gimme ghimme. Anderen spreken over 'Gem'( Keltisch) zonder verdere uitleg.
Misschien heeft het te maken met de oppervlakte van Jumièges die gevangen zit in een grote meander, waarin ons woord 'gemet, gemeten mee te maken heeft'. Als toponiem bij ons bestond '-gemed -gemet -gemete'. In Nederland bestaat het 'Tiengemeten' eiland
Jumièges is natuurlijk vooral gekend vanwege zijn vermaarde abdij. Stichter was Filibert (Philibert) van Tournus, een zoon van een Frankische magistraat Filibaud. De vorm van de eerste, Karolingische kerk had gelijke trekken met veel kerken in Duitsland en met enkele kerken dichter bij ons: Maastricht, Nijvel en Sint-Rikiers: Allemaal kerken met een sterke westbouw (westwerk).
In 841 vernielde men de abdij waarbij de monniken vluchtten naar de streek van Kamerrijk: 'ad furore Normannorum libera nos Domine' (van de furie van de Normannen verlos ons Heer).
In de verdere geschiedenis spelen de Franken, de Vlamingen en de Normandiërs een duidelijke rol, samen of tegen elkaar. (zie Wikipedia)
Vandaag de dag is de abdij alleen als een mooie ruïne te bezoeken.
 
Kanaaleilanden
Zie hier.
 
La Bloutière (Bloteria 1189 Bloeteria fin 12e, Bloetaria 1200 Blooterria 1203)
Een -ière toponiem van het Gallo-Romeins '-aria', zoals Neustria-Neustrië, samen met de naam van de familie 'Blouet' . Ricardus Bloet 1084, gaf een donnatie aan de parochie van Briccavilla, vandaar Bricqueville-la-Blouette, en ene Ranulphus Bloët woonde in 1258 te Coutances.
N: bloot (blod, bloed, bloet, blood) naakt onbedekt arm...mnl. bloet (berooid)
V: Blootrijke (land zonder veel begroeiing)
TB: Het Blote (Diksmuide) Blote (Mater) Ten Bloten (Huizingen)
TF: Blootland (Frans-Vlaanderen)
Familienaam: Bloot Blote Blot Blootenburg Bloothoofd
Of:
N: Bloed (blod-, bloet, blood, blot, bluet, bluod, blut...): bloed, persoon, bloed als drager van eigenschappen, volk
TB: Bloedakker (Brielen)
Familienamen: Jonckbloedt Jongbloed Joncbloed Bloed Bloed(t)jes Bloet Bloedbergen Bloedhouwer
Familienaam in Normandië: Bloet Bloët Bluet
 
La Chaise-Baudouin    (Boscus Baldonii,  Boscus  Baldoini, Cathedra Balduini,  Casa Balduini 1735 Chèze-Baudoin)
Baldwin fitz Gilbert (+1090) ook Baldwin de Meulles/Moels.
Hij komt voor in het 'Domesday Book' als Baldwin the Sheriff, heer van Meules en Sap in Normandië, heer van Okehampton in Devon, waar hij sheriff was. 
Zie bij Mont-Saint-Michel
 
La Catheue
Sc: kati hugr (kat hoog)
N: kat hoge
Maar voor mij eerder: N: cote koot cate coten caten hut keet schuur huisje
Dat is dan een plaats waar de 'huisjes' samen op een hoogte staan.
T F: Catove (met -hove)
 
La Chapelle-Engerbold (capelle Engerbout 1271)
onl: Ingelbald
T B: Engerhof Engelbert
 
La-Chapelle-Enjurer (capella Engelorum de Bohun 1172)
Engelorum: van de engel, Engels of van de hoek (engel angel).
T B: Engel Ingelmunster
 
La Chapelle-Harenc (Capella Harenc 1350)
N: haring
Familienaam in Normandië: Harenc en in Vlaanderen: (Den) Haerinck...
 
La Crique  Criquetot-l'Esneval (Criketot 1195) Criquetot-le-Mauconduit (Kriquetot 12de eeuw) Criquebeuf-en-Caux (Cricheboum 1079) Yvecrique
Oud-Noors 'kirkja', Engels 'church' (> dial. Engels kirk )
N: Kerk (kerke) of kreek (kreke).
V: De kerke, De kreek, Kerkeboom (Kriekeboom?) Yvokerke, Yvokreek
T: Duinkerke, Middelkerke, Oostkerke, Kerkbrugge, Kerkebergen, Kerkepanne, Kerkeveld, Kerkgate, Kreke, Krekemolen
 
La Godefroy (ecclesia de la Godefree 1221 la Godefreire 1250 la Godefrei 1252 Godefrida 1253 la Godefrey 1311 Godefrida la Roque 1312 la Godefrey 1342)
-Uit het Germaanse 'Godefried' of de vrouwelijke variant 'Godefrida'. (God-vrede)


La Gohannière  (Gohonnerya 1369 Gohoneria 1371 la Gohanniere 1382 Gohonneria 1412 La Gohenniere 1612 la Gohenniere 1648)
Franse uitgang met de Germaanse vleinaaam 'Gohan' uit 'Godo' (God)

La Hague
N: Hage Haag De Hage
T: Den Haag, De Haag, Haag, Hagebos, Hageburg, hagebus, Hagedoorn, Hagedoren, Hageheide, Hageland, Hagenbroek, Haagdijk
 
Toponiemen in de buurt: Le Tingland
 
La Haute Londe
Sc: lundr (zie bij La Londe)
Woordvolgorde is Germaans: De Hoge Londe
T B: Sarlonde
 
La Haye
T Normandië: La Haye-Bellefond,  La Haye-d'Ectot,  La Haye-du-Puits,  La Haye-Pesnel
Uit een Germaanse/Frankische persoonsnaam: Helto, HildoUit het Frankisch *hagja
N: haga, hegi, haia, haghe, hage, hei...(haag)
Eenzelfde betekenis heeft het toponiem  La Hague
TB en TN: Den Haag, De Haag, Haag, Hagebos, Hageburg, Hagebus, Hagedoorn, Hagedoren, Hageheide, Hageland, Hagenbroek, Haagdijk...
TB: hagamuskart  (*Haagmussaard? mogelijk bij Eversam) merihaga (Meerhage)
TN: hagakirika (Heeg bij Wymbritseradiel) hegilō (Heille) kappanhagan (bij Doetinchem)
TF: langarahaga (Longuerecques bij Samer) widuhaga (bij Kassel)
 
 
La Hogue (Hoga 1062)
Sc: haugr
N: hoge
V: Het Hoge
 
La Lande (Landa 1027)
V: Het Land
T B: Land, Landa, Le Landa, Lande, Landeghem, Landen, Landeveld
 
La Lande-d'Airou  (Landa de Arou 1180 Landa Darou 1213 Landa d'Arou 1332 La Lande Dairou 1612)
Airou is de naam van de rivier die dwars door het dorp stroomt.
Lande, van het Gallische 'landa'
N: Lande (lando landa lant...) van land
 
La Londe(Lunda 1117 cf. Lund)
Oud-Noors: lundr (woud)
N: Lond, Londe (onbebouwde grond) Londa, Londerzeel
 
Lamberville (Manche) (Lambervilla 1159)
Lamber, de  Landbert Lamber, van 'Land-brecht' (schitterend land)
TB: Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Lambrechts-Herk
T Normandië: Lamberville (Seine-Maritime)
 
La Meauffe  (Melpha 1175 Melfa 1180 La Mealphe  1312 La Meauphe 1392  La Mauffe 1793)
Van de Germaanse naam Madelveus of Madelvus.
N: Madel-veus: rechtspraak-?

La Meurdraquière  (la Murdaquere la Murdaquiere 1280)
Van de Keltische naam 'Murdac' (verwant met de Ierse naam 'Muiredagh')
Familienamen in Normandië: Mudac 996 Robertus Meurdrac 12de
Gerelateerde familienamen met aantal: Murdac's (26)  Murdock (696) Murdoch (523) Moredock (57) Mordica (39) Mordick (37) Mardock (36) Murdick (19) Meurdach (4) Murdak (4) Murdach (2) (op http://www.wikitree.com/genealogy/MURDAC augustus 2014)
Mag men met die namen op 'genealogy' niet uitgaan van een Germaans toponiem?
N: moerdijk (moerdijc, mordic mordich, mordiic): veengrond en dijk
N: dach- in dachkenam dackenam (Dakham, Daknam bij Lokeren)
TB: volpers moerdijc (Volbrechts Moerdijk te Assenede-ambacht) Moerdijk en Moerdijkvaart (Eernegem-Moere)
TN: Moerdijk (mordic en mordich te Aksel) 
TF: marodīk (*Maardijk,  Mardijk bij Duinkerke)
Naam: pieter mordiic (Saaftinge in Oost-Vlaanderen)
 
La Ronde-Haye  (la Ronde Haie 1326)
N: de ronde haag
 
La Sienne (rivier) (Sena 1027 Siena 1056)
Is er verwantschap met de Seine en de Zenne ?
T B: Senne, Sennebec (Zonnebeke)
 
Le Bec-Hellouin ( Beccus Herlevini 1160)
Sc: bekkr
N: beek, Herle en win (vriend): Beek van Herlevriend
T B: Harelbeke (Harlebeka Herlebecca) Herleghem Herlaer Heerle (Herle) Herlenval
T N: Heerle Heerlen Haarlem (Harulahēm)
T F: Erlehem (Herlen bij Wissant)
-Bij Herlaer staat de 'herl' voor 'hagebeuk'
-Bij Herleghem staat de 'herle' voor de Frankische persoonsnaam Harilo
-Bij Heerle staat 'herle' voor 'kleine zandrug
-Bij Heerlen staat 'herle' voor 'leger'
-Bij Harelbeke staat 'harel' voor 'zandheuvel of vlasstengel'
Herlewin was de zoon van Ansgot, een Dani, en van Héloise, verwant met het huis van de graven van Vlaanderen. Hij stond bekend als een moedig strijder, maar was eerder ontevreden over de verdiensten die hij kreeg voor zijn vechtlust. In 1034 besluit ridder Herlewin, gewond in de strijd, om zich te wijden aan het monastieke leven. Ik denk dus dat 'legervriend' hier best past voor de naam Herlewin. Hij trekt zich terug als kluizenaar in Normandië en langs de beek, de Risle, zal uiteindelijk de abdij van Bec gebouwd worden.

 

Le Fouillebroc   stroom bij Mortemer (Abdij)
N: 'Vuil' (smerig) en 'broek' (moeras)
V: Vulebroek
T F: fūllaka (*Vuillaak Vulelake, bij Saint-Folquin) Vuilebeek (Sale Becque)
T B: Vuilenbos Vuilepan Vuilpan Vuilpanne Vuilvoordeke
T N: fūlkōp (*Vuilkoop Vuilkop, bij Houten)
 
Le Hague-Dick  (Haguedich 1232 Haguedic 1574 Haguedick 1689)
-Scandinavisch 'dic', Oud-Scandinavisch Diki: dijken, dijk in moerassen, of een combinatie van Scandinavische elementen 'Hagi' weide, omheining, hek 'en' Diki 'moerassen, sloten, dijken, met een variant 'dik', dam.
-Ijslands 'Diki', Noors en Zweeds dike, Deens dige
-uit het Oud-Engels 'haga', omheining voor vee, en de Anglo-Scandinavian 'dik', sloot.
N: hage haag: door hagen omheind deel van een bos, struikgewas, grensafscheiding van een stuk land
(haia, haga, haia, -haga, hage-, -hagen, -haghe, haghe-, -hega, hei-...)
TB: Hage (Wommelgem) Hage (Letterhoutem) Meerhage (merihaga *Meerhaag, bij Wortegem)
TN: haga (*Hage bij Breda) Heeg (hagakirika*Haagkerke bij Wymbritseradiel) swīthardashaga (*Swiethardshaag, onbekende plaats Noord-Holland)
TF: Longuerecques (langarahaga *Langerhage, bij Samer, Boulogne) widuhaga (*Wedehaag, onbekende plaats bij Kassel)
N: dijk: kunstmatig aangelegde waterkering, dam, sloot
(dīk, dic, dich, diic,-deike, -dica, -dich, -diche, -dick, dicke-, dics-, -dijc, -dik...)
TB: Dijk (dīk, plaats bij Diksmuide) Molendijk (molindīk, plaats bij Maarke-Kerken) Zuiddijk (sūthdīk, plaats bij Wulpen, Veurne)
TN: *Dijk (dīk, onbekende plaats op Walcheren) Aandijke (adandīk*Adendijk, plaats bij Zaamslag) Dwarsdijk (thwerdīk *Dwerdijk, bij Koten) Vogeldijk (fogaldīk bij Aksel) frankandīk (*Frankendijk, verdronken plaats bij Kloosterzande) Hengstdijk (hengistdīk, bij Vogelwaarde Zeeland) Langedijk (langadīk, onbekende plaats bij Oostburg) Zanddijk (santdīk, plaats bij Veere)
TF: aldadīk (*Oudedijk, onbekende plaats bij Saint-Omer) Hodicq (hōdīk,*Hodijk, plaats bij Brexent) Hodicq (hōdīk*Hodijk, plaats bij Beuvrequen) Krommedijk (krumbadīk, plaats bij Duinkerke) Langedic (langadīk, *Langedijk, plaats bij Moulle) Mardijk (marodīk *Maardijk, plaats bij Duinkerke)
V: Hagedijk Hagendijk
De schrijfwijze met 'gue' laat ook het volgende vermoeden:
N: haecke hake haak: zandplaat, de haecken of sanden scheidende de Zuiderzee van de Noordzee (INL)
Andere namen in het gebied: de eilanden Grune '(groenei: Groen eiland) in' Sydman '(zuid-man) Landmer (land-moeras), Landes (land) Jobourg (zie daar) (Jorborch, 12de eeuw)
 
Le Ham  (Hams 1023 Ham 12de Liham 1160 Han 1174 Lehan 1635 Ham 1612)
Men twijfelt tussen Saksisch (hēm) Frankisch (haim) Angelsaksisch (hām) of Anglo-Scandinavisch (hām) om te besluiten met ham: dorp
N: ham: -ham, ham-, hamma, ham, hamme (landtong in een overstromingsgebied, een meander) 
N: hem: -hem, heim, ghem, gem, haima, em, kem (woning, erf, heem, dorp)
Zie bij ham-toponiemen (topografie)
Le Ham bestond al in de Merovingische tijd.
 
 
Le Havre  (Havene, Haffen, Le Hable)
N: Have Haven Havere (naam voor Le Havre in een Vlaams frontlied 1918 componist Simons)
T B: Haven, Havenkerke
In Le Havre bestaat het toponiem 'le Haguedic' (of Hague-Dicke, Haguedic, Haue-dike: zie bij Le Hague-Dick) (een naam gegeven voor een grondophoping (vesting) die la Hague vroeger in twee verdeelde.) Voor mij komt dit niet uit het Angelnoors 'dik' maar uit het N 'Hagedijk' (West-Vlaamse 'dijk' is nog altijd een éénklank)
Ten noorden van Le Havre op de 'cap de la Hève' (kaap van de haven) houdt een vuurtoren de wacht. Een ander wijk van Le Havre heet Rouelles, wat in 1035 geschreven werd als 'Rodewella' (bron op gerooid land of rode bron). Een deelgemeente van Le Havre heet 'Aplemont', Appelberg (niet Asper-Mons, rotsachtige berg, want die rotsen zijn daar niet te zien). 
 
schermafbeelding-2012-10-27-om-14-54-31.large.jpg
(Le Havre, Janin↓)
 
Le Héron  (Hairun 1025 Hairon 12de )
Oud-Engels 'hæg' (*hæġ-lundr)
-lon komt soms voor als -ron.
N: haag hage en lund lond. Of hare (zandrug) haar (hoogte in de heide)
V: Haag Hage Hagelond
 
Le Hommet-d'Arthenay 
Arthenay,  
Artenacum, betekent 'domein van Artus'. Artus is Gallo-Romeins, gebaseerd op het Gallisch Artos (beer).
TB: Aartrijke (Arturiacum)
Le Hommet,
Scandinavisch voor holm, plaats door water omgeven.
N: holm, zie bij holm-toponiemen.
 
Le Mesnil-au-Val (mesnilo Auvar 12de)
N: domein van Alvard
Binnen de gemeente bestaan volgende Germaanse toponiemen: Barville (Baro-Barolf) Brucan (Brycgham,V: Brug-ham) Trottebec (Trodobeek)
 
Le Neufbourg
Germaanse woordvolgorde
N: burg (bourg)
TB en TN en TF: Zie topografie, bij bourg-toponiemen
T Normandië: Le Neubourg (Novus Burgus 1089)
 
Lengronne  (Lengrona 1025 Ingronia ou Lingronia)
Obscure oorsprong. Kan hetzelfde betekenen als bij 'Langrune', van het Gallische 'lingon', springen
N: ingroene (ingrone): hooggroen (benaming van verschillende planten)
 
Le Petit-Bec
Sc: bekkr
N: beek
Woordvolgorde is Germaans: De Kleine Beek.
T: Zie bij -bec.
 
Les Hogues  Saint-Vaast-la-Hougue  La Hougue-Bie (Jersey)
Oud-Noors: haugr (hill)
N: Hoge (hoghe hohe hoi hoe)
V: De Hoges, Sint-Vaast de Hoge, De Hoge-Bie
Veel toponiemen met 'Hoge' in België en Nederland.
T B: Hogeweg Hoogstraten, Hooglede, Hoogstade
T N: Hogebeintum, Hogebieren, Hogebroek, Hogebrug, Hogedijk, Hogendijk, Hogenweg
La Hougue-Bie op Jersey:
'Bie' komt uit 'de graaf van Hambye'.
T B: Hambye (Nassogne) Colbie
By/Bi bestaat in Wallonië ook als toponiem voor waterloop.
T N: Amby (één van de oudste dorpen van Nederland, nu stadswijk van Maastricht).
T F:Te vergelijken met Corbie aan de Somme?
De familienamen Bie, De Bie, Debye, Debije zijn officieel afkomstig van de naam van het insect.
 
Les Loges-Marchis  
Van het Oudfrans 'loge' (hut), uit het Germaans 'laubja'.
Marchis komt van  'marche' (grens grensstreek).
N: lōva love loove loge loige loeg, loets... , uit *laubja (loof, schuilhut met bladerdak)
N: marche, marce, uit het Germaanse 'marka' (grens, grensstreek)
T Normandië: Les Loges-sur-Brécey
 
L'Étang-Bertrand  (Stagnum Bertran 1303)
Bertrand: Uit een middeleeuwse Germaanse doopnaam: Bertran, Berhthramn (berht, schitterend en hramn, raaf).
De schrijfwijze 'Bertrand' is van later en is beïnvloed door andere namen als Durand of Amand.
 
Le Thuit  Bracquetuit   Vautuit (Wautuit 12de eeuw) Bliquetuit (Belinguetuith 1025)
Zie thuit-toponiemen.
Bracque-
N: brake, broke (braakliggend land)
Oud-Normandisch *brāke (varen) Germaans brakō- (varen)
Misschien verwant met onze plaatsnamen met 'Brakel'
Vau-
persoonsnaam Valr of Wal.
T F: Wal (vallei?) in:Nord(w)al, Le Wal d'Aquin, Le Wal de Lumbres (alles bij Sint-Omaars)
Blique-
Angelsaksische naam Baeling, cf. GB Badlingham (Belincgesham 1080)
N: balijn (14e eeuw), balin (vleivorm van een bald-naam)
 
Le Tohague (l'Estohague 1456) Étauhague (Estohague 1262)
Komt van 'stodhaga' met stod 'stud' (cf. GB Stodday, Stodhae 1200)
Het N heeft 'stuyder' ( stoeder studer ) met als waarschijnlijke betekenis 'dekhengst'.
Maar misschien heeft 'stut' (ondersteuning) hier de betekenis van een haag die steun moest geven aan een deel van het landschap, bv. tegen de erosie van de aarde na een bui.
T B: Stud (Andenne)
 
Le Tréport
Zie voor meer uitleg bij 'Rollo'.
 
Le Valdécie 
Uit 'de vallei van de 'Scye Seye': (rivier)
N: zege: boogvormig, krom, natuurlijke buiging (gedeeltelijk aangelegde waterloop)
N: zijgen (sighen): aflopen, neerdalen, hellen
Vallei van de kromme, deels aangelegde rivier
 
Le Val Landal (Lenguedale) Les Longues Dalles
Sc: langr dalr
N: vallei lang dal
V: de Langedal Vallei, De Lange Dalen
T B: Langendale (Heverlee) Langdorp Langemark Lansklaar (Langlaer 1381)
 
Le Vast  (de Wasto, Wastum 1180, de Gasto 1280)
Van het Gallo-Romeinse *wastu (woest onbebouwd land) uit het Latijn 'vastus', gekruist met het Germaanse wōst- (woest onbebouwd land)
N: wast woest....
Zie -wast toponiemen bij topografie.
T Normandië: Vasteville
 
Le Vicq  Sanvic (Sanwic 1035 wellicht van *Sandwic) Houlvy  Cap-Lévi (Kapelwic twaalfde eeuw) Vasouy (Wasewic, Wasuic 1035) Brévy
Le Vicq  wic Wijk
Sanvic (Sanwic 1035  *Sandwic)  sand-wic  Zandwijk
Houlvy  hol-wic  Holwijk
Cap-Lévi kapel-wic Kapelwijk
Vasouy  wase-wic (wase is onl voor modder, slib)  Wasewijk
Brévy  bree-wic (bree=breed)  Noors 'breidr'(baai strand)  Breewijk Bredewijk
N: wijk wik wic vic
T F: Craywick (*Kraaienwijk) Salperwick
T: Zandwijk (santwīk) Wijk (Wik) Oosterwijk, Noorderwijk, Molenwijk...
Het beroemdste 'Vicq' ligt in de buurt van Parijs (Yvelines) waar men tot 5000 Merovingische graven teruggevonden heeft.
Doornik heeft op haar grondgebied ook een 'nieuwe wijk' (Novus vicus), een toponiem die zeker vanaf de 12de eeuw aanwijsbaar is (notrebelgique↓)
 
Le Vrétot (Ovretot 1051 Ulvetot )
Van het Scandinavische topt (huis hof)
N: wolf wulf wolve wulve + hof (zie -tot toponiemen)
Wolventehoft: wolvenhof
Of:
N: over overe : stroomopwaarts
N: over uuer uver overen (hier ook: hoger gelegen gedeelte): oever
 
Liesville (Levilla 1135)
Misschien van de Germaanse naam 'Leuzo'
N: litha (leda, le-, lethe, lethis...) lede: helling
TB: Leebeke, Hooglede, Wannegem-Lede, Lubbeek (Ledebeke) Ledeberg, Liedekerke, Moorslede, Smetlede
TN: Lhee, Leden
Villa op de helling
 
Lilletot (Licteltot 1055)
Scandinavisch: littil (klein) en topt
N: luttel lettel (klein weinig) Roeselaars: Beid een letje. (wacht een beetje)
TB: Lettelingen (Petit-Enghien, Lettel Adengem, Lettelingen, Lettelingen, Littelinge Lettelinghem) Letterhoutem (Lettelhouthem)
TN: Letterbert, Lettele, Luttel Meijel, Luttelgeest
T Normandië: Lillebec (riviertje: Littelbeek)
Nederlandse familienaam: Littel
 
Lindeboeuf (Lindeboue 1110 Lindebeod 1142)
Noors: lindi en both
N: linde en boet (zie -beuf toponiemen)
T N: onl: *lindon (*Linden prov. Utrecht) lindafelt (*Lindeveld Lintvelde) *lindithi (*Lindet Lent) lindalō (*Lindelo Lintelo) lindaskōta (*Lindeschote Linschoten)
T B: onl: lindaberg (*Lindeberg Lemberge) lindaburg (*Lindeburg Limbourg) Lindalō (*Lindelo (Lillois-Witterzé) lindalō (*Lindelo Lillo) lindaseli (*Lindezaal Leisele)
T F: onl: lindaseli (*Lindezaal Linzeux) lindaseli (*Lindezaal Linselles) *lindon (*Linden Linde)
T Normandië: Lintot
 
Lingeard  (Lengehart 1369 Laingehart 1401)
Germaanse naam 'Lino, Linto' en Oudfrans 'jard' (jardin: tuin)
N: lenge-hart: lang-hart
N: leeuwen-hart, Leeuw-hard, geëvolueerd naar Léonardof leeuwen-hart: Denk aan Richard Leeuwenhart.Of is er hier verwarring met Leonhard](lien-hard: genadig en sterk) 
N: Engelhard:  angil-hard: hard als de angil (wapen) van de Angels (Germaanse volksstam)
Familienamen: Langehart Langhard Léonard 
N: Linge lenge lengte langde: lange smalle strook aarde of water
 
Lingreville  ( Legrinvilla 1056 Lingrevilla 1146)
Van een Germaanse naam zoals Lager (*Lagari) Leutgrimus of Leogrimr (Angelsaksisch). 
Naast die mogelijke oplossingen kan het misschien ook komen van het Nederlandse woord 'legeren', daar waar men zijn verblijf opslaat, waar men vertoeft.
Legerenvilla, het domein waar men zijn woonst van heeft gemaakt.
Legerenvilla, domein waar het leger verblijft.
 
Lisieux
In de Romeinse tijd heette Lisieux 'Noviomagus Lexoviorum' (leden van de Lexovii-stam)
Groult↓: Noormannen, Saksen en Denen wachtten niet op de val van het Romeinse Rijk om al in 368 op het grondgebied van het latere Lisieux te verschijnen. Ze kwamen in kleine groepen op kleine boten en zaaiden op hun pad terreur, moord en brand. De laatste en meest verschrikkelijke invasie was van de Denen in 945, die vanaf Croissanville de regio plunderden.
Dat was dan Rollo die de stad vernielde in de 10de eeuw.
Een necropool uit de 4de eeuw bewijst de aanwezigheid van Germaanse stammen met vrouwen en kinderen; men houdt het op Laten uit het Romeinse leger. De manier van begraven en de artefacten duiden op een verwantschap met Germanen uit meer noordelijker streken.
 
 
Basiliek van Lisieux (foto Annie Van Rijckeghem Wakken)
 
Lithaire  (Lutehara 1115 Luithehare 12de  Luitteharia 1168 Lutehare 1175 Lithehara 1210 Litahare 1280 Luitechaire 1409)
Van een Germaanse naam 'Liutharius'
N: Lutehara, van lute-hara
N: lute (liut luten, luide, lui, lude, lide...: lieden, mensen, volk
N: hara (har hare hari...): begroeide zandheuvel, stenige heuvel, hoogte
TB: Haran (Haren) Haranbeki (Harebeke) Fersnahara (Varsenare) Orthara (Oorderen) Wettihara (Wetteren)
TN: Hara (Hiern) Hara (haar, bij Denekamp) Haran (Haren)Haran (Bergharen) Haraburg (bij Bunde) Haralo (Haarlo) Aldehara (Oldehare) Linharan (Linder) Manhara (Mander) Steenhara (Steenderen) Walkharan (Walcheren) Wulfhara (Wolferen)
Lithaire: het volk dat op een begroeide of stenige zandheuvel woont.
 
Lolif  (Olivum?)
Lolif zou een verschrijving zijn van 'l'olivier', de olijfboom, maar de meeste historici volgen die denkpiste niet, omdat er nooit olijfbomen groeiden in Normandië.  Zij houden het bij een Scandinavische naam 'Olaf' (Olive, Olivier)
Olivier kan nog staan voor de Germaanse held 'olivier' uit het Roelandslied, boezemvriend van Roeland.
TB: die oliviers linen, de Oliviers Lijnen, stuk land te Houtave 
N: Olivier, alfheer: alf (elf) en heer (leger/heer) (Wikipedia bij 'Olivier')
 
Lozon (rivier)
Lozon: van  het Oudnederlandse werkwoord 'lōson' (lozen, spuien)lōsa, lēsa (loze): waterlozing, afwatering
TB: rothalōsa (*Rodeloos,  onbekende plaats in Limburg)
TN: lōsdūn(o), lōsadūn(o) (*Loosduin,  Loosduinen) kinalōson   (*Keenlozen bij Medemblik) westarkinalōson (*Westerkeenlozen bij Medemblik) kinalōsawerigimerki (*Keenlozergemark bij Medemblik)
T Normandië: Saint-Louet-sur-Lozon  Saint-Ébremond-sur-Lozon
 
Magneville  Misschien verwant met Maniquervilla (Mannequinvilla 13de ) van 'manneke'
Mannevilla (Manonis villa 1023 Magneville 1063) Manneville la Goupil
Kan dat komen van 'mannevilla' (mannendomein)?
Beek: le Houlbec: de holle beek
 
Manneville (Barnevilla 1116)
Noors: barni (kind) en villa
N: barn (platgebrand, voor ontginning geschikt gemaakt stuk land) en villa
T B: barnafelt (Barneveld) Ten Barne
T N: Barneveld
T F: barnaweri ( Barnewere bij Bourbourg)
Familienaam: Barnevelt Van Barneveld, van Oldenbarnevelt
 
Margueray  (Margerei 12de, Margueré 1280)Van de Gallische naam 'Margaros' of de Romaanse naam 'Margarius' of van een Germaanse naam 'Marcarius' en -iacum.N: Van de Germaanse naam 'Marger': mar-ger: vermaarde speer 

Martinvast  (Martin Wasto 1150 Martinwast 1172)
Van de Latijnse naam 'Martinus'Vast, van het Latijnse 'Vastus' (onvruchtbaar),  verwant met het Engelse: waste
Geëvolueerd in het Frans naar: va(s)tine gâtine
N: wasto wastine woest woestijn wastijn (slecht land, woeste of onvruchtbare gronden)
T: Woesten Woestenhof, Woestijn, Woestijne
Familienamen: Wostijn, Ostyn, Van de Wostijne, Van de Woestijne
T Normandië: Beroldwast (1000) Sottevast (Sotewast 1000) Tollevast (Toler wast 1000) Brillevast (Bresillewast 1100-1150) Le Vast, Hardinvast, Le Gast, Saint-Denis-le-Gast, Saint-Aubin-de-Terregatte, Saint-Laurent-de-Terregatte.
 
Mobecq
Van het Scandinavische 'möl' (grint) en  'bekkr' (beek)
N: Mul (stof, zand) en beek

Montanel (Osmont Asnel 11de, Omont Anel 12de, Au mont Anel? Mont Anel?)
N: Osmont, van Ansmond (god-beschermer)
Asnel?

Montbray
Bray,  van het Volkslatijn en Gallisch 'bracus' (vallei, vochtige streek) 
Mont, van het Latijn 'mollis' (zacht)
N: bray, van broec (moeras)
N: mont, van mom (verborgen) of mond: monding van een beek in het moeras.
Montchaton  (Montem Catonem 1080 Montcatum1162 Montem Chaton 1186 Montchaton1222)
Na de Romeinse tijd: Merovingisch fort.

Montebourg  (Montisburgi 1042 Monteburgo 1209)
Du vieux normand burc, borc ( bourg, issu du vieil anglais Engels: borough, -bury)
T Normandië: Cabourg (Cadburgum 11de) Wambourg (Wamburgum 1025 Weneborch 1147) Cherbourg (Chiersburg 1070 Chieresborc 1297)
N: -burg: burg borg burgh borc... (soms ook 'berg': In West-Vlaanderen bestaat een 'Monteberg')

Montfarville  (Morfarvilla 1210  1260 1280 Monfarville  1760 Montfarville 1792)
Van de Germaanse naam 'Faro' of Morfridus of de Scandinavische naam 'Morfar'.
N: mōr mor moor: donkerbruin paard
N: var, voer far, fór (voorgaand’, van het Oudgermaans *far-, *fōr- (gaan) 
Morfar: domein waar het donkerbruin paard afkomstig van is. (paardenfokkerij met een beroemd fokpaard)

Montgardon  (de Monte Gardun 1155, Moncardon 1203, de Montegardonis 1280, de Monte Gardon 1280)
Van het Latijn (mont, berg) met het Germaans (Wardo(n).
N: ward:  hoeder
Montgardon: berg-behoeder: behoeder van de berg
Namen: Dankward, Markward, Segeward

Monthuchon  (Monshuchon, Monshuecon, Mons Hugonis)
N: Hugonis: van de Germaanse naam Hugo, Hoge, Heuge, Hugh (verstand, ge'heug'en)
Berg van Hugo

Montrabot  (Monte Rambost 1350, Monraimbout 1434)
Van het Latijn 'mons/montem' (mont, berg) en een Germaansz naam Raimbotdus, Ratbodus of Ratbold.
N: Rambost, van Radbald, Radboud: raad-moedig: moedige raadgever

Mont Saint-Michel (Montem Sancti Michaelis 966 Sancto Michaeli de Monte 1005...)
Zie het aparte artikel bij 'gevarieerde verhalen'.
 
 
(foto Moniek Gits)
Moon-sur Elle
Gallisch: magodunum of mogodunum: veld, agglomeratie of markt (magos) + hoogte (dunon)
Voor zo'n plaatsje is die 'magos' wat te hoog gegrepen.
N: moene, mone, moyne, meun (zoetwatervis: barbeel of baardvis) Misschien een bekende visplaats.
N: moon, mone, moene, moenen (duivel) In de buurt: La croix du Moon (christianisatie?)
N: māno maan (Oudengels moon, Saksisch māno, Fries moanne moune, Oudfries: mōna)Gerechtsplaats op maandag?
TB: mānodag (Maandag,  onbekende plaats bij Sint-Truiden. Waarschijnlijk een rechtsdag die op een maandag viel)
N: moon, vleivorm van Modon (Franse Wikipedia) Dan kan dat komen van meun-don, meun-donker: duistere gedachten. Dat lijkt mij niet evident.

Morsalines  (Morsalin 1040 1066, de Morsalinis 1159  1181, Morsalines 1280)
-Germaans antroponiem 'maur', en Latijns 'salinum' (salin/ zout) 
-Germaans 'sala' (zaal ) met het suffix -inum.
N: mor-zaal/zalen: huizen in het moeras
N: salin saline: vleivorm van salman  (INL)
Familienaam: Salman (Saalmann Zaleman)

Mortain   (Moretoin 1022 Mauritonio 1055 comes Moretania 1049 Moreton 1063 Mauritonii 1060 Moritonium 1082 Moritolium 1204 Moretuin 1241)
-Van Mauritanus, door de aanwezigheid van Moren in het Romeinse leger
De oudste attestatie gaat hiervoor volgens mij niet ver genoeg terug.
-Van de Germaanse persoonsnaam Martwin
N: more: more moer: modder of veengrond 
N: moert: moer +verzamelsuffix -t: veengronden
N: oin: win: arbeider, landbouwer
Moretoin-Moertwin: veenarbeider, of plaats waar veenarbeiders (turfstekers) woonden.
Zie ook de 'De kiismeel van Mortain' bij gevarieerde verhalen, twee kistjes.

Morville  (Morevilla 1100)
Van het Germaanse Morerus + a + villa
N: More-villa: villa in het veen of de modder

La Mouche  (Musca 1129 La mousche 1360)
Van de 'langue d'Oil: muce, muche (schuilplaats) of  mouche (vlieg)
Latijn musca (vlieg)
Latijn muscio' (mus) vergermaanst (Oudnederlands) tot musca mussche (mus)

Moulines   (Molines 1181)
Van 'mouline' , gemakkelijk te bewerken aarde na het vriezen.
N: mul mol:  stof, zand, losse droge grond
T Normandie: Moulines (Molines 1114)

Moyon   (Moion 1027)
Van het Latijn 'Modius' met het suffix -onem
Van het Gallisch 'dunon', agglomeratie op een hoogte.
N: moyen moeyen: vermoeid makende plaats, vervelende plaats.

Mulambec (plaats en naam van een beek die in de zee uitmondt)
De Mulambec stroomt door de gemeente.
Sc: Muli (persoonsnaam) + bekkr
N: mulen (molen) of mul (vis: barbeel) of mul (zand) + beek
-Voor 'mul mulle' (vis) pleit dat de beek in de zee vloeit.
-Voor 'molen' pleit dat parallel met de beek een weg loopt die 'Route du Moulin' heet.
-'Muelin mulin' bestaat bij ons als toponiem voor een watermolen.
V: Molenbeek Mullebeek
T B: Mulenbroek Molenbeek Meulebeke Ter Muelen (Lubbeek) MuelenbekeFamilienamen: Van der Muelen, Van der Meulen, van muelinackre (Van Molenakker), van muelinbeke (Van Molenbeke)

Muneville-le-Bingard   (de Munevilla 1146)
Van de Germaanse naam Munus +villa
Ik denk dat 'Munus' eerder een Latijnse naam is voor 'gift'
Mune bestaat als Duitse familienaam.

Muneville-sur-Mer  (Mulevilla 1056 Mulleville 1349)
Van de Noorse persoonsnaam 'muli'
N: molen of mul (stof zand) 
N: mule muul muil. Toenaam.
-mule (muil, pantoffel) beroepsnaam voor een pantoffelmaker 
-mule (muil, bek) een benaming voor iemand die een grote mond opzet of voor een roddelaar. (INL)
N: Kan van 'mule', muildier, muilezel komen (uit het Latijn mulus)
Ik verkies mulle/mul: zand, omdat het dorp in de buurt van de zee ligt.
   
 
Kasteel van Naqueville (bewerkt uit Wikipedia)
Nacqueville   (Nakevilla Nachevilla 1148)
Noors: persoonsnaam Hnakki (iemand met een lange of dikke nek)
Verwant toponiem: Necqueville (gehucht van Hautot-Saint-Sulpice)
N: nek nekke
V: villa van Nekke
T F: Blecquenecques (Marquise)
 
Négreville   (Esnegervilla 1185 Esnigiervilla 1198 Esnegrevilla 1210 Esnerguevilla 1285 Esneigreville 1286)
Van de Noorse naam *Snægeirr, uit het Oudnoors Snær (sneeuw) en  geirr (speer)
N: Samenstelling van 'snel' en 'ger', vlugge speer + villa
Dat 'sne' kan dezelfde betekenis hebben als in 'snimes'. Iets wat 'snee' heeft,  betekent nu nog dat het goed geslepen is. 'Sneger' (snede-speer) kan dan betekenen 'goed geslepen speer(punt), hier dan veralgemeend tot plaats waar men speerpunten slijpt.
Andere mogelijkheid:
Samenstelling van het Saksische 'esne' met 'ger' + villa: het huis van de dienaar met de speer
Stapleton stelt dat 'Baldwin Wac' hoofd was van een leen te Négreville in de Cotentin. Wellicht de stamvader van het geslacht 'Wac - Wake' een Saksisch-Dietse naam die met de naam Baldwin een verwantschap toont met het Vlaamse huis. De naam betekent 'hij die de wacht houdt'.
en

Néhou   (Neahou, Nigellihulmus 12de eeuw, Nigelli Humo 1159 - 1181, Neauhou 1175  Neahou, Nealhou 1212)
Sc: Njáll en Angelsaksisch hōh, hō (hoogte) of Oudnoors holmr (eiland)
Hier zijn verschillende mogelijkheden om iets meer te weten te komen over de oorsprong van het dorp.
Meegaand met de conventionele uitleg:
N: Néel (Dani-naam van eerste eigenaar): Niel (verlatijnst tot Nigel)
N: hoogte of holm (eiland)
V: Niels eiland
Volgende zaken zijn ook mogelijk:
N: nihwulia, *niwialhô: laagte
Komt in volgende vormen voor: niel, nieles, nieol, nile, niuuelen, nivelen , niwele, niwelon, -nel, -niel (INL)
Middeleeuwse 'niel' betekent 'voorover geworpen in de diepte'.
Van het Germaans 'nihwulia of niwaialho' (voorover, naar omlaag).
V: Laag gelegen woning of plaats
N: hol, hout 
V: Niels Hol (schuilplaats) of Niels Hout (bos) 
Wanneer Niel de grond kreeg van Richard was de streek nog onbewerkt (onvruchtbaar) en vol met bossen.
TB: Niel (veel toponiemen, o.a. bij Sint-Truiden) Niela, Niele 
TB: Hol
TN: niuwalI (*Nieuwal, Maasniel) Nieuwaal 
TF: Niuwal (Saint-Omer) niuwiniuwal (*Nieuwenieuwal bij Calais)
 
Néville  (Nevilla 1032)
Van het Noors Nial (zie Néhou)
N: Niel (verlatijnst tot Nigel)
T Normandië: Néville-sur-Mer (Nigelli Hulmus)

Nouainville   (Noienvilla 1236 Noenvilla 1280)
Van de Germaanse naam Notherus + villa
Patroniem verbogen met -en, afgeleid van de voornaam Noije of Nuij, ontstaan uit Arnold
V: Arnold + villa
Familienamen: Noien Nouyn Nooij Nooijen Nooijens Noijen Nooy Nooyens Noyen (o.a. Nederlandse familienamenbank)
 
Octeville
Het domein van de scandinavische Otti.
Germaanse persoonsnaam Otto + villa
Latijns Octo (acht) + villa
Cherbourg-Octeville (Manche) (Othevilla 1063 Otteville 12de)
Octeville-l'Avenel (Manche) (Othevilla 1240)
Octeville-sur-Mer (Seine-Maritime) (Octovilla Octavilla 1035 Othevila Otevilla 12de)
N: ōthi, ode (o- ob- od- oden- oede-) woest, onbebouwd, verlaten
V Octeville: verlaten villa of villa in onbebouwde, woeste grond
Of:
N: Otto Otte Othi (Ode) ot od (rijkdom, erfdeel)
V: geërfd domein
Gevonden namen bij ons: Otward, Otwin
TB: ōthibeki (*Odebeke, Obaix) ōthifelt (*Odeveld bij Ninove) ōthilō (*Odelo, Olen)
TN: ōthibergon? (*Odebergen?,  Obergum) ōthinhof (*Odenhof, onbekende plaats)
TF: ōthibeki (*Odebeke,  Obies)


Omonville  
Omonville (Seine Mar.) (Osmundivillam 1155)
Omonville (Tremblay, Seine Mar.) (Osmundivilla 1185)
Omonville (Manche) (Osmunvilla 1185 Osmundi villa 1197)
Van de Noorse naam Asmundr Osmundr + villa
N: Osmond Osmund
-os, van 'ans', God (Osman Osmar...)
-mond mund: hand, bescherming (Hermond Warmond...)

Orbec
Door de gemeente stroomt nog 'L' Orbiquet', het Orebeekje
Noors: bekkr en 'or' niet duidelijk
N: hore (slijk vuil drek) West-Vlaams: ore
N: beek
TB: Ore, Horebeke, op zijn West-Vlaams: Orebeke, Orbais (Waals-Brabant, waar de 'Orbais' ontspringt)
TF: Orbais-l'Abbaye (Marne) Orbey (Alsace) Urbach (Moselle) Hurbache (Vogezen)

Orglandes (Oglanda 9de Oglandra)
Orgl ?
andes: Prelatijnse stam: anda 'aan het water'
N: hoog land (landa landrie...)
-ogland (Hoogland)
Familienaam: Ogland.
Verwant met hōgalant, *Hoogland,  Hogelande bij Middelburg Nederland) Misschien omdat het iets hoger lag dan de moerassen er rond?
Andere mogelijkheid:
-gorsland: aangeslibd land (TN: Gorsland)
-goreland: modderig land (TB: Goorbosc, Goerbosch)
 
Oudalle (Hulvedala 1025)
Sc: ulfr (wolf) dalr
N: wolf (ulf wulf vulf) en dal
V: Wolvedal Wolvedale
T: Wolvenberg, Wolvenhoek, Wolvenbos, Udale
Familienamen: Dewolf  Dewulf  Denolf  Nolf...
 
Ouistreham (Oistreham 1086)
onl (Oudsaksisch): wester en ham.
Étréham (Oesterham 1350) komt ook van wester en ham
Te Étréham vond men een Merovingisch necropool met 4 000 graven uit de 6de eeuw, met daarin sarcofagen, glaswerk, parels, riemgespen en epileertangetjes voor mannenbaarden.
TB: Westouter Westende Westerlo Westkerke Westrem Westkapelle
TN: Westkapelle Westdorpe Westbroek Westhim Westkerke
TF: Westkappel
Het wapenschild van Ouistreham lijkt een perfecte samenvatting van het boek: Engeland, Normandië, Vlaanderen met nog een snek er bovenop!
Zo wordt het schild in wikipedia omschreven: Tiercé d'Angleterre, de Normandie et de Flandre, le lion de Flandre chargé en pal d'une crosse d'or, au chef d'azur chargé d'une coquille d'argent, d'une nef et d'une étoile à six branches de même. 
 
(Wikipedia: wapen van Ouistreham, Grieg)
 

Ouville   
Noorse naam Ulfr (wolf)
N: wolf (ulf wulf)
Normandische familienaam: Ouf
TB: wulfaskirika (*Wolfskerk,  Wolfskerke) wulfskōta (Wolfschoot)
TN: wulfdalan (*Wolfdalen) wulfhara wulfharon (*Wolfhaar, *Wolfharen, Wolferen) wulfashil Wolfshil, Zeeland)
TF: wulfhūs (*Wolfhuis bij Saint-Omer)


Ozeville  (Osouville 1170 de osovilla 1187 Osouvilla 1280)
Van de Noorse naam  Asulfr/Osulfr: God-wolf + villa
N: ase (God) en wolf + villa
T Normandië: Auzebosc, Anxtot
Familienamen in Normandië: Ozou Ozouf Auzou Auzouf
 
Pontaubault
Van het Latijn 'pons' (brug) en de Germaanse naam Ali-bald
aubault:
N: Albald Alboud: helemaal moedig

Querqueville  (Kerkevilla 12de Kirchevilla 12de Kerchevilla 1200 Kierkevilla 1250)
Noors: kirkja
N: kerke (karke, keerke, kerca, kercke, kirke)
TB: Kerkestede, Kerkeveld, Adinkerke, Bovekerke, Doomkerke , Kaaskerke, Klemskerke, Koolkerke, Kruiskerke, Liedekerke, Mariakerke, Mariekerke, Meetkerke, Middelkerke, Moerkerke, Nieuwerkerken, Nieuwkerke, Nukerke, Oostduinkerke, Oostkerke,  Oostnieuwkerke, Snaaskerke, Steenkerke, Stuivekenskerke, Uitkerke, Westkerke, Wilskerke, Zuienkerke, Steenkerque
TN: Kerkrade, kerkebricghe (Kerkebrugge Dordrecht)  Kerkenveld, Kerksken, Aagtekerke, Biggekerke, Boudewijnskerke, Grijpskerke, Hoedekenskerke, Kleverskerke, Koudekerke, Mariekerke, Meliskerke, Nieuwerkerke, 's-Heer Abtskerke, 's-Heer Arendskerke, Serooskerke , Serooskerke, Sinoutskerke, Sint Janskerke, Westkerke, Wissekerke, Wissenkerke.
TF: Duinkerke (Dunkerque) Broekkerke, Koudekerke, Haverskerke,  Houtkerke, Niepkerke (Nieppe) Nortkerque, Offekerque, Sainte-Marie-Kerque,  Zutkerque


Quettehou  (Chetellehou 1042 Chetehol 1080 Chetehoil 1080 Chetehulmum 1066 Ketelhou 1214 Kethehou 1214 Keitehul)
Sc: Ketill (ketel) hólmr (eiland)
Anglo-saxon hōh, hō (hoog)
Quette:
N: ketel, naar de ketelvorm van het landschap?
TB: De Ketel (stuk land bij Neerrepen, Tongeren)
TN: Ketel (ten noorden van Vlaardingen) Ketelambacht (Rotterdam)
T Normandië: Quettreville-sur-Sienne (Chetelvilla 1124 Ketelvilla 1180 Ketrevilla 1205) Quetteville (Ketelvilla 1203) Quietiéville (Ketevilla 1150)
hou:
N: hil, hul: heuvel
TB: Hille (Assebroek) Hil (Tongerlo) Hil (Klemskerke) Groedehullen (Gent) Kolaardshil (Hoogstade) Kortenhulle (Gent)
TN: Wolfshil (Sint-Kruis) Hulle (Gent bij Gelderland)
TF: Hille (Arques) Hil (Winnezeele)Wadhil (Thérouanne)
N: hō, ho, hōg, hoog
T B: Hogeweg, Hoogeheide
T N: Hoogland, Hogebeintum, Hogebieren, Hogebroek, Hogebrug, Hogedijk, Hogendijk, Hogenweg
T Normandië: Les Hogues  La Hougue (St-Vaast) Hougue-bie (eiland) Houguemare   Orglande (Oglande) château d'Olonde
N: ho van hove (hof)
TN: folonho (*Veulenho,Vollenhove bij Steenwijk)
N:  hole, hul, hola, hol (schuilplaats grot...)
TB:  mūshol (*Muishol,  Muishole bij Deftinge)
TN: Hole (bij Aksel)
TF: bruokshol (*Broekshol,  Brouxolles te Boisdinghem) fushol (*Voshol,  Fouquesolles te Audrehem)

Quettetot   (Ketetot 1200)
Van het Scandinavische 'topt' (huis, boerderij)
N: -tot toponiemen, zie topografie
N: kete keet (schuur) of ketel
Ketetot: Kete t'hof (schuur bij het hof)
Keteltot: Ketelhof
T Normandië: Quettreville-sur-Sienne (Chetelvilla 1124 Ketelvilla 1180 Ketrevilla 1205) Quetteville (Ketelvilla 1203) Quietiéville (Ketevilla 1150)

Quibou  (Quiebouc 1056)
Van 'chie le bouc' (schijt de bok, plaats waar de bok zijn behoeften doet)
Van het Angelsaksisch 'ceap' (koop, markt, vee) et holt (heuvel).
N: bouc boucke boc boeke: beuk 
TF: Quiestède (vroeger: Kierestede) Stad waar men keerde (een andere richting insloeg, of tot waar men ging als eindbestemming).
Vandaar: Quiebouc: Kierebeuk: Beuk waar men van richting veranderde, of beuk tot waar men kwam (om markt te houden?).
 
  
Rampan (Rampoham) 
Het dorp toont nog maar eens zijn Frankische oorsprong.
N: Rampe: Germaanse naam
Rampoham: Het dorp van Rampe.
Een gehucht in het dorp heet ook 'Ecalhan',  dat van 'Skalham' komt.
N: skala scale escale... schaal
Skalham: schaalham.
Dorp dat in een schaalvormig landschap ligt? Of dorp met een publieke weegschaal?
 
Rauville-la-Bigot  (Rodulfi villa 1000 Radulfivilla 1042 Radulphivilla  1332) 
Van een Germaans antroponiem Radulf of Radulfus + villa 
Bigot was de naam van een belangrijke familie in Engeland en Normandië. Een zekere 'Roger Bigot' vergezelde wellicht Willem de Veroveraar. 
N: Rodulf: hróth-wulf: roemrijke wolf (krijger)
N: Bigot: bij God
In 1789 heette één van de 4 lenen 'le fief de Flamanville', van M. de Bruc.
T Normandië: Rauville-la-Place (Radulfi villa 1080)

Ravenoville  (Ravenovilla 1164 Ravenouvilla 1280)
Van het Germaanse 'Hraban, Hrabanus' + villa
N: hravan raven 
Namen: Raven, Raverik, Ramburg,  Ravengrim, Walraven, Wouderaven
TB: rave weins stuc - raue weins stic (Raven Weins Stuk te Oostkamp) Ravenscoet (Raverschoot, Eeklo)
TN: Ravensbergh (Holland) Ravenstein, Ravenswoud, Ravenswaaij

Regnéville-sur-Mer  (Reniervilla 1280 Regnerii Villa 1320)
Germaanse naam Raginarius + villa
N: Renier, Reinier: uit 'regin' (raad) en 'her' (heer of leger)

Reigneville-Bocage (Runevilla 1105 Runeville 1311 Rinieville 1444 Reneville 14732)
Noorse naam Runi + villa
N: rune (geheim overleg)
T Normandië: Runetot   Runeval
 
 
Rots
Uit het Germaanse 'raus' (Oud-Frans 'ros'): riet
Germaans rausa en Nl riet
TB: Roeselare, Roeselaar, Roiseux, Roosbeek, Roosbroek, Roost, Roostwijk, Rosel
TF: Rosel, Le Rozel, Rosay, Roselflos, Roly (Roslier, Rolliers), Roserias
 
Rouen (Ratomagos Rotomagos Rodomo Rodom Rothom Roüan)
Bij ons vindt men vaak het toponiem Rode, Rhode, Rooi, Rooie, Roede Rade (van rotha): gerooide" grond, open plek.
Op een gewone wegenkaart van Brabant vindt men al 24 'roden' (Oostbrabant).
Het Duitse Radheim heeft volgende historische varianten: Rôdem Roden Rode Roeden Raden Rodau Rodeheim Rodheym.
Robec: waterloop in Rouen, rodebeek (Rodobech 1020 Rodhebec 1025)  Rode Beek, Roode Beek zijn courant voorkomende namen voor een waterloop (roodgekleurde beek of beek door een rode).
Gicquel () schrijft bij zijn uitleg over de naam 'Roland' dat 'Rotomagus' ('Latijns' voor Rouen) dezelfde wortels heeft. Voor hem betekent Roland 'pays de gloire' (gloire van hruod-groot) en betekent Rotomagus ook 'pays de gloire' (ook van hruod).
Victrice (330-407): werd geboren in de streek van de Morinen. Hij was eerst een Romeins legioensoldaat voor hij zich bekeerde tot de christelijke godsdienst. Hij sloot vriendschap met Sint-Maarten en zijn missioneringstochten brachten hem naar Brugge, Kortrijk, Rijsel, Doornik en de hele rechteroever van de Schelde, wat hem ook tot apostel van de Nerviërs maakte. Hij missioneerde in Groot-Brittannië en was ook een tijd (aarts)bisschop van Rouen. Van een grote talenknobbel werd geen gewag gemaakt, omdat de streektalen toen nog niet echt gescheiden waren.
585: Gregorius van Tours spreekt over 'seniores Franci' in Rouen.
650: Saint-Ouen wil Frankische heidenen in het diocees van Rouen evangeliseren.
Olav II, eerst viking, dan koning en later patroonheilige van Noorwegen (995-1030) liet zich, toen hij nog huurling was, dopen in Rouen.
olav-den-hellige-skrinlegges.large.jpg
Begrafenis Olav II (bewerkt uit Wikipedia)
10de eeuw: Een Arabisch reiziger Abraham Ben Jacob (Ibrahim ibn Ya'qub) spreekt van'Rudhûm' in het land van de Franken (Farandj). Hij schrijft dat het volk een zalm 'salmûn' (salmen) en een gans 'ghâns' noemt. Dit is weer een bewijs van een te noordelijk inschatten van de taalgrens in die tijd.
Uit de Normandische annalen citeer ik:
'M.J.-F. Lemarignier (↓) met en lumière la provenance flamande de l'èchevinat rouennais.' De schepenen van Rouen regeerden op zijn Vlaams!
Een bekende inwoner van Rouen was de schrijver Gustave Flaubert (1821-1880). Zijn familie was afkomstig uit het noorden. Veel van zijn voorouders waren protestanten. Ook zijn naam komt uit het noorden: Flaubert, komt van hluth en brecht of luid (beroemd) en schitterend!
441px-gustave-flaubert2-1.large.jpg
Gustave Flaubert (Bewerkt uit Wikipedia)

 
Roullours (Rollos)
De hypothese is dat de naam zou komen van het Latijnse 'rotula' (klein wiel) en evolueerde naar 'rouleau' wat de betekenis van 'boomstam' kreeg. De plaatselijke heer, Richard Rollos was de kamerheer van koning Hendrik I van Frankrijk.
N: Rollo + s-suffix voor 'sun-zoon': De familie van de nazaten, kleinzoons van Rollo.
N: 'Rolloos' (Rulloos, Rollois, Roloos, Rolloys, Rolloes)
Rolloos is een Nederlandse familienaam. In de middeleeuwen was deze familie actief in de lakenindustrie, vooral in de steden Rhenen, Leiden en Gouda. Volgens de familie is de naam 'Rolloos' afkomstig uit Normandië en Bretagne. Rolloos zou zijn afgeleid van Rollo, de eerste hertog van Normandië. Het middeleeuwse wapen van Bretagne (zwart kruis op wit schild), het wapen van het lakenkopersgilde in Gouda en het wapen van de familie Rolloos zijn zeer gelijkend.
 
Sahurs (Salhus 1024)
Oud-Noors hus of Oud-Engels hūs
T GB: Salhouse en Noors: Salhus
N: sal-hus: zaal-huis 
T: Westhuizen, Huize, Saleham
T Normandië: Étainhus  (steen-huis)
 
Saint-Aubin-sur-Quillebeuf  Zie Wambourg
 
Sainte-Marie-Du-Mont (Popavilla Pompevilla Popevilla 1040, Poupeville voor de 14de eeuw)
Sommige namen veranderen dus compleet.
 
Saint-Lô  (ex civitate Briovere 511 Brioverensis 549  Saint-Laud)
Briovera
Oude naam van de stad, van een Keltisch hydroniem: Brivo-vera, brug op de Vire.
La Vire: 'ver' 'var': van het Indo-Europese 'wēr-' (water)
N: Vire (ver var): water.
Wellicht eerder 'warre war': een (afgedamd) water, een sloot, een vaart
Vandaar: brigge-water of brigge-vaart
De Vire zorgde in de middeleeuwen voor het transport van de 'tangue' (zie bij Normandisch dialect)
TF: Vère (Calvados) Vère (Tarn-et-Garonne) Veyre (Puy-de-Dôme) Var (Alpes-Maritimes)...
TB: Brugge (Bruggia Bruccia Bryggia)
De regio kende verschillende invasies van Saksische stammen tijdens de derde eeuw.
Claude Fauchet (historicus) beweert ...le Coutentin, du temps mesme de nos rois Mérovingiens, estoit habité par les Sesnes (Saxons), pirates, et semble avoir esté abandonné par les Charliens, comme variable et trop esloigné de la correction de nos rois, aux Normands et autres escumeurs de mer…(Wikipedia)
( ...Le Coutentin, ten tijde van de Merovingische koningen, was bewoond door 'Sesnes' (Saksen), piraten, en schijnt verlaten te zijn door de karolingers, wegens te veranderlijk en te ver verwijderd voor de controle van onze koningen, ten voordele van de Normandiërs en andere zeeschuimers...)
Saint-Lô
In een Frankische graf werd, naast een fragment van bergkristal, een gouden ring met de inscriptie 'Laud' gevonden, misschien een vleivorm van Laudus, tweede bisschop (episcopus ecclesiae Constantinae vel Brioverensis) van Coutances en Saint-Lô (?).
De huidige naam komt van die Saint Lô of St. Laud, bisschop van de 6e eeuw, die geen Gallo-Romeinse naam, maar een Germaanse naam droeg. Bisschop Laud van Coutances werd geëerd in Briovere, waar zijn graf zich waarschijnlijk bevond. Door de vele pelgrimstochten veranderde de stad haar naam naar 'Saint-Laud'. (Wikipedia)
N: LAUD:
Familienaam 'Laud' komt van het Germaanse 'hlod': buit, wat al samenhangt met de beschrijvingen van 'piraten'...
Hlod Hlud Liud...
N: hlod: buit
N: hlud-: beroemd
N: lud-, liud-: volk of lieden
Namen:
-Chlodomer: beroemde buitmaker.
-Bij 'Clovis' zijn er twee mogelijkheden: Zijn naam was Hlodwig of Hludwig, strijder om de buit of beroemde strijder. Met de andere bestaande namen Chlodwig en Chlodowech moeten we eerder opteren voor de eerste versie. 
 
Sauxemesnil  (Saxemaisnil 1125  Sausemesnillo 1288)
D'un nom de personne norrois Saxi + mesnil
De Saksen in Bretagne werden  o.a. Sauzon, Sesson, Trécesson of Saoz  genoemd.
N: sas sasse sasso sakso saxe sax saks
TN: saksonhēm sassonhēm (*Sassenheem, Sassenheim bij Lisse)
T Normandië: Saucemare (gehucht in Sauxemesnil) Saussetour (Sauxetorp 12de eeuw te Fresville) Sauxtour (Sauxetourp 1292 te Théville) Mesnil-Saulce  ( Mesnil-Saxe 1228 Fresney-le-Vieux, Calvados) Sassetot-le-Mauconduit,  Sassetot-le-Malgardé (Sauxetot 1210, Seine-Maritime)
 
 
Sées
Wikipedia laat de naam voortkomen uit (civitas) Sagiensis, Saiensis, woonplaats van een Keltische stam, de 'Sagii'.
Caesar deelde het volk in bij de Kelten, met name bij de Armoricanen. (de mensen van bij Armore, Almere, bij de zee)
In chronologische volgorde wordt Sées onder andere geschreven als: Noviodunum Sesuviorum, civitas Sesuviorum, civitas Salarum, civitas Sagorium, Saxia, Sesuvium, Essui, Sessuvia, Saii, civitas Saxorum, Sagium... ( d'Orville Maurey↓)
Waarschijnlijk is (een deel van) Sées gesticht door Saksen, vandaar ook de naam Saxia. Dat Sées door 3de eeuwse Saksen gesticht werd, kunnen we meer dan vermoeden omdat de eerste bisschoppen van Sées allemaal Saksische namen hadden: Latuin, Nil (of Hille), Sigisbold, Leudebold, Hildebrand, Ingelnom, Landeric, Saxobod, Alnobert, Radebod... Vele bisschoppen ondertekenden daarenboven met: epicopus Saxiae, episcopus Saxorum, Prœsul Saxencis, epicopus Saxensis...
De verschillende namen komen misschien voort uit het feit dat Sées van in de vroege middeleeuwen bestond uit drie entiteiten: Bourg-l'Evêque, Romeins van oorsprong, Bourg-le-Comte, Saksisch van oorsprong en Bourg-l'Abbé gesticht als abdij van Sint-Maarten. In 1431 kwam daar een einde aan door Engelse raids in Normandië (Guillemier↓)
 
dsc06531-versie-2.large.jpg
Merkwaardig reliëf in de kathedraal van Sées (eigen foto)
 
Sénoville 
Van de Germaanse naam Senold (Senaldus) + villa
In het Germaans betekent Sen+old  dan oud-oud'. ??


Sideville  (Sildeville 1200)
Van een Germaans antroponiem, Sito of Sigihildis.
N: Silde, van Sighilde (*sigi- 'zege' en *χildjō- 'strijd')

Siouville-Hague   (Seolvilla 1200)
Van de Germaanse naam Sæwald of Siwold + villa
N: siwold siwald: zegevierende heerser
Hague: zie topografie bij hague-toponiemen.


Sortosville-en-Beaumont (Sarthoovilla 1150 Sorteovilla 1107 Surtouville 1421 Sorthoville 1610) 
Van het scandinavisch Svarthofdi + villa
N: zwarthoofd (iemand met zwart haar)
T Normandië: Surteauville, Sortosville-Bocage 


Sottevast  (Sotenvast 996 Sotevast 1135 Sotewast  1060 Sottewast 12de eeuw Sottevast 12de eeuw Odo de Sotewasto 1204)
Scandinavisch 'Soti Sóti' (zwart als roet)
Gallo-Romeins  'wastu' door kruising van het volkslatijn 'vastu' met het Germaanse '*wôsti' (woestijn)
Sotte:onl: ‘Sote soet’ (zwart als roet)
N: soet soete zoet zoete (zacht karakter)
T B: Sotteville (Strépy) Sotteghem (Zottegem) Soetbeek, Zoetendale, Zoetendaal
T Normandië: Sotteville  (Sottevilla 996 Sotevilla 1042)
Familienaam: Soete, Soute, Zoete, Soeteman, Soteman (1392)
N: sōtha, sātha, sode, sade: zode (graszode, plag)
T N: sāthan (*Zaden bij Zaandam Noord-Holland) sāthanhorn ( Zadenhoorn voormalig eiland Noord-Holland)
vast: Zie topografie: -wast toponiemen (-vast -ga(s)t(te)


Soulles (Sola 11de)
Naam van een gemeente en een rivier
Van het Prelatijnse 'sol' (water)
N: sol zol (poel, modderpoel, vuil, slijk, drek) of sole (sloot wetering)
T B: Sol, Solevelden, Soleville
TN: vterstersole (uiterstesloot, Holland)
Binnen de gemeente bestaan drie Germaanse microtoponiemen:
Pican (Pikham) Baudreville (Balther villa) Mesnil-Robert (Robert)
 
Tamerville  (Tamerville 1163)
Van de Germaanse naam Dagomarus + villa
N: Dagmar, dag-beroemd: lichtgevend-vermaard 
Microtoponiem:  château de Chiffrevast (Sig-fried-woest, verwant met Chiffretot en Chiffreville, Sigefredivilla in 1135)


Tanis
Van het Gallische 'tanno', eik of den
'Tanie' van het Saksische 'thane' heer, letterlijke, heerlijkheid van een 'than' (Le Héricher)
N: denne danne:  den
N: Dane Dani: oude naam voor een inwoner van Normandië
N: dant dans: heer (uit Latijn dominus)
T Normandië: Tanu (Avranches)  Tanville, Thennei, Tanis (Bayeux)
Than Thanes: bekende Normandische personen als Lanfranc, Bob d'Oilgy,  Hugues d'Avranches enz... 


Teurthéville  
Teurthéville-Bocage (Torquetevilla 1182 Turquetheville 1600 Turtheville 1640 Teurthéville 1790)
Teurthéville-Hague
Naam van een Normandische ridder met de naam'Turquetil Thorketill', uit het Noors 'Thor' (dondergod) et 'ketill' (heilige ketel) + villa
N: Torketel (tor-ketel)
 
 
Thaon (Than Taon Taun)
N: van een Saksische naam Than
In West-Vlaanderen was een 'dan' ook een schuilplaats, een nest.
 
Théville   (Théville, Tedvilla, Teivilla, Téville, Theyvilla, Villa Teth 1021-1025  Tedvilla, Thevilla 1304)
Van een Germaans antroponiem 'Tedo' of 'Teto'  
of van het Oudnoorse 'Teitr' (blij vrolijk) + villa
N: teet teter (bij Lodewijk van Velthem,Roman van Lancelot, 13de eeuw:  “ombe dat Behort teter ende jonc es, ...  op INL) (blij of vrolijk?) en 'tete', vrouwelijke persoonsnaam
Verwant met het Noorse teitr en teit, en het Oudsaksisch tēt (blij) 

Tocqueville   (Tokevilla 1165 Toquevilla 1180)
Van een Scandinavische persoonsnaam 'Toki' + villa
N: Torke (zoals het Noorse Toki) vleivorm voor kleine dondergod
N: Tokke Tocke Tok'Tocke’ komt bij ons voor als familienaam.
T Normandië: Tocqueville (Eure) Tocqueville (Manche) Château de Tocqueville, Tocqueville-en-Caux, Tocqueville-les-Murs, Tocqueville-sur-Eu


Tollevast  (Tolerwast 1000)
N: tol tolle: tolplaats
N: toller tollener tollenaar: tolheffer of tol-ontvanger
N: wast: woestenij
 
 
Tonnencourt (Tornecort 1184)
N: doorn ( onl, thorn thorne torne...)
T B: thornapa (*Doornape, Dworp) thornin (*Doornen) thornmala (*Doornmaal, Dormaal) thornseli (*Doornzeel, Doornzele) Hoge Doorn
T N: thornin (*Doornen, Deurne, Noord-Brabant) thornburg (*Doornburg Doornenburg) thorngēst (*Doorngeest, Dorregeest) thornspīk (Doornspijk) thornwurth (*Doornwoerd)
T F: ruokasthorn (*Roeksdoorn Roquetoire: Rokesdorn (Rotsedoorn?) bij Sint-Omaars) thornhēm (*Doornheem Doornem, Tournehem-sur-la-Hem)
 
Tonneville   (Tommevilla Thommevilla 13de eeuw)
Van de Noorse naam 'Tummi' (Thomas of Tor+m...)
N: tomme tombe, graf  en tomme, grafheuvel 
T B: Tombeek (Tombebeek) Tomt (Tumbothu *Tombede) Tumba
Niet verwarren met Tonneville bij Bourville (Taunacum villa 702 Tonnevilla 1210: Taun (?) + acum + villa)
 
Torp  Torps  Tourp  Tourps-tourle  Torple  Torptle Torp-Mesnil   Clitourps (Clitorp 1164) Saussetour (Sauxetorp twaalfde eeuw), Sauxtour (Sauxetourp 1292)
Oud-Noors torp of Oud-Engels thorp
N: Dorp (thorp thorpa thorf torp torpe...)
Duitsland: Saustrup (Saxtorppe 1464) of Saxtorf (Saxtorppe 1499)
V: Het Dorp, Klifdorp, Sassendorp, Saksendorp, Saxdorp
T: Dorp, Ouddorp, Westdorp, Opdorp, Steendorp...
Familienamen: Dorp(e) Van Dorp(e) Thorp(e)
 
Touffreville
Noors: Thorfridr (Thorfridr boerderij)
onl: Thorfried
V: Thorfrieds boerderij
 
Tourlaville  (Torlavilla 1056 Torlachvilla 1063)
Van een Deense krijger 'Thorlakr' (Thor en  lakr/leikr, spel) + villa  
(Alleen 'Thorlakur' gevonden)
N: tor: tor (God) of toren
N: tor-lak (lac laec lake laak): toren-meer (plas poel): meertoren of toren aan het meer.
N: lach: legerplaats, ligging, hinderlaag 
Torlach: het lach van Tor of toren bij het lach,
of:
terlach (to der lach):  bij het lach
Normandische familienaam: Tourlaque
 
Tournebu (Tournebut)
Scandinavisch: thurn (doorn) et buth (huis)
N: doorne thorn en boede
Een zekere 'Heer van Tournebut' vergezelde Willem de Veroveraar naar Engeland.
T B: thornin (*Doornen, Deurne) Tournay (Doornik)
T N: thornhēm (*Doornheem in de prov. Utrecht)
T F: thornhēm (*Doornheem, Tournehem-sur-la-Hem)
 
Tourville (bij Rauville-La-Place: Tora villa 1057)
Uitgelegd als Noors Tori, Thor (Thori’s boerderij )
De naam komt 10 keer voor in Normandië.
Tor villam in 996-1026 voor Tourville-la-Rivière
Torivilla / Turvilla in 1034 voor Tourville-sur-Pont-Audemer
N: Tor Thor ( toren, West-Vlaams: torre)
Kan ook onl zijn met Thor (God)
Tor van Hector kan ook.
T B: Torhout (Thorhout) Turnhout (Tornhaut) Thoricourt
Familienamen: Thory, Torry, Tory, Thury, Van Tor, Toris (van Hectoris) Torre
 
Tribehou  (Tribehou 12de eeuw Tribohou 1184 Tripehou 1212 Tribouhou 1395)
Van het Germaanse antroponiem 'Trisbold' en 'Holm' (eiland).
De gemeente is omringd door water.
N: Tribold: drie-bald: driedubbel moedige? 
N: tri try thri: drie
N: holm: eiland
Familienamen: Trudboldus Trisboldus Triboul Tribout Trybou
 
Troarn (Troardum 1025 Truardum 1059 Trowardum 1150)
Germaans?
T B: Waerd, Waerde, Ter Waerde, Oud Waerd (Houwaart) Waerdebeke
Wat te denken van: trouwe waerdein (woonplaats van de trouwe opzichter, keurmeester, stedelijk beambte...)
Door de Sint-Maartensabdij in Troarn was er zeker een grote bedrijvigheid in het dorp.
 
Troisgots  (Tresgoth en Tresgoz 12de eeuw)
Onzeker: Van het Oudfrans 'tres, tré' (door, voorbij, uit het Latijn 'trans') en van het Germaanse 'gault' (wald woud): Voorbij het bos
Normandisch 'tré-, treis' betekent in het Frans 'trois' (drie)
N: wald: woud
N: wald: 'gekozen door het volk' of 'wie regeert' (gouverneur)
 
Trouville (Thorouvilla 1240)
AS: Torold, variant van het Noors Thorvaldr
Maar het kan ook onl zijn met Thorwald /Thorolds boerderij
In Normandië resulteerde het in familienamen als Touroude, Thouroude, Théroude,
Throude en Troude.
Familienamen bij ons: Troude Thouroude Thorrout van Thour(h)out.
Torhout ( Turhalt - Toroholt - Thorhout...) in West-Vlaanderen stond al vermeld met een vermaarde abdij in 654 in de "Vita Bavonis" van Einhart (830)
Zie Mont-Saint-Michel.
 
Turcaville (Sturgavilla 1048 Sturgar villa)
T B: Sturlinsart
Familienaam: Stur (Steur)
 
Turqueville  (Torclevilla 1158 Tourcleville 1421 Turqueville 1598)
Van de Noorse naam Thorkil (Þórkætill, Torkel) + villa
N: Tor-ketel

Urville
Urville-Bocage  (Manche) (Ureville 1146 Urvilla 1180 Orvilla 1222)
Urville-Naqueville (Manche) (Urvilla 1160)
Urville (Calvados) (Eurvilla 1248 Urivilla 14de eeuw )
Germaanse naam Uro + villa
Saksisch 'úre': onze (Úrelendisc: (van) ons land)

Vains  (Vedum, Veim 1061 Vehim 1121 Vein, Vayn, De Veino 1165)
Van het Latijn 'vadum', wad
N: wad (-weiz -wes -wet weth- -wez) wads wadden
TN: Waddenzee De Wadden, Vadam Vadama 107! (Wadenoijen)
T Normandië: Les Veys (wads) la baie des Veys, Hémevez, grand et petit Vey (marais du Cotentin)

Valcanville
N: valk valke (falko, valcan, valchen, ualcana, ...) + villa
 
Vannecrocq (Wanescrotum 11de eeuw) Bec-de-Croc (Bethecroth 11de eeuw)
Engels: croft (GB Walshcroft)
N: krocht crocht croft
V: Wanecrocht Bedecrocht
T F: Crochte
In Antwerpen komt Harincroth van Haringrode.
 
Varenguebec  (Waringuebech 1185 Varenguebec 1280)
Van de Germaanse naam 'Warengarius' en het Noorse bekkr (beek)
N: war(en)-ger: hoedende-speer
Voor mij eerder:
N: waringhe: opstand, oorlog...
N: bec (beek)
Beek waar gevochten is.

Varouville  (Warouvilla 1280)
Germaanse naam
N: Ware Warre: van Ward (bewaker) 
N: *waron varen waren: bewaken bewaren beschermen
Bewaakte of beschermde villa
 
Vaudreville  (Waudrevilla 12de eeuw)
Van een Germaanse naam 'Waldharius' + villa
N: Waldher (Walter Wouter...): wald-her: regeerder-heer of leger
Villa van de regerende heer of van het heersende leger. 
Als persoonsnaam 'heerser over het leger' 
T Normandië: Vaudrimesnil

Vauville  (Calvados) (Walvilla 1100)
Vauville (Manche) 'Valavilla 1050 Walvilla 1054 Galvilla 1051)
Noorse naam Valr (valk) + villa
N: wal waal wale: iemand die een vreemde taal (Francien) spreekt
Villa waar men Romaans spreekt.

Vesly (Manche) (Verleium 12de eeuw de Velleio 1213 Veillie 1280)
Van de Romeinse naam 'Virilius'.
Germaanse stammen en Merovingers hebben hier sporen nagelaten. Er is de verering van Sinte Walburga en er zijn merovingische sarcofagen gevonden in de kerk. 
Gehucht: Gerville-la-Forêt
ger + villa:
N:  gēro ger gera ghere...  spits toelopend stuk land.
TB: gēr (Geer,  oude naam van Sint-Kruis) gērbruok (*Geerbroek, bij Heurne)
TN:gēr (Geer bij Culemburg) gēr (*Geer bij Gent,  Gelderland) gērfliet (Geervliet bij Spijkenisse) gērleka (*Geerleek,  onbekende waterloop bij Sassenheim) gērnhara (*Gerenhaar,  Gaanderen) twēgēron (*Tweegeren Walcheren)
T Normandië: Vesly (Verliacum 11de eeuw, Eure)
 
Veys (Les Veys Le Vey)
In de 13de en 14de eeuw bestond de Latijnse vorm 'super Vada, supra Vada'.
N: wad (onder andere aangetroffen als -weiz -wes -wet weth- -wez)
V: Les Veys: de Wads of wadden.
TN: Waddenzee De Wadden, Vadam Vadama 107! (Wadenoijen)
 
Véraval  (Warelwast 1024) 
Latijn 'Vastus'
N: wasto, wastine, woest, woestijn, wastijn (slecht land, woeste of onvruchtbare gronden).
Is warel een diminutief van war? ( versperring of dam in het water) Of is het verwant aan warlui (warlieden: pachters van een war).Warrel betekent ook warboel.
V: Warelwast Maartenswoest Sotewast Tolerwast Hardewast (hard en woest)
T F: WuostinnaI (*Woestinne, Woestine Noord-Peene) Wattine (bij Quercamp)
T B: Woestenhof Woestijn Wuostinna (*Woestinne Wostyne, bij Eerneghem) Woesten (*Woestinne bij Ieper) Woestijne (*Woestinne Wuostinna, bij Varsenare) La Wastinne (Wastynen)
T Normandië: Martinvast  (Martin wasto 1150)  Sottevast  (Sotewast 12de eeuw) Tollevast  (Tolerwast 1000 Tolewast 12de eeuw)  Reniévast  Hardinvast
Toenaam: Willelmi de Wstine (Willem van Woesten)
Familienamen: Woeste Woesteland(t) Wuestenbergh van de Woestijne Wastyn...
 
Videcosville 
Van de 'Videcoqs', houtsnippen die in het bos kwamen slapen. Uitleg van het office de tourisme
Ijslands: kock
Normandisch: co coq ko (haan)
Het Franse woord voor haan was eerst 'gau' (uit het Latijn, gallus)
N:  wīda wide: wilg wilgenhout
Wilgenhaantje + villa
Of:
N: widu, struikgewas
Struikgewashaantje, zoals de hop (*widuhoppa, wihot)
Of:
N: cocke kocke kock (haan) kokyi: kockje (kleine haan)
TB:  wīdafliet (*Wijdevliet, Assenederambacht)
TN: wīdawurth (*Wijdewoerd,  Westerwijtwerd) 

Vidouville  
Germaanse naam Widulf + villa
N: wid-olf: woud-wolf
Maar ook:
N: wide widouw: wilg wilgenscheuten
Of:
N: widu, struikgewas  (Er zijn veel met struiken en bomen begrensde landerijen)
Microtoponymie:
-La Hogue (hoge)
-Le mesninil Onfroy (Ansfried)
-Pont Youf (wolf)
-Bigotière (bigot: bij God)

Vierville   
Vierville (Calvados) (Wiarevilla 1158)
Germaanse naam Vigharius + villa
N: Wigher: wig-her: strijd-heer of leger
Strijdende heer of strijdend leger
Volgens mij:
N: wīari wiare wiër: vijver
villa bij de vijver
Vierville (Eure) (Verisvilla 1080 Verivilla 1100)
Germaanse naam Wericho + villa
N: Werich: wern-rik: verdedigen-rijk (heer heerser)
Zich verdedigende heerser
Virville (Seine Mar.) (Vivridivilla 1035 Wivarevilla 1210)
Germaanse naam Wivefredus
N: wif-frede; vrouw-vrede
Villa waar vrede heerst door een vrouw
Of:
N: weuara weveri: wever
Weversvilla
Of:
N: wiuer wiuere wivere: adder (uit het Latijn vipera)
Slangenvilla of addervilla, villa met adders in de buurt

Villebaudon  (apud Villam Baudon 1220 Ville Baudon 1231)
Villa + naam van een man 'Baudon'
N: boude baude bout bald balde: zonder vrees, stoutmoedig
Naam: Baudin Boudin Baldwin Boudewijn Boudolf
TB: boudinmaet (veldnaam te Jabbeke)
 
Villeqiuer (Villchier)
Noors: kjarr (moeras)
De oudste vorm verwijst nog niet naar 'kjarr'.
N: wilg en keer: bij de wilg waar je moet keren (toponiem: Kortekeer)
N: villa en keer: tot bij de hoeve waar je moet keren (verwant met Keerbergen?)
Als ik voor 'kjarr' moet kiezen, dan niet vanuit Noorwegen, maar vanuit Normandië naar Noorwegen uitgezworven.
 
Vindefontaine
Scandinavische nederzetting: Viđifontane (de fontaine van Viđi)
Bestaande legende over water die in wijn veranderde.
Oudnoors Vidr: woud
N: winda, winde (klimplant)
Bron met klimplanten begroeid
N: winden: kronkelen
Bron met kronkelend water
TB: windabeki (*Windebeke, plaats of waterloop in Oost-Vlaanderen)
N: fonteine fontaine (uit het Frans) fontein of bron
Namen: melkfontein, drinkwaterfontein, springfontein


Virandeville  (Virandevilla 996 Wirandevilla 13de eeuw Virandevilla 1280)
Van de Germaanse naam Wirandus of Wirant + villa
N: wirand, win-rand: vriend-schild: niet vijandig schild
Villa waar men jou beschermt
N: virrand, vir-rand: vuur-schild: vurig schild
Villa waar men jou vurig verdedigt
N: wī wih (heiligdom) + rand (zoom, boskant) heiligdom aan de rand van het bos
Villa met een heiligdom aan de rand van het bos
Namen: Bertrand Walrand
 
Wambourg  (Wamburgum 1025 Weneborch 1147 Weneborc 1217 Saint-Aubin-de-Vambourg, Sanctus Albinus 1337 Saint-Aubin-sur-Quillebeuf vanaf 1552)
Anglo-Scandinavisch en vergelijkbaar met Wanborough in Engeland.
Wam- / Wene- (blijft voor Wikipedia obscuur) en bourg.
N: Het eerste deel kan van alles zijn:
-Wano, Germaanse persoonsnaam
-wan, leeg slecht. Wanbeek staat dan voor een 'vlug droogstaande' beek
-wan uit Indo-Europees *(a)wam *(a)wem, uitbuigend, schitterend
-Wan, van Wado, Germaanse persoonsnaam (Wancourt: Wadon curtis)
In de 12de eeuw is de 'w' 'v' geworden (Weneborc Vambourg). Zaten we pas toen met de taalgrensverschuiving?
T B: Wambeek (Wambacem 877 Wambach 897) Wambeke Wanzele Wemmel (Wambelne 1111)
T F: Wambrechies (Wemmersijs) Wambècque Wanbeke Wambaix Wannehain (Wanhem Wenehem)
Familienamen: Wamburg (van)Wambeke Wambeex Wamberghe Wambergue Wambach Wambrouck Wanbecq Wancourt Wanhem Wambert (graaf van Fauqemberghe)
 
Ymare (Wimare)
Wimare: Noors voor 'witte steen'
N: wi (heiligdom) en mare (beroemd): Beroemd heiligdom.
T N: onl: wī (*Wije, bij Echteld en Olst) wīa (*Wije, Wehe bij Leens)
 
Yquelon  (Hiquelon 1172  Ikelon 1180)
Yque- uit het Oudscandinavische 'eik' zoals in 'Eikelund' (Noorwegen)
Van het Oudscandinavische 'lundr' (bois)
Eikenbos
N: ēk, eka, eike, eki, eke, heike, heke, yck en Icke in familienamen: eik
TB: ēki (*Eik, Aldeneik) ēki (*Eik, Maaseik) ēki (*Eik, Eke) ēkahofon (*Eikhoven, Eekhoven bij Deurne)
TN:ēki (*Eik, Bergeijk)
TF: ēki '*Eik, Eke) ēkalō (*Eiklo, Eclohum bij Landrethun) ēkaholt (*Eikhout,  Ecault te Offrethun)
Familienamen: van Yck, van der Icke, van der Ycke, van Eyck, van der Eycken, Ickmans, Eyckmans
N: lond(e)
Zie 'lond' en 'land' toponiemen bij topografie.
Namen: Eikelonde Eikeland Eeckhout (Eechout) Eekhof (Eechof)
Met 'lond':
TB: Londerzeel
Familienaam: Londe Londes Londow (Landouw)
Merk de 'H' die er wel of niet bij staat, ook een typisch West-Vlaams kenmerk. 
T Normandië: Iclon (Ichelunt 1088)  Yquebeuf


Yvetot (Ivetoht, Ivetoth 1025 Ivetot 1046)
Noors: topt (bewoning)
N: Ivo 
N: tehoft t'hoft: de hoeve met zijn bijgebouwen
Ismesnil (Yvemesnil 12de), een toponiem uit de buurgemeente gaat waarschijnlijk over dezelfde persoon en 10 km verder ligt nog eens Yvecrique (Ivecriche 12de: Ivo-kerke) Yvetot-Bocage, La Chapelle-Yvon, Boisyvon
 
Yvrandes
Gallisch: equoranda (grens aan het water)
N: Yv (ift, klimop in West-Vlaanderen, Ivy in het Engels) of awa (water), en rand (grens) De betekenis kan dan luiden: Met klimop begroeide grens of grens aan het water.
Er zijn nog honderden toponiemen die onderzocht kunnen worden naar hun Frankische wortels. Een hele uitdaging!